Bouwen aan de toekomst

1994-07-15
  • Jaargang 38
  • nummer 14
De eerste warme dag van 1994.Als we op het landelijk gelegen station van Sliedrecht uit de trein stappen komen er net twee overvalwagens met sirene aangereden. Voor ons loopt het goed af. Een man wordt in de boeien geslagen, maar wij krijgen een comfortabeler lift van een vriendelijk gemeentelid van de kerk in Sliedrecht. Geeft deze tegenstelling iets aan van der veranderingen die Sliedrecht heeft ondergaan? Het was een landelijk gelegen dijkdorp, het is inmiddels een groeiende gemeente aan de rand van de Randstad. Een plaats met tegenstellingen. Een gemeente met vanouds een sterk kerkelijke achtergrond, maar ook een plaats waar de secularisatie nadrukkelijk voelbaar is. In deze plaats werd in de afgelopen jaren hard gewerkt aan de bouw van een nieuw kerkgebouw.

In het centrum van Sliedrecht, vlak bij de dijk, lopen op deze vrijdagavond mensen in de richting van het nieuwe kerkgebouw. Men groet elkaar, handen worden geschud, soms wordt er naar namen geraden. Het zijn gemeenteleden en oud-gemeenteleden van de Nederlands Gereformeerde kerk in Sliedrecht.

Geen bolwerk
Het gebouw ligt niet ver van het oude kerkgebouw aan de Jan Steenstraat, dat 40 jaar dienst heeft gedaan. Het was een sober gebouw, dat te krap was geworden voor de gemeente, die inmiddels gegroeid is van 230 leden (Handboek, 1953)naar ruim 400 leden. Evenals het voormalige kerkgebouw valt ook deze nieuwe kerk niet echt op.
Het gebouw staat tussen scholen en huizen uit de jaren '50 en '60 ingeklemd. Hier werd geen imposante kathedraal gebouwd. Je merkt het direct aan de bouw: dit is geen bolwerk. En zo moet het ook, want juist daardoor nodigt de kerk uit; het gebouw hoort bij de omgeving. Het staat midden in de wijk en maakt er deel vanuit. De beluifelde ingang nodigt uit: je bent vanzelf benieuwd naar hoe het er van binnen uit ziet.

De kerkzaal
De aandacht wordt al vanaf de voordeur direct getrokken door het kruis in de kerkzaal. Wie de kerk binnenkomt loopt er vanzelf naar toe, want de as van het gebouw loopt in deze richting. Links bevindt zich de preekstoel. Naast de preekstoel lezen we de tekst 'Bouwen aan de toekomst' op het psalmbord. Misschien als tijdelijke tekst, maar het is helemaal waar: in een kerk bouw je aan de toekomst. Van mij mogen ze die tekst hier laten staan, om er steeds weer aan herinnerd te worden. Opvallend, vanwege de bijzondere kleuren, zijn ook de avondmaalstafel en het doopvont.
Tafel en vont zijn in dezelfde kleur uitgevoerd. Op de avondmaalstafel lezen we de tekst: 'Neemt, eet, gedenkt en gelooft'. Rechts staat het kleine pijporgel dat al vele jaren goede diensten heeft bewezen in het oude kerkgebouw aan de Jan Steenstraat.

Doorgaan op het pad
De feestelijke bijeenkomst in het volle kerkgebouw wordt geopend met het zingen van Psalm 150. Het is de laatste psalm die werd gezongen in het oude kerkgebouwen het is ook de eerste psalm die wordt gezongen in het nieuwe gebouw. Daarmee wordt hoorbaar dat de gemeente in dit nieuwe huis doorgaat op het pad dat men in het oude huis jarenlang gevolgd heeft.
Daarna volgt de schriftlezing uit Spreuken 28 vers 13: "Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet gelukkig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming." Wat heeft zó'n tekst nu met de opening van een kerkgebouw te maken? vraag je je af. Ds. W.
Borgdorff in een kort openingswoord: "De wijsheid uit de Spreuken is herkenbaar voor christenen en voor niet-christenen.
Ieder mens weet dat je, als je het druk hebt met het toedekken van je overtredingen, je geen geluk kunt vinden. Het toedekken zal uiteindelijk niet lukken.
Het tweede deel luidt: kom met die overtredingen voor de dag. Belijd je zonden voor God en laat ze voor Hem na. Dat is een boodschap die niet-christenen vreemd is. Christenen zijn niet beter dan de mensen die hier niet binnen komen. Als gemeente hebben we deze héle boodschap nodig, zoals we hier zitten in dit kerkgebouw. We moeten de zonde niet verdringen of toedekken omdat God het toch niet erg zou vinden. Wat God zó erg heeft gevonden, wilde Hij niet op óns doen neerkomen. Daarom zien we in dit kerkgebouw het kruis. Het gebouw staat midden in de wijk, maar het is daarmee ook anders dan de andere huizen in de wijk."

Nu moet er pas echt gebouwd worden
Zoals te doen gebruikelijk bij officiële plechtigheden, volgde een reeks sprekers met ieder hun eigen dankwoord.
Dankzij de flexibele preekstoel vormde het verschil in lengte van de sprekers geen enkel probleem. Vanuit hun betrokkenheid bij het nieuwe gebouw legden allen kort uit hoe dit nieuwe kerkgebouw tot stand is gekomen.
'Bouwen aan de toekomst' heette de actie die de kerkbouw inluidde. "In 1989werden de voorbereidingen gestart", vertelde de heer G. van Meerkerk namens de bouwcommissie. "Vanaf het jaar 1991werd er op uitgebreide schaal aan fondswerving gedaan" (uit latere navraag bij de heer van Meerkerk bleek dat het benodigde bedrag werd opgebracht door eenmalige bijdragen, door een verhoging van de vaste vrijwillige bijdragen en door een groot aantal activiteiten, zoals oud-papier ophalen, pannenkoeken bakken, een bazaar organiseren, handwerk, een klusclub, sponsoring van deelname aan een zwem marathon enz., enz. Dankzij deze inzet van de gemeente kon het grootste deel van de bouwsom beschikbaar zijn voordat men met de bouw startte). "Toen bleek dat het besluit van Commissie van Beheer en kerkenraad in voldoende mate gesteund werd door de gemeente. Het samenbindend bouwen met steen en hout is voorbij. Nu het geluid van de hamer zwijgt, moet er pas echt gebouwd worden". De heer van Meerkerk refereerde daarbij aan de architectuur van het gebouw: "Het heeft iets van een tent, van een tijdelijk onderkomen voor de gemeente die onderweg is, die uitziet naar de komst van Jezus Christus. Hier mogen wij wonen totdat Hij komt."

Kerkbouw engemeenteopbouw
De heer G. van Meerkerk overhandigde vervolgens een enorme sleutel aan de 'voorzitter bouwzaken van de kerkenraad, de heer J. Bouw, die daarmee een sleutelpositie kreeg. (Zo'n sleutel lijkt me overigens wel handig, want niemand kan hem per ongeluk in zijn jas laten zitten). Lang had de kerkenraad deze sleutel echter niet in zijn bezit, want hij werd vervolgens weer overhandigd aan een lid van de Commissie van Beheer.
Ook de heer Bouw verwees naar het tijdelijke van dit toch solide ogende kerkgebouw. Wat je niet ziet, daar gaat het hier om: een geestelijk gebouw waarvan God de architect is. De heer Bouw noemde ook de inzet van veel gemeenteleden. "Het was fijn om met zovelen aan zoiets moois te werken, naar de genadegaven die hem of haar werden geschonken." Zo kan kerkbouw dus ook iets voor gemeenteopbouw betekenen.

Burgerlijke overheid
Vervolgens was het woord aan de burgemeester van Sliedrecht, de heer Kleijwegt. Hij vertelde dat de burgerlijke gemeente blij is met dit kerkgebouw. De burqerneester sprak zijn bewondering uit voor de geestdrift van de kerkelijke gemeente bij de bouw van deze kerk. Hij noemde het opmerkelijk dat een kerk in deze tijd van secularisatie dûrft te bouwen. Als vertegenwoordiger van de burgerlijke gemeente vergeleek hij zijn opdracht in het hier-en-nu met de opdracht voor de kerk. "Maar we zijn wel samen op weg." Zijn bewondering voor de architectonische opzet stak hij niet onder stoelen of banken: "Ik voel me thuis in dit huis, het is fijn om hier te zijn" (deze zin ontlokte de heer Bouw de reactie dat de burgemeester van harte welkom is in de zondagse kerkdiensten).

Architect
Wie zou de architect zijn van dit kerkgebouw? Het is de heer A. de Ruiter uit Assen, die even later de preekstoel beklom. Ook hij vertelde het een en ander over de geschiedenis van de bouwen de architectonische opzet van deze kerk (zie hiervoor ook de rubriek 'Regionaal' in het voorgaande nummer van 'Opbouw').
De architect vertelde dat hij de eerste bijeenkomst in een nieuwe kerkzaal altijd van bijzondere betekenis vindt, want pas dan weet zeker je hoe de akoustiek is. En bovendien: "Een kerkgebouw is pas klaar als de kerkgangers er kleur aan geven."
De heer de Ruiter legde het één en ander uit over de bouw van de kerk.
Het belangrijkste element daarbij is de as, de situering die gericht is op het kruis. De beglazing in het kruis is uitgevoerd in nachtblauw en in bloedrood. "Maar", aldus de heer de Ruiter, "bij het kruis blijven wij niet staan, want onze Heer is opgestaan." Plotseling werd het (tot nu toe donkere) kruis helder verlicht door het avondlicht.
Prachtig tekenden de kleuren zich af. In de gemeente hoorde je en zag je de bewondering voor dit echte kunstwerk in een Nederlands Gereformeerd kerkgebouw.

Overmoed of geloof?
De kerk van Sliedrecht maakt deel uit van de regio Dordrecht-Gorinchem. Namens de regiokerken sprak Ds. J. Horsman uit Dordrecht. Via het kerkblad van Sliedrecht was hij goed op de' hoogte gehouden van de vorderingen bij de bouw. Hij was mede geïnteresseerd in de vorderingen, omdat er ook in Dordrecht wordt gedacht aan de bouw van een nieuwe kerkzaal. Ds.
Horsman noemde nog het feit dat niet iedereen zich had kunnen vinden in de plannen om te komen tot nieuwbouw, maar hij hoopte dat deze tegenstellingen, gezamenlijk kerkend in dit nieuwe gebouw, spoedig verdwenen zouden zijn. Inhakend op de nieuwbouw stelde Ds. Horsman de vraag: is zo'n bouw in onze tijd nu een daad van overmoed of een daad van geloof? Een kerk bouwt aan de toekomst. Het gevaar van een mooi kerkgebouw is dat men gearriveerd en gesetteld raakt.
Tegelijk mag hier in dit gebouw de boodschap klinken dat we altijd onderweg zijn, bouwend aan de toekomst.

Zingen en kijken
Uiteraard werden er deze avond niet alleen toespraken gehouden. Er werd veel gezongen, zowel dooreen koor als door de gemeente. Het orgel viel te beluisteren in een werk van Bach en als begeleiding bij de gemeentezang.
Na afloop konden de genodigden de kerk nog wat beter bekijken. De kerkzaal, met 200 zitplaatsen, was deze avond uitgebreid met de 'overloopzaai' (met 100zitplaatsen). Naast de ruime hal (die even groot is als de kerkzaal) is er in het kerkgebouw nog een aantal zalen beschikbaar. In het 'oude' kerkgebouw was weinig vergaderruimte en er was ook geen mogelijkheid voor uitbreiding. Voor een jonge gemeente is dit een ongewenste en belemmerende situatie. In het nieuwe gebouw aan de Jacob Catsstraat krijgt de gemeente van Sliedrecht nu alle mogelijkheden om ook door de week op allerlei manieren met elkaar in gesprek te blijven. Vanuit de hal kan men de studeerkamer van de predikant binnenlopen (deze ruimte is inmiddels al grotendeels is ingericht). De studeerkamer vormt op zijn beurt weer de schakel naar de pastorie, die binnenkort door familie Borgdorff betrokken zal worden.

Bouwen aan de toekomst
Er worden bij kerkelijke nieuwbouw wel eens vragen gesteld. Moeten we wel zoveel tijd en geld besteden aan een aardse woning? Deze avond lag het accent op het tijdelijke: een aardse tent die ten dienste mag staan aan het bouwen aan de toekomst. De kerkelijke gemeente van Sliedrecht heeft een smaakvol ingericht gebouw van God gekregen. Het staat midden in de wijk, midden tussen de mensen. Hier mag de gemeente wonen en werken tot Zijn dienst en ook anderen uitnodigen om mee te bouwen aan die toekomst, totdat de Here Jezus terug zal komen op aarde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief