Flip

1994-07-15
  • Jaargang 38
  • nummer 14
Aan de rand van een leuk dorp, in een groot huis met een enorme tuin erachter woonde een jongen die Flip heette.
Hij woonde niet alleen in dat grote huis (ben je mal). Zijn vader en moeder woonden er ook en zijn elf broertjes en zusjes. Je begrijpt natuurlijk al waaróm hij in zo'n groot huis woonde: zoveel mensen! En je kunt je ook vast wel indenken wat een rommel het daar altijd was en wat een herrie en wat een gejoel en gespeel en hoe geweldig gezellig ze het samen hadden. Ze wisten altijd wel wat te doen, Flip en zijn broertjes en zusjes, altijd wel wat te spelen of te babbelen of te vechten of te knutselen. Het rook er altijd lekker in huis, want de moeder van Flip bakte voortdurend koekjes. Voor zoveel kinderen koekjes kopen, dat is niet te betalen, zie je. Flips vader zat overdag op kantoor. "Lekker rustig."
zei hij wel eens, "een kantoor waar maar één klant tegelijk binnen komt."
Verder was hij bij de vrijwillige brandweer. Zijn twaalf kinderen mochten alles van hem, behalve spelen met vuur. En ééns in de maand oefenden ze samen 'brandalarm'. Dan waren ze in een mum van tijd het huis uit met hun veertienen.
Flip was een leuke jongen, met donkerbruine krullen en grote donkere ogen. Hij was aardig ook, alleen ... hij was zo verschrikkelijk onhandig. Altijd viel er van alles om als hij voorbij kwam. Zelfs een keer een hele boekenkast met wel honderd boeken erin. Geen mens begreep hoe hij het voor elkaar kreeg en Flip nog wel het allerminst, maar ze hielden er allemaal rekening mee. Op een dag kwam de melkman. "Geef jij die eieren maar even aan je moeder", zei hij, toen Flip de deur open deed en hij legde voorzichtig twee dozen met tien eieren elk in Flips handen. "NeEl!!" riepen alle broertjes en zusjes die natuurlijk ook naar de deur waren gekomen om te kijken wie er was. "Nee, niet aan Flip geven, geef hier." En ze grabbelden en graaiden om te voorkomen dat Flip twintig eieren zou moeten dragen van de gang naar de keuken! Ze trokken en duwden en natuurlijk vielen die eieren toen op de grond. Natuurlijk!
Toen ze 's avonds omelet aten, met kleine stukjes eierschaal en zelfs wat karton erin, zei moeder opgewekt: "Omelet à la Flip." Ze was helemaal niet boos, maar Flip was er toch een beetje verdrietig om. Er waren trouwens nog wel ergere dingen gebeurd.
Eens viel een grote spiegel van de muur in de hal, net toen Flip zijn laarzen uittrok. Een half jaar later vonden ze nog glas in huis. Het allerergste gebeurde bij oma. Een grote antieke vaas viel in diggelen net toen Flip oma een verjaarskus gaf. Dat was het allerergste, want toen oma zei dat het niks gaf, zag Flip dat ze tranen in haar ogen had om die vaas. Wat kon hij eraan doen? Hij mocht blij zijn met zulke lieve ouders die er tenminste niet boos om werden. Maar het was toch ook niet leuk dat zijn moeder dikwijls aan het bezoek vertelde: " ...En onze Flip, dat is me er een: onhandig!"
Ze zei dat niet waar Flip bij was, maar die hoorde het toch wel eens per ongeluk.
Zelfs zijn kleine zusje Liesje, die nauwelijks haar beker melk vast kon houden, zelfs zijn kleine zusje riep regelmatig: .Jsse Fip weer" als er iets viel. Flip begon het zelf te geloven dat hij onhandig was. Als hij ergens een spiegel of een schilderij zag hangen, liep hij er met een boog omheen. Als hij ergens limonade kreeg, had hij maar het liefst een plastic beker. Boeken lenen uit de bieb, daar had hij geen zin in. Veel te bang dat er een beker chocolademelk overheen zou ·gaan. En als er weer iets rinkelde of scheurde of kraakte achter hem dan mompelde hij al in zichzelf: "Dat is Flip weer". Flip was gewoon ontzettend onhandig, dat wist iedereen. Iedereen hield er ook rekening mee.
Iedereen, behalve ... Marijke. Op een dag kwam er in het grote huis naast dat van Flip een meisje wonen , dat Marijke heette. Haar vader en moeder hadden dat enorme huis gekocht.
Niet omdat ze zoveel kinderen hadden, want Marijke was alleen. Nee, ze wilden een groot huis omdat ze heel sjieke mensen waren. Marijkes ouders waren kunstenaars. De vader maakte prachtige schilderijen en de moeder bakte potten. Ze hielden veel van mooie dingen. Het hele huis stond er vol mee: fraaie kastjes met glazen ruitjes, mooie vazen, altijd vol met prachtige bloemen, schitterende banken en stoelen waar je nooit met je schoenen in mocht, kortom, het was er allemaal even mooi en breekbaar. Maar het aller, allermooiste in het hele huis, dat was Marijke. Tenminste, dat vond Flip. Marijke was net zo oud als Flip en ze zat bij hem in de klas. Ze had altijd prachtige kleren aan, ze leek wel een pop, en ze liep behoedzaam en een beetje dromerig. Ze had haar dat heel zacht leek met de kleur van roomijs, nee van een waterval, of leek het toch meer op goud? Haar, dat je aan wilde raken als je het zag. Maar dat kon natuurlijk niet. Flip kon dat prachtige haar niet aaien of om zijn vinger krullen. Het enige wat hij eenS gedurfd had toen het hem echt te machtig werd, was plagerig en niet te hard aan Marijkes paardenstaart trekken. Maar hij had er meteen spijt van, want Marijke had hem zo verschrikt aangekeken, met grote vragende, niet-begrijpende ogen. Ze werd nooit geplaagd.
Toen had hij haar zijn appel gegeven en toen was ze zomaar gaan lachen.
Als ze lachte, kwamen er kuiltjes in haar wangen. Flip was er zo verrukt van geraakt dat hij een stap opzij had gedaan en zonder het te weten midden in een grote plas was gaan staan.
Altijd was er wel een van zijn elf broertjes en zusjes in de buurt om prompt te roepen: "Flip! De enige plas op het hele schoolplein en natuurlijk sta jij er in." Pas toen hij Marijke leerde kennen, begon Flip het echt erg te vinden dat hij onhandig was. Want Marijke was zo verschrikkelijk lief, maar ze had ook iets breekbaars over zich, iets van een spiegel en van een antieke vaas. Weet je wat ze deed na schooltijd, als Flip in een oude overall in de tuin ravotte?
Dan speelde Marijke viool! Zachte tonen woeien wel eens van haar huis naar dat van Flip. Of ze maakte mooie tekeningen, of ze las boeken. Flip zou voor geen goud een stap bij haar in huis doen, met al die sjieke spullen.
Die viool, die wilde hij liefst nooit zien, want zo'n ding is geweldig breekbaar en kostbaar. Maar ondertussen droomde hij wel voortdurend van Marijke. Niet alleen in bed, maar ook overdag, als het saai was op school, of als hij verscholen zat boven in een boom in de tuin. Niemand wist daar iets van. Het was Flips grote geheim.
Hij droomde dat Marijke met hem door de tuin wandelde, of dat ze samen verstoppertje deden op zolder. Hij verzon de meest leuke, en voorzichtige spelletjes met haar, maar altijd verzon hij er ook een moment bij dat Marijke naar hem lachte. Zo lief en schattig met kuiltjes in haar wangen. Toen zei moeder op een dag: "Zeg Flip, dat meiske van hiernaast, dat zit toch bij jou in de klas? Ik hoor daar nooit wat over, is ze aardig?" Flip at net een warm koekje en hij was blij dat zijn mond even vol was zodat hij kon denken. Ondertussen draaide hij wel de slip van zijn shirtje door het meel op de tafel, maar moeder lette daar niet eens op. ,,0 ja, die is best wel aardig", mompelde Flip, tussen twee happen door. "Ze lijkt me zo eenzaam, alleen in dat grote huis. Alle andere kinderen wonen toch meer in het dorp en die spelen natuurlijk met kinderen uit de straat en jullie spelen altijd met elkaar. Waarom vraag je haar niet eens te spelen?" Flip verslikte zich in zijn koekje.
"Draai je om," zei moeder, "kijk nou eens, je spuugt over de tafel. Drink even een beetje water." Maar ze ging er wel op door. "Je kunt haar best eens te spelen vragen."
,,'t Is een meisje", aarzelde Flip.
"Nou en," zei moeder, "er zijn al meisjes genoeg in dit huis. Wil je eens gaan vragen? Zullen we samen eens gaan vragen?"
"Joa", zei Flip nonchalant en zo kwam het dat Marijke bij Flip kwam spelen.,,'t Is moeders idee", zei Flip tegen zijn broers en zussen, "maar ik vind het best." En die broers en zussen vonden het ook best.
En Marijke? Die wist niet wat haar overkwam. Die zat eerst maar stilletjes rond te kijken met grote ogen naar wat er allemaal gebeurde in dat grote huis naast het hare. Ze was zo stil dat moeder haar bij de hand pakte en zei: "Kom me maar helpen koekjes bakken als je wilt." Marijke kreeg een enorme schort voor en ze vond het heerlijk. En Flip genoot ook stiekempjes. Weet je wat er zelfs gebeurde? Opeens gleed er een plukje haar voor Marijkes ogen (dat prachtige haar, weet je nog) en ze wilde er niet aankomen omdat haar handen vol meel en deeg zaten. Ze blies ernaar maar dat hielp natuurlijk niet.
Flip, die net 'toevallig' in de buurt was, zag het en moeder zag het ook. Moeder knikte naar Flip zoals ze ook knikte als Flip even zijn kleine zusje op moest pakken als ze was gevallen, of zijn kleine broer moest helpen met kleuren en toen zei moeder: "Zal Flip die 10keven tussen je speldje steken, mijn handen zijn ook vies." En dat deed Flip toen en er viel niks en er brak niks ... dat wil zeggen niks in huis.
Maar binnenin Flip leek een hele boekenkast om te vallen met donderend geraas. Nee, niet op de grond, de lucht in, boeken die wegfladderden als vogels, opstegen als ballonnen. Die Flip, die was gewoon ... verliefd.
Marijke kwam veel vaker spelen en natuurlijk was ze er ook toen Flip jarig was. Het huis hing vol slingers en het rook er nog heerlijker dan anders.
Toen Flip wakker werd, zong de hele familie 'Lang zal die leven' zodat je . het bij Marijke in huis kon horen. Het was gelukkig zaterdag, dus Marijke kwam meteen. Ze had een roze jurk' aan "omdat het feest is", zei ze en haar haar zaf in kunstige vlechten. Dat had haar moeder al gedaan.
Bij Flip liepen ze allemaal nog in pyjama, maar moeder riep: "Vooruit aankleden en dan de cadeautjes." En toen kwamen de cadeautjes. Alle broers en zussen hadden iets. Allemaal, behalve de twee kleinsten, hadden ze het zelf ingepakt en toen onder hun bed gelegd. Flip kreeg van de een knikkers en van de ander een knikkerzak en van zijn grote broer een bal.
"Een extra stevige die je nu eens niet zo snel kapot trapt." Van een zus een boek. "Een kleintje dat je vast wel uitkrijgt, anders lees ik het wel voor." Van zijn moeder schoenen. "Lekkere rouwdouwers, Flip, net wat voor jou"
en zo van iedereen wat, het ene nog steviger dan het andere. En Flip was geweldig blij en opgewonden en iedereen riep en joelde door elkaar en toen kwam Marijke met haar cadeautje. Ze was het allerlaatst, dat wilde ze zelf en toen wachtte ze ook nog even tot het stil werd en iedereen vol verwachting naar haar keek en naar het pakje dat ze behoedzaam op haar schoot had. Marijke kreeg er een kleur van, stond op en liep naar Flip. "Voor jou," zei ze verlegen. "Ik heb het zelf gemaakt, omdat ik je zo aardig vind."
"Joeoe", begon een van Flips broers, maar moeder keek hem streng aan en Flip, die nu ook een kleur had, zei al even verlegen: "Dank je wel."
"Je moet het wel heel voorzichtig openmaken", zei Marijke, "het is namelijk een ei." Een ei??? Flip had het gevoel dat hij een klap op zijn hoofd kreeg. Gaf Marijke hem een ei? Wie gaf hem nou een ei? Wat een cadeautje trouwens: een ei. Voor het eerst van zijn leven wilde Flip dat hij helemaal alleen in dit grote huis zat, helemaal alleen in een kamer gevuld met watten, om daar dan heel voorzichtig het pakje open te maken. Maar hij was niet alleen en alle elf zijn broers en zussen riepen: "Vooruit Flip. Pak uit. Maar doe voorzichtig, doe alsjeblieft voorzichtig." En dat deed Flip. Er zat inderdaad een ei in, maar wel een groot ei. "Een eendenei," zei Marijke.
"Ik heb het eerst leeggeblazen en toen opgeverfd. Hou maar eens tegen het licht, het is heel dun." Flip keek naar het ei in zijn handen. Hij slikte. Het was prachtig. Met een heel fijn penseeltje was er iets opgeschilderd. Een boom en vogels en bloemen en een zon. Daar had Marijke tijden aan zitten werken. Het was zo mooi, zo onbeschrijfelijk mooi, maar ook zo breekbaar!
Flip werd er een beetje draaierig van. Hij hield het ei iets dichter bij zijn ogen. Er zat nog wat in die boom, iets blauws en iets rozigs. Wat was dat?
"Wat staat erop?" "Laat eens kijken", riepen de broers en zussen. Maar ook: "Dat ik niks voor Flip, die breekt zelfs een tennisbal." (Dat was natuurlijk Flips grote broer.) Ze drongen zich om Flip heen en Flip wilde dat ei natuurlijk niet stijf beetpakken, dan zou het breken. Hij wilde ook niet dat de anderen het uit zijn handen zouden nemen en met een angstige kreun keek hij op naar zijn moeder. Die was er gelukkig meteen.
Ze nam het ei van Flip over en zette het boven op de kast. "Zo," zei ze, "daar kijken we straks om de beurt nog eens naar en dan mag Flip zeggen waar het staan mag, want het is natuurlijk geen speelgoed."
En toen speelden ze de hele dag samen. Met de knikkers en de bal en alle andere dingen die Flip gekregen had.
Marijke bleef ook de hele dag en ze at taart mee en pannenkoeken en toen het bijna bedtijd was, vroeg ze Flip opeens of hij haar wilde helpen om in de boom te klimmen. "Met die roze jurk?" vroeg Flip verbouwereerd.
..O, die kan in de was, hoor", antwoordde Marijke luchtig. En toen hielp Flip haar maar gauw de boom in, voor al zijn broers en zussen zich ermee zouden bemoeien. Ze gingen tot de tweede tak, zo'n dikke met veel bladeren erom heen ... Wil je nog hoger?"
vroeg Flip. Marijke schudde haar hoofd ... Ik wil hier wel eventjes zitten", zei ze. En dat deden ze toen. Ze praatten een beetje over Flips verjaardag en alle cadeautjes die hij had gekregen.
Marijke zei: ..Mijn ei was eigenlijk wel een beetje een gek cadeautje hè, niks om mee te spelen."
..Helemaal geen gek cadeautje", protesteerde Flip ... Eigenlijk (hij stotterde een beetje), eigenlijk is het het allermóóiste cadeautje."
..Gek", zei Marijke, ..welnee, waarom?"
..Nou, gewoon, omdat eh, omdat eh, gewoon omdat het helemaal alleen voor mij is. AI die andere dingen, die bal en zo dat is om samen te spelen, maar dat ei. .."
..Heb je gezien wat erop staat?" vroeg Marijke ineens een beetje zenuwachtig.
..Ja, een boom en bloemen en.....
..Heb je die vlekken gezien in de boom?" ging Marijke verder.
..Ja? Dat roze en blauw?"
..Ja? Weet je wat dat is?" Flip keek Marijke vragend aan.
"Nou?"
..Kijk eens naar onze kleren," lachte Marijke. Flip keek naar het roze jurkje van zijn vriendinnetje en toen naar de blauwe overall die hij altijd aanhad als hij niet naar school ging.
..Dat zijn wij!" jubelde Marijke triomfantelijk.
Flip rolde bijna uit de boom van schrik en van blijdschap. Bijna, niet helemaal gelukkig. Ze moesten er alle twee om lachen.
..Pas op," zei Marijke, ..ik zit op het brede stuk van de tak en jij hebt haast geen plek om je vast te houden. Zullen we eruit gaan?"
..Welnee, waarom?" antwoordde Flip.
..Ik ben niet bang om te vallen, ik val zo vaak. Maar. .." Hij aarzelde, zijn stem klonk opeens zacht en onzeker, ..maar hoe durfde jij mij een ei te geven?
Ik laat altijd alles vallen, ik ben verschrikkelijk onhandig."
..Jij," vroeg Marijke verbaasd ... Welnee. Jij bent een jongen, jij bent wild.
Maar als ik je een ei geef, een uitgeblazen ei nog wel en opgeschilderd ook, dat zou je toch niet laten vallen, nee toch."
Flip aarzelde, hij slikte. Marijke keek hem verbaasd aan ... Gek! Nee toch en je hèbt het toch ook niet laten vallen?"
Flip slaakte een zucht van verlichting. Nee, dat was waar, hij hád het niet laten vallen.
..Tuurlijk niet", suste Marijke heel zelfverzekerd ... Ik weet zeker dat jij ook heel voorzichtig kunt zijn en dat moet ook, want later (ze giebelde), als wij kinderen krijgen, dan wil ik ook niet dat je die laat vallen." En toen viel ze zelf uit de boom. Niet hard gelukkig, en Flip hielp het zand van haar jurkje kloppen. "De volgende keer wil ik nog wel een tak hoger," zei ze flink ... 'Als jij me helpt, tenminste."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief