Waarom ik dit keer CDA gestemd heb

1994-05-06
  • Jaargang 38
  • nummer 9
De verkiezingen zijn weer achter de rug. Ik kan niet zeggen dat ik er een goede nasmaak van overhoud. Nederland is in de media erg anti-Amerikaans, maar op afstand volgt men hier de Verenigde Staten in alles, ook in de stijl van het kampagne-voeren bij verkiezingen.
Zo zijn nu ook hier te lande de verkiezingen een zaak van toeters en bellen geworden.
Het leven wordt op die manier wel erg kinderachtig, is mijn indruk. Dat vind ik van het kerkelijke leven ook wel eens, als ik dat gedoe tegenwoordig met al die kaarsjes zie.
Maar dat zal wel komen doordat ik er niet bij opgegroeid ben. Ik wou het trouwens meer over het stemmen zelf hebben dan over de rimram daaromheen.

Ik wilde vertellen dat ik dit maal anders heb gestemd dan ik tot dusver gewoon ben geweest. Zolang ik stemrecht gehad heb in mijn leven, heb ik het hokje van het GPV rood gemaakt.
Ik kon van die partij weliswaar geen lid worden, maar daar heb ik nooit over gezeurd, want dat wou ik ook helemaal niet. Het programma stond mij aan, dat was alles, of misschien nog wel meer de konkrete standpunten die de afgevaardigden van die partij innamen. Zij stonden een zakelijkchristelijke benadering van de dingen voor en ze wentelden zich niet om en om in theokratische dagdromerijen.
Dus gaf ik mijn steun aan hun kandidaten.
Wel nam ik me steeds voor dat ik daarmee zou stoppen, als het GPV meer dan .50%van de stemmen zou halen, want niemand mocht van mij verlangen dat ik als afgezet vrijgemaakt predikant aan mijn eigen verbanning (naar Duivelseiland, bijvoorbeeld) zou meewerken. Erg reëel was dat voorbehoud natuurlijk niet en bovendien is het GPV zelf ook wel van dat streng-rigoreuze, al te kerkelijke karakter van het begin teruggekomen.
Toen destijds de heer P. Jongeling voor het eerst in de kamer verkozen werd, schreef ds R. Bremmer dat dat de partij goed zou doen, omdat ze door de praktijk tot meer kompromissen gedwongen zou worden. Dat werd hem niet in dank afgenomen, maar het was wel een schot in de roos. Dat is achteraf wel gebleken. Het GPV heeft zich tot grote realiteitszin ontwikkeld en is nu door de grote bekwaamheid en ijver van haar publieke vertegenwoordigers (gesteund door een betrokken achterban) in al haar kleinheid tot niets minder dan een faktor in de landspolitiek geworden. Een geweldige prestatie waarvoor ik alle respekt heb. Ik zou zelfs wel voorzichtig van zegen van de Here willen spreken. En juist nu heb ik er niet op gestemd. Dat moet ik.natuurlijk verklaren.

Nog een reden
Daarvoor moet ik eerst zeggen dat ik al die tijd nog een reden heb gehad om op het GPVte stemmen. Ik deed het ook terwille van het CDA (en eerder van de AR-partij). Ik vond het heel goed dat zo'n grote christelijke partij een luis in de pels had, waardoor zij regelmatig op haar beleid gekontroleerd en op haar beginsel bevraagd zou worden. Zoals het voor de PvdA goed is dat ze Groen Links naast zich heeft. Die kleintjes staan meer aan de kant dan de grote en kunnen dus het beginsel dat zij delen met hun grotere zussen, zuiverder houden. 'Zij hebben makkelijk praten', zegt men van die ukjes dan wel eens mis-prijzend en ergens is dat ook zo. Maar dat kun je ook positiever benaderen. Want het is rondweg een ramp als iedereen moeilijk praten heeft. Dan wordt er niets meer duidelijk. Goed, maar voorwaarde voor deze overweging is natuurlijk wel dat er überhaupt een CDA is om kritisch te volgen. Zou dat CDA wegvallen dan zou de bestaansreden van het GPV ook verdwijnen. En nu leek het er immers op dat het CDA een geweldige duikeling zou gaan maken?
Dat was voor mij reden genoeg om deze zieltogende partij te hulp te schieten en er dus op te stemmen.
Want nog eens, zou het CDA verdwijnen, dan was er voor het GPV ook weinig emplooi meer over. Ik proefde trouwens in de aftuiging door de media van het CDA zoveel vilein antichristendom (een verschijnsel dat zoals bekend het weligst tiert in omgevingen die voorheen christelijk zijn geweest).
dat ik ook alom die reden voor mijn medechristenen daar bloed voor het hart kreeg. De heer Schutte hoorde ik ook een keer zeggen dat het wegvallen van het CDA een verlies zou zijn.
Dat deed me goed; het was uit partijpolitiek oogpunt misschien geen verstandige, maar op een dieper nivo een zeer juiste opmerking. Je zou het dus samenvattend zo kunnen zeggen: Stemde ik tot dusver ten behoeve van het CDA op het GPV, dit keer stemde ik ten behoeve van het GPV op het CDA.

Anekdote
Dat brengt me op een aardige anekdote.
Het was in de vroege vijftiger jaren en ik studeerde nog in Kampen.
De ouderejaars studenten preekten regelmatig zondag aan zondag in het land rond. Dat was toen een van zaterdag- tot-maandag-gebeuren, want reizen op zondag was er niet bij. Men logeerde dus het hele weekend bij een familie en het was speciaal op de zondagavond dat er dan wat ouderlingen met hun vrouwen naar dat adres kwamen om met de jonge aanstaande predikant over het een en ander van gedachten te wisselen. Echt, zonder beroepingsbijbedoelingen, maar gewoon uit belangstelling. En met een goed kritisch nagesprek over de preek. Ik heb daar zelf ook nog zeer goede herinneringen aan. En zo kwamen dan die ouderejaars studenten 's maandagsmorgens met hele verhalen weerom. Eén van hen vertelde een keer bij thuiskomst dat hij op de zondagavond met verschillende broeders en zusters een heet politiek gesprek had gevoerd. Het GPV stond toen nog volop in de kinderschoenen, maar dat verhinderde mijn aanstaande kollega niet er een felle voorstander van te zijn. Hij had dus ten behoeve van het GPV wervend gesproken, met al de overtuigingskracht die hem eigen was.
'Maar', zei hij teleurgesteld, 'ik moest ze eerst AR praten, vóór ik ze voor het GPV open kreeg'. Het verhaaltje illustreert prachtig hoe de AR (en later dus het CDA) de vooronderstelling van het GPV was en is. En hetzelfde is natuurlijk van de RPFte zeggen. En zoals gezegd, ik ben nu bij de laatste verkiezing op die vooronderstelling teruggevallen.

Barmhartigheid
Op het CDA gestemd, zegt u? Op die partij dus die in deze kampagne zo modieus op de persoon van de heer Brinkman gespeeld heeft? Ja, het is waar, dat heeft mij ook niet zo aangestaan en ik denk dat deze partij bij de laatste verkiezingsronde haar lesje in deze wel geleerd heeft. Maar om haar nu om deze reden te laten vallen,dan ben je net zo persoonsgebonden bezig als je anderen verwijt. Want er is van het CDA gelukkig nog wel iets meer te zeggen dan dat ze dit keer een wat ongelukkige kampagne gevoerd heeft. Ik merk zelfs aan mezelf dat het CDA mij de laatste tijd principiëel wat nader begint te staan dan de kleinere christelijke formaties. Dat betreft met name het punt van de christelijke barmhartigheid, dat ik het CDA bij meerdere ontmoetingen met zijn rivalen ter rechterzijde sterk naar voren heb horen brengen. De barmhartigheid, die (zoals de apostel zegt) roemt tegen het oordeel. Ik moet zeggen dat me dat toch wel aanspreekt in een tijd die tot zoveel veroordelingen aanleiding geeft. Als ik een man als pater Koopman een stemadvies voor het GPV hoor uitbrengen, dan gaat er bij mij een lichtje branden. Een waarschuwingslampje.
Die kant moeten we niet op, denk ik dan. De mensen lasten opleggen zonder die zelf met een vinger aan te roeren, zei de Meester.
Daar lijkt voor mij al dat veroordelen op. Dat je voor jezelf streng bent, okee, daar gaat heel wat van uit, maar christe1ijke politiek kan er toch niet uit bestaan dat wij mensen die ons geloof niet delen, met ons verstaan van het gebod van God in het nauw brengen.

Verschillende godsdiensten
Wat mij de laatste tijd ook sterk bezig houdt is het feit dat wij in ons land verschillende godsdiensten zijn en ook zullen gaan herbergen. Eerlijk gezegd heb ik voor het goed omgaan met dit gegeven meer vertrouwen in het CDA dan in de kleinere christelijke partijen.
Ik ken natuurlijk het verwijt aan de grootste christelijke partij dat zij moslims tot haar ledenbestand toelaat en ik kijk daar ook vreemd tegenaan, maar van de andere kant, er spreekt misschien toch ook uit dat ze daar op politiek gebied terughoudendheid weten te betrachten met de christelijke identiteit. Is het trouwens zo gek om op politiek gebied tot een zekere bundeling of samenwerking te komen van alles wat religie is? Er zijn toch gezamenlijke belangen te behartigen tegenover al degenen die in onze tijd elke smaak van religie onder-drukken en iedere uiting daarvan uit het publieke leven willen weghouden? We kunnen dat moslim-lidmaatschap van zoëven wel uitleggen als een duidelijk blijk van verwatering bij het CDA, maar hoe zouden de kleine christelijke partijen het probleem dat hier ligt, dan willen aanpakken en oplossen? Je houdt je hart toch vast voor een politiek, die zich zegt te baseren op het verouderde artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ik heb bij dit laatste punt (de konfessiegebondenheid van het GPV, toegespitst op dat art. 36 over de taak van de overheid) wel eens vaker de vinger gelegd in ons blad, maar er is niemand van de klub daar die erop ingaat. Ik vind dat weinig netjes tegenover een oude klant. Dat lijkt echt te stammen uit de tijd dat men elk geluid uit de buitenverbandse hoek hautain negeerde.
Artikel 36 Maar goed, ik zeg zeker niet dat mijn stemmen dit keer op het CDA een definitief afscheid van het GPV is.
Daarvoor is mij die partij veel te sympatiek.
Zou ik haar echter verlaten, dan is het op grond van dit artikel wel duidelijk dat ik niet bij de RPF (om van de SGP maar te zwijgen), maar bij het CDA terecht kom. De RPFverdenk ik nog meer dan het GPVvan een artikel-
36-politiek. Van een politiek dus op basis van het genoemde belijdenisartikel, dat in zijn ongekuiste vorm aldus luidt (met schuindruk van de meest onmogelijke woorden die er onder invloed van Abraham Kuyper op een gereformeerde synode in 1905uit weggenomen zijn): 'Het is haar (= der overheid) taak niet alleen zorg te dragen voor de openbare orde en daarover te waken, maar ook de heilige dienst van de kerk te beschermen, om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst, om het rijk van den antichrist te gronde te werpen, en te bevorderen dat het koninkrijk van Jezus Christus komt en het Woord van het evangelie overal gepredikt wordt, zodat God door ieder geëerd en gediend wordt, zoals Hij in zijn Woord gebiedt'. Ieder kan zien dat dit, in gekuiste of ongekuiste versie, veel en veel te ver gaat. Hier worden (behalve enkele juiste taken) dingen naar de overheid toegeschoven die niet alleen te gek zijn om over te praten (de gewraakte woorden), maar waarvoor zij ook ten enenmale de middelen mist om ze te verwerkelijken.
Dit is gezegd in een tijd dat ons volk nog in de kerk zat en door de prediking tot het geestel ijke gevecht ter bereiking van deze doelen werd aangespoord. Argeloos liet men de overheid in die strijd voorop lopen. We moeten goed beseffen dat die droom voorbij is. In een tijd dat ons volk religieus piuraai is geworden, ziet de overheidstaak er heel anders uit.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief