Kerk tussen Niets en Alles

1994-07-15
  • Jaargang 38
  • nummer 14
Het mooiste dat de kerk in huis heeft en dat ze vooral moet bewaren is het besef dat ze niets heeft. Zij is geroepen om over God te spreken, over het Koninkrijk dat komt en over de goedheid van het leven met God. Maar zij heeft niets van de hemelse rijkdom in eigen beheer ontvangen. Het gaat om verborgenheden, geheimen. Niemand kan ze eenvoudigweg uitdelen. De kerk predikt het heil door Woord en sacramenten. Ze staat op de markt en wijst met uitgestok'en vinger naar Jezus, maar ze kan niemand het eeuwige leven geven. Ze brengt de levenswoorden ter sprake in de hoop dat de Geest oren en ogen zal openen zodat mensen gaan zoeken en vinden. Helaas wordt het Niets ook binnen de kerkmuren verdrongen. De tijd van Schortinghuis en zijn vijf dierbare Nieten ligt ver achter ons en de 155 preken die Smytegelt over 'het gekrookte riet' (Mat.:12:20,21) hield, worden alleen in Gereformeerde Gemeenten gelezen. We leggen liever de nadruk op de roeping van de mens in de wereld en op het natuurlijke leven dat voor onze voeten 'ligt. Maar waar de schrik voor het Niets wordt verdrongen verliest ook het Alles zijn glans. Zo wordt de kerk al te menselijk, werelds. De Paus meent woorden te kunnen spreken, die waar zijn en macht hebben. Synoden menen dat zij bij meerderheid van sternmen kunnen vaststellen wat goed is voor de kerk en dus wat de wil van God is. Bisschoppen denken te regeren. Dominees kunnen heel goed uitleggen waarom zij gelijk hebben. In de zichtbare kerk moet ook wel beraadslaagd en bestuurd worden, maar wat zijn de gronden van de overleggingen? Wil de kerk tussen Niets en Alles als een bedelares uit de hand van haar God leven of vertrouwt zij op wat zij aan macht heeft opgebouwd?
I De ware kerk weet dat zij machteloos is. Ze spreekt geen grote woorden en ze oordeelt niet over iedereen. Ze heeft genoeg aah haar eigen Nietswaardigheid en !ze richt zich op de toekomst waarin God Alles in allen zal zijn. Juist in die 'zwakheid ligt haar kracht. Beter gezegd: de erkende zwakheid is de kabel waarlangs de kracht van God wil komen. De belijdenis van het menselijke onvermogen van de kerk is structureel van aard.
"Gelovigen zijn mensen die op de Here Jezus wachten ", zei Blumhardt en hij deed in zijn onmacht een gezegend werk.
Hoe meer de kerk zich vasthoudt aan haar onvermogen, hoe vaster ze kan vertrouwen op de onuitputtelijke mogelijkheden van God. Wie kan met nul vermenigvuldigen dan God alleen?
Laten de namen van mensen maar verbleken. Als de blinkende morgenster zal de naam van Jezus over ons opgaan. Laten de stemmen van de wijzen maar zwijgen, dan kunnen we de schreden van God als de wind horen ruisen in de toppen van de bomen. Dan is het de dag om op te breken en te winnen (zie 2 Sam. 5:22-25). Een bijbelse gemeente heeft in de ene hand Niets en in de andere hand Alles. Daarom leeft ze bij schuldbelijdenis en genadeverkondiging, bij smeekgebed en lofprijzing.

Dit stuk vormt het slot van een artikel, getiteld: 'Tussen Niets en Alles", geschreven door dr. C. Vermeulen in het 'Hervormd Weekblad'. Op een duidelijke wijze wordt de positie van de kerk getekend. De kerk moet zich niets verbeelden. Want wanneer zij aan hoogmoed gaat laboreren, verloochent ze haar wezen. Kerk-Kuriakè - betekent immers: Wat bij de Kurios - de Here - behoort. De kerk is een doorgeefluik van waarden, die bestand zijn tegen de invloed van de wisselende tijden. Men moet zich als kerk goed bewust zijn waarom het ten diepste gaat, wat het geloof in God werkelijk inhoudt. Want "als in de kerk niet helder over de kern van de zaak, het geloof in God, wordt gesproken, lijkt de gemeente op een geheelonthoudersvereniging waarvan het bestuur een stelletje zuiplappen is. Zo'n vereniging is zo naar de knoppen", aldus de hervormde Oudtestamenticus dr. B. Maarsingh.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief