Het rijke leven

1994-07-29
  • Jaargang 38
  • nummer 15
De afgelopen week veel gelezen, veel tot me genomen, soms heel tegenstrijdige dingen. Onderling leken ze geen verband te hebben en toch viel ineens alles als een legpuzzel in elkaar.
Ten eerste: een kleine Roemeense jongen is door een hond gered en 'opgevoed'. Toen hij gevonden werd kon hij alleen als een hond leven. Na twee jaar in een tehuis, samen met zijn hond, blaft hij nog steeds, wil geen contact met andere kinderen (lees: de mens) en deelt zijn eten met zijn opvoeder. Iets anders: René Diekstra, door mij al eerder geciteerd, schrijft over neurochirurgie. Hij heeft het over de geleerde Wilder Penfield, een hersenonderzoeker, in 1976 overleden.
Gedurende zijn leven meende deze het bewijs te kunnen vinden voor het functioneren van de psyche, de geest van de mens in het onderzoek van de hersenen. Aan het einde van zijn lange leven kwam hij tot de conclusie dat de verklaring van de werking van de geest niet te vinden was in de werking van onze hersenen. Er blijft een deel over dat zich niet laat vangen. Dat wordt ondermeer duidelijk door de mate waarin de mens zichzelf kan beïnvloeden. Wij kunnen ons tot op zekere hoogte zieker of gezonder voelen door 'inbeelding'. We kennen allemaal wel mensen die veel langer leefden dan doktoren hen toegedacht hadden en anderzijds mensen die overal aan denken te lijden en die toch uiteindelijk weinig mankeren.
Diekstra gaat dan verder met de werking van ons onderbewuste o.a. in de droom en hoe belangrijk tegenwoordig de droomuitleg wordt gevonden bij onderzoek naar geestelijke problemen. Tenslotte constateert hij dat wij als mensen blijkbaar beschikken over een innerlijke kracht, een geest, die zelf niet volledig aan de wetten van de natuur is onderworpen. Deze kracht bevordert zelfvertrouwen en hoop, o.a. nodig bij het overwinnen van ziekte of problemen.
Voor Diekstra maakt het verder niet veel uit of we onze geest voorstellen als een 'supra-individuele geest zoals God, dan wel als een zelfstandig individueel onstoffelijk wezen'. Met andere woorden, het doet er niet toe waar we in geloven als we maar geloven want anders kunnen we het leven niet de baas. Een preek vanmorgen waarin de rijkdom van het ons door God geschonken leven aan de orde komt aan de hand van een stuk uit Prediker: het genieten van de alledaagse dingen die het leven ons biedt samen met de onzen, want zo heeft God het gewild.
Wat een levensvreugde voelde ik opkomen toen ik daarnaar luisterde. Het besef dat als je gewoon je leven leeft en de dingen doet die je hand vindt om te doen, je inzetten voor je medemens naast het genieten van wat je hebt, dat dat de essentie van ons bestaan als christen is. Tenslotte een bericht van Oost Europa zending, zo'n krantje dat je krijgt als je regelmatig wat schenkt. De confrontatie met intènse armoede en problemen samen met een volledig openstaan voor het geloof; vertrouwen en moed. Soms irriteert zo'n krantje mij omdat ik weet dat er veel narigheid in staat en ik wil daar niet altijd mee geconfronteerd worden. Toch pak ik het op en lees het en wordt telkens weer geroerd en ontroerd door wat daar gebeurd.
De mensen die het ondergaan en de mensen die er helpen, het raakt je.
Wat is nu de samenhang tussen al deze dingen. Een mens die van geboorte aan niet als mens opgroeit leert blijkbaar niet of met veel moeite zijn geest open te stellen voor andere mensen, voor het geestelijke. Daar moet dus een 'gevoelige' periode voor zijn. Anderzijds kan een hond een mens blijkbaar in leven houden maar niet tot mens opvoeden terwijl een mens wel allerlei andere wezëns kan vormen (o.a. honden). Mensen zijn ongelofelijk slim, kijk maar eens naar wetenschappers zoals bijvoorbeeld die hersenchirurg. Daarbij komt een ongelofelijke arrogantie: uiteindelijk is er niets meer in het menselijk bestaan dat een raadsel voor ons vormt. Ik moet denken aan die Russische kosmonaut lang geleden die verklaarde dat hij in het heelal God nergens tegen was gekomen. Keer op keer moeten dergelijke mensen tot de conclusie komen dat het niet lukt. Ze komen zo tot armzalige opmerkingen als: laten we dan maar in onszelf geloven. In de Bijbel ervaar je twee dingen heel sterk, zoals ook in de preek naar voren kwam. Niets is tegelijk zo simpel en zo krachtig als het geloof in God. Als wij ernaar leven maakt het ons, als wij het verwerpen breekt het ons. Wij willen in deze geavanceerde tijd alles zo ingewikkeld hebben dat we niet meer in eenvoudige oplossingen geloven. Dat kunnen we eenvoudig niet accepteren.
In Oost Europa is het leven terug (of nog steeds) op het bestaansminimum.
Deze mensen kunnen alleen nog maar op God hopen die hen kan helpen, en een aantal doet dat dan ook daadwerkelijk.
Je ziet bij die mensen het geluk terugkomen, de rijkdom van het leven.
God geeft het aan ons om mensen op te voeden en te vormen in rijkdom. Als wij daarmee verder gaan ons leven in zal het ons goed gaan in het land dat ons de Here geeft. Rest mijzelf niets anders dan dankbaarheid voor mijn eigen bestaan en het uitschrijven van een nieuwe cheque.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief