ZOA vliegt als eerste naar Kivali
1994-08-12
Rwanda - de beelden blijven ons op het netvlies gegrift. Wie begrijpt hoe het mogelijk is, zoveel dood en ellende?- Jaargang 38
- nummer 16
De burgeroorlog lijkt nu voorbij, het vluchtelingenprobleem is nog levensgroot. Een ontwricht land en talloze mensen die hun huis ontvlucht zijn. Zullen ze terug durven gaan en terug kunnen gaan?
Op dit laatste punt kan hulpverlening uit het westen echt iets betekenen. Zoals van de christelijke organisatie ZOA-Vluchtelingenzorg. Ik sprak met Els Hekstra, hoofd voorlichting van ZOA, een paar uur nadat haar organisatie het eerste vliegtuig met hulp rechtstreeks naar de Rwandese hoofdstad Kigali had gestuurd. Dat markeert toch de nieuwe situatie. "Je kunt echt zeggen dat de burgeroorlog over is. Sinds kort kunnen we zelfs veilig door het land rijden zonder escorte. In overleg met de nieuwe RPF-regering richten wij een medische post in, in het gebied waar op het moment tienduizenden Rwandezen terugkeren uit Zaïre. De regering zou graag zien dat er veel meer mensen terugkeren, maar velen zijn nog te bang of te ziek om de weg terug te kiezen. Daarom is het belangrijk dat we juist in Rwanda hulp bieden, om de mensen bver de drempel te helpen. Vandaag sturen we 30 ton infuusvloeistof. Dat is de enige redding voor mensen met cholera en het is absoluut noodzakelijk bij medische ingrepen".
Aanvullende hulp
ZOA is al vanaf april aanwezig in Rwanda om hulp te bieden aan de slachtoffers van de burgeroorlog.
"Ons doel is om overal ter wereld vluchtelingen te helpen, zonder aanzien des persoons en ongeacht de afkomst, het geloof of de politieke overtuiging van de vluchtelingen. In Rwanda hebben we eerst een onderzoeksteam gehad. Er bleek zo’n gigantische vluchtelingenstroom te zijn, dat wij dat als middelgrote organisatie onmogelijk aankonden. Toen hebben we met het RPF afspraken gemaakt over een bepaalde sector waarin wij zouden helpen. Daar hebben we eerst voedselhulp gegeven, maar ook allerlei spullen zoals jerrycans, emmers en zeep en een aantal watertank-wagens.
Daarna kon de medische zorg beginnen en wij vinden het dan heel belangrijk, dat je niet zomaar een westerse hulp-ploeg neerzet. We proberen aanvullend en assisterend bij de plaatselijke bevolking te helpen. Want er zijn best 'dokters', alleen hebben ze geen spullen en komen ze soms kennis tekort. Daar proberen wij wat aan te doen, want anders krijg je toch een nieuwe afhankelijkheid". Noodhulp, zoals in Rwanda, geeft ZOA nog maar sinds een jaar of twee. Doorgaans werkt de organisatie juist aan meer structurele projecten, waar in veel langere tijd iets wordt opgebouwd.
Maar aan rampen kun je niet voorbijgaan. En daarom is er een noodhulpbrigade opgericht. "Dat zijn mensen met ervaring, die vroeger in een van de structurele projecten van ZOA hebben gewerkt en die teruggekeerd zijn naar Nederland. Ze hebben daar hun plaats in het maatschappelijk leven weer gewoon ingenomen, maar ze zijn bereid om verlof op te nemen en voor kortere tijd zich te laten uitzenden naar plaatsen waar zich een noodsituatie voordoet. Dankzij hun ervaring kunnen ze dan onmiddellijk aan de slag. Er zijn artsen en verpleegkundigen bij, maar ook bouwvakkers en een soort managers die een project kunnen leiden." In een·situatie als Rwanda zijn er op verhouding maar weinig Nederlanders uitgezonden, namelijk vijf man en vrouw. Daarnaast zijn er mensen bij betrokken van de Zwitserse organisatie MedAir, met wie ZOA in dit geval samenwerkt.
Maar het belangrijkste is de samenwerking met de lokale Ugandese hulporganisatie A.E.E.
Trouw beloven
"Vanuit onze christelijke overtuiging vinden we het wel erg belangrijk om noodhulp te bieden, maar we vinden dat het daar niet bij mag blijven. We willen ook een stuk trouw beloven aan de mensen aan wie wij hulp verlenen.
Zodat ze niet de indruk krijgen dat wij weer vertrokken zijn als de rnediarnachine verdwenen is. Juist die continuïteit, die trouw, is in deze omstandigheden zo belangrijk, al was het alleen maar vanwege de talloze weeskinderen die je aantreft. Toch weten we heel goed, dat wij als westerse mensen daar niet altijd kunnen blijven. Aan de ene kant omdat we daar de mensen niet voor hebben, maar meer nog omdat we toch altijd westerse hulpverleners blijven, die de cultuur niet echt kennen en daarom ook niet altijd kunnen bepalen wat er nu werkelijk nodig is. Daarom zoeken we bij noodhulp altijd naar een christelijke partner ter plaatse, met wie we kunnen samenwerken en aan wie we na afloop van de noodhulp de zorg ook kunnen overdragen. In Rwanda is dat de christelijke organisatie A.E.E. uit Uganda, die al heel lang in Rwanda werkt. Nu kunnen we hen steunen met mensen en materieel, straks willen we hen in elk geval financieel blijven steunen, door Rwanda ook een plaats te geven in onze structurele hulp." Midden in de ellende van Rwanda treffen de hulpverleners toch christenen aan, die verbijsterd zijn over het geweld in hun land. "Zij willen graag meehelpen om iets aan de nood te doen en ze hopen dat God de situatie in hun land ten goede zal keren. Want van inkeer en vergeving zal het toch moeten komen, willen mensen elkaar ondanks hun verschillen accepteren om Jezus' wil." Zo zegt Els Hekstra, betrokken bij de christel[jke hulp aan vluchtelingen.