Stoere Jan

1994-08-12
  • Jaargang 38
  • nummer 16
Op een dag kwam Jan binnen op de instelling. Samen met zijn maatschappelijk werker. Hij had een tas met kleren en een duif in een hokje bij zich. Zijn dossier bestond uit één velletje papier. Een jongen van 18 jaar, zonder voorgeschiedenis. Op een briefje een in hanepoten geschreven adres en telefoonnummer in Amsterdam, van zijn zus. Van zijn ouders ontbrak ieder spoor.

Ik ben toch sterker!
Jan vertelde dat hij op een boerderij had gewerkt. Hij wilde dat nu weer gaan doen, want hij had hier ook al een boerderij gezien. Dat kon hij wel, dieren verzorgen. In mensen bleek hij minder vertrouwen te stellen. Daarom probeerde hij direkt te imponeren. "Als je maar niet denkt dat ik alles doe wat jullie zeggen. Als ik boos word kan ik mezelf niet tegenhouden!"
Jan was zijn werk en daarmee zijn onderdak kwijtgeraakt. Op een kwade dag scheen hij het te bont te hebben gemaakt. Waaruit dat 'bont maken' precies bestond, was niet helemaal duidelijk. Jan had immers geen dossier en hij wist ook niet het adres van de boerderij. Je kon er met de trein komen en daarna met de bus. Dat was dan vanuit Amsterdam gezien, want dat was het centrum van de wereld van Jan. Nadat hij ontslagen was op de boerderij, ging hij weer met de bus en de trein naar Amsterdam. Uiteraard zonder kaartje. Jan kon zich niet herinneren dat hij ooit een kaartje had gekocht.
"Ik doe gewoon of ik ze niet snap. En als ze me willen arresteren, dan sla ik ze in elkaar. Ik ben toch sterker als hun!" Jan was op zoek gegaan naar zijn zus in Amsterdam. Hij had een paar nachten bij haar geslapen. Een succes werd het niet en hij was op straat gezet. Daarna was hij aan de zwerf geraakt in Amsterdam. Hij had zich een aantal maanden weten te handhaven, totdat hij in contact was gekomen met justitie.

Camouflagepak
AI direkt na zijn opname in de instelling bleek dat Jan handig was in het leggen van kontakten. Hij had ook al ruzie, want Jan had een vereniging opgericht en had alvast de contributie geïnd. Voor f 2.50 kon je met hem gaan vissen. Dat leek een aantal bewoners van de instelling een goed idee. Jan was slimmer dan zij en hij hield er een leuke avond in een café aan over. Ook kocht Jan een camouflagepak, waarmee hij als een soort Rambo indruk probeerde te maken. Dat lukte ook; tennminste: bij jongere kinderen. Daarom zag je altijd een groep jongere kinderen uit het dorp achter Jan aan fietsen. Met zijn eigen leeftijdgenoten uit het dorp trok Jan niet op. Hij kon niet tegen hen op en zij ergerden zich aan zijn gedrag.

Regels
Het zou een hele klus worden om Jan te laten wennen aan een aantal regels die nu eenmaal in iedere woongemeenschap gelden. Hij vond die regels maar kinderachtig. Je wassen? Onzin! Tandenpoetsen? Flauwekul! Aan tafel zitten? Ik haal ergens anders wel een boterham! lets lenen? Wie zegt er dat ik het terug moet geven? Afwassen? Dat is iets voor vrouwen! Ruzie met iemand? Dan sla je hem toch in elkaar?
Want wie het sterkste is, die heeft gelijk! Jan moest erg wennen aan het idee dat de mensen in zijn omgeving echt om hem gaven, in hem wilden investeren. Wie altijd in de steek is gelaten, zal op den duur geen bindingen meer aan durven te gaan. Zodra iemand te dicht bij kwam, zorgde Jan wel dat hij het contact kon verbreken. En toch ging je geleidelijk aan aan hem merken dat hij zich op zijn manier thuis ging voelen op de instelling. Als hij zich lekker voelde, kon hij dat stoere gedrag even laten schieten. Zo zat hij een keer op de bank, naast zijn begeleider, met....een duim in zijn mond.
Toen hij het merkte, schrok hij er zelf zo van dat hij meteen naar zijn kamer rende en zijn hardrockmuziek keihard aanzette.

Alleen maar stoer?
Er werd feest gevierd op de instelling. De zus van Jan was ook uitgenodigd. Voor iedereen was er familie. Jan liep zenuwachtig heen en weer en keek steeds uit het raam. Het personeel probeerde hem af te leiden en hem extra aandacht te geven. Toen het tijd werd om te eten, werd het Jan teveel. Hij liep naar de gang en ging daar stil in een hoek zitten. De tranen liepen over zijn wangen. Een grote jongen, met een heel klein hartje. Zijn stoere buitenkant was camouflage, net als zijn Rambo-pak. Hij was wel stoer, maar tegelijk: 0 zo kwetsbaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief