Crisis om het gouden kalf (4) over Exodus 32 t/m 34
1994-08-12
Op veel plaatsen in ons land zijn herstelde dijkdoorbraken te zien. Meestal hebben de dijkbouwers een ringdijk aangelegd vanaf elk van beide dijkstukken aan weerskanten van de doorbraak. De verbinding van beide ringdijken in het stroomgat betekent dan het herstel van de doorbraak.- Jaargang 38
- nummer 16
Dit kun je gebruiken als beeld voor het herstel van een verbroken verbond door een nieuw verdrag. Ex 34 laat zien dat de levensgevaarlijke crisis om het gouden kalf voor Israël wordt bezworen door herstel van het geschonden verbond, vss 1, 4, 28. Duidelijk is ook dat dat gebeurt door een apart verdrag, zie de hele nieuwe ontmoeting op de berg en vss 10,27.
De lieflijke Naam
De maatregelen van vs 3 doen denken aan die van 19:12v en 21vv. Wel een bewijs, hoe werkelijk Jahwe Mozes' hartstochtelijke pleidooien verhoord heeft. Hijzelf verschijnt er opnieuw voor op de Sinai in een wolk. De geduchte verschijnselen van 19:16 en 18v worden deze maal niet vermeld, mogelijk omdat de sluiting van het reparatieverdrag zich geheel tussen Jahwe en Mozes afspeelt. Mozes' ontmoeting met God in Zijn majesteit vindt plaats zoals Jahwe hem beloofd had. Ze maakt deel uit van de nieuwe verbondssluiting. Jahwe's uitroepen van Zijn Naam voor Mozes betekent het opnieuw vestigen van Zijn heerschappij over Israël, zoals dat de eerste keer in het woord van 20:2 gebeurd was. Vs 6 vertale men: "Jahwe ging namelijk aan hem voorbij en riep uit..." Het is inderdaad 'een lieflijke Naam'. Ik vertaal:
Zich ontfermend en gunstrijk,
geduldig, groot in trouwen betrouwbaarheid.
Die (Mijn) trouw handhaaf jegens
'duizenden',
die onrecht, overtreding en misstap
wegneemt,
maar beslist niet ongestraft laat gaan...
Het woord 'duizend' duidt hier, net als in 20:6 vgl. 5, de familie-eenheid (clan of vendel) aan. In de laatste regel zit een bepaalde spanning: God is uiterst royaal in vergeving, maar laat niemand dat verkeerd opvatten, als zou er een loopje met Hem te nemen zijn. Paulus legt dat later helder zo uit, dat er geen sprake is van bij de zonde blijven opdat de genade zal toenemen, Rom 6:1. Vergeving is tot omkeer en vernieuwing, niet een premie op doorgaan in het kwaad.
Kleur
Daarmee heeft de Naam van 3:13v de 'inkleuring' gekregen van Gods genade over Zijn zwak en feilbaar volk.
Geen wonder dat we déze Naam (met wat variatie of bekorting van de termen) door het hele OT heen vinden.
Men zie Num 14:18, Dt.7:9v, Ps 103:8, Ps 145:8vv, Neh 9:17, Joël 2:13, Jona 4:2. Een uitlegger tekent aan: "Vergeving van overtredingen is dus pure genade van de zijde van YHWH (33:19), niet het recht van de overtreder."
Mozes gaat nu ogenblikkelijk in op de inhoud van de Naam die is uitgeroepen. Het wemelt hier weer van de verdragstermen. Geen wonder, want we zijn in de sfeer van de sluiting van het vernieuwingsverdrag. Als vertegenwoordiger van de - in dit geval ook nog schuldige! - vazal in het verdrag, claimt Mozes de zojuist atqekondlqde amnestie. Dit blijkt in zijn houding, en in het herhaalde 'Heer' waarmee hij Jahwe aanspreerkt. Ook in het verzoek dat God Israël (opnieuw) als Zijn erfdeel, dwz Zijn bijzonder domein, zal aanvaarden.
De nieuwe 'dijk'
Vs 10 is te vertalen: "Hij (Jahwe) zei: zie, Ik van Mijn kant sluit (er) een verbond (op)". Uiteraard worden de beloften van dit verdrag, vs 10 en vs 11b, gevolgd door bevelen. Opvallend is dat die bevelen allemaal betrekking hebben op de verering en dienst van Jahwe. Sommigen spreken hier dan ook van een 'cultische dekaloog' (dwz Tien Woorden inzake eredienst en verering) van Jahwe. Dat dan in onderscheid van de 'ethische' (= zedelijke) Tien Woorden van hfdst 20. De tegenstelling lijkt me niet juist. Verering van God zonder daarbij passende levenspraktijk is voor Hem onbestaanbaar.
Wél is echter juist dat hier een nieuw verdrag aan de orde is, een verdrag tot herstel van het verbond van Sinai.
Van dit nieuwe verdrag wordt de basis gevormd door de vergeving van Jahwe, en het perspectief door Zijn geduchte beloften voor Zijn erfdeel. De bepalingen zijn stuk voorstuk toegespitst op het vertrouwen in Jahwe en het dienen van Hem. Niet als los van het leven bestaande eredienstrituelen. Maar als vormen voor het omgaan met God in geloof. Had niet de zonde van het niet-vertrouwen van Jahwe Israël net bijna de ondergang gekost? Een nieuwe dijk wordt nu eenmaal ontworpen met het oog op de gebleken gevaarlijke situatie.
Toegang verboden
Men moet hier dus niet van nationalisme en isolationisme spreken. Jahwe wil bewerken dat Israël verweer heeft tegen de zuiging van de afgodendienst van Kanaäns volkeren. Vandaar: geen verbond met hen, vs 12 en 15, vernietiging van hun altaren etc. vs 13, geen onderlinge huwelijken vs 16, en geen gegoten beelden vs 17 (zoals het kalf er één was geweest!). Het motief is simpel: Jahwe wiens Naam Naijverige is, neemt het ècht niet, als Israël voor andere goden valt. En evenmin als Israël Hem behandelt zoals heidenen hun goden manipuleren.
Positief
Tot Israëls verweer tegen dat heidens denken en voelen hoort positief de zegen van het goede leven door vertrouwen op Jahwe. Daarom, vss 18-20, het gedenken en vieren van Zijn bevrijding: het feest van het ongezuurde brood inclusief de bepalingen over de lossing van eerstgeborenen, zie Ex 12 en 13. Verder de wekelijkse sabbat ook bij drukte, vs 21, en de beide andere feesten, vs 22 e.v. In al deze bepalingen zit het element van ruimte en vrijheid die Israël zal genieten door zijn leven zo intens met Jahwe te verstrengelen, vs 24,26a. Dat is iets omook voor een evangelisch gereformeerd mens - niet te vergeten. De sabbatten waren er voor bevrijding, barmhartigheid en leven. En er is in deze bepalingen maar weinig dat niet onder de noemer 'sabbatten' valt...
De slotbepalingen hebben vast te maken met Kanaänietische praktijken om voorspoed af te dwingen, dus het tegendeel van bouwen op de vrije gunst van Jahwe.
Het reparatieverdrag afgekondigd
Het staat er nog scherper dan NV je laat denken: "schrijf u deze woorden op, want naar luid van (of: volgens) deze woorden heb Ik met u een verdrag gesloten". Dat zijn dus de woorden van vss 10 t/m 26. Mozes vast opnieuw 40 dagen \ en ontvangt dan van Jahwe de nieuwe tabletten met de akte van de - nu herstelde - verbintenis van hfdst 20.
Afstraling
Wat hier meegedeeld wordt van de straling van Mozes' gezicht, en van de huiver van Aäron en de vorsten van Israël daarvoor, spreekt voor zich. Zijn huid straalde doordat hij met Jahwe gesproken had, zegt de tekst eenvoudig.
Waarom zou Jahwe dat niet letterlijk van Zijn vertrouweling Mozes laten afstralen?
'Verklaren' is hier moeilijk. Er zijn er die willen denken aan de (uit)straling van het geestelijk lichaam dat de opgestane kinderen van God beloofd is, 1 Cor 15:44. M.i. is het beter te verwijzen naar Christus' verschijning tijdens de zgn. verheerlijking op de berg, Mt 17:1-8, vooral vs 2. Wat Mozes bij zijn terugkeer van de Sinai doorworsteld en van Jahwe ontvangen heeft, vindt immers dáár zijn vervulling? Mozes' gezicht straalde doordat hij met Hem gesproken had.
Maar alleen Jezus Christus mag in persoon heten "de afstraling van Zijn heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen" Hebr 1:3.
Baken
Misschien wordt de winst van dit nieuwe verdrag voor het oude door niets zo duidelijk gemaakt als door vergelijking van 33:7-10 met 40:34-38. De tent-op-afstand heeft toch plaats gemaakt voor Gods tabernakel in Israëls midden.
Het heeft maar een haar gescheeld of alles wat God schonk was weggeslagen in de knieval voor door mensen gemáákte godsnabijheid. Maar Exodus eindigt toch met de aanwezigheid die Jahwe in genade geeft. Onze eigenwilligheid overwonnen door Zijn ontferming.
Noot
1. Men vergelijke Ex 24:18, 1 Kon 19:8, Mt 4:2 e.p.p. Zie Prof B. Holwerda, OT Voordrachten lil, Kampen 1957v, p 235v en 267.