50 jaar Vrijmaking
1994-08-12
Stand van zaken- Jaargang 38
- nummer 16
Vijftig jaar geleden, op 11 augustus 1944, werd in de Lutherse kerk in Den Haag de "Akte van Vrijmaking of Wederkeer"
door velen uit de Gereformeerde Kerken ondertekend. De Vrijmaking was een feit. In de loop der jaren zouden velen volgen die zich niet gebonden achtten aan de besluiten van de Generale Synode. De Vrijmaking heeft in kerkelijk Nederland haar sporen nagelaten. In de Gereformeerde Kerken, die daarna een duidelijk andere koers zijn gaan varen, nadat een niet onbelangrijk smaldeel buiten de boot was gevallen. Maar niet minder ook omdat de Vrijgemaakte Kerken van zich lieten horen. Ook al kozen de vrijgemaakten in zekere zin voor het isolement, de oecumene was in geen enkel opzicht aan de kerken besteed, ze timmerden wel aan de weg. Doorgaande reformatie werd in de Vrijgemaakte Kerken een belangrijk item en werkte door in het gehele leven. In de politiek (GPV), het maatschappelijk en sociale leven (GMV/GSEV), onderwijs (eigen scholen) en cultuur (GOV, talloze eigen organisaties).
In de Vrijgemaakte Kerken wordt veel aandacht gegeven aan dit jubileum. Maar meer afstandelijk dan 10 tot 15 jaar voor mogelijk werd gehouden. Nog jaren na de breuk van 1967 (de buitenverbandstelling) was het vuur van het ware-kerk-zijn bij lange na nog niet gedoofd. Inmiddels is er een kentering gekomen en kijken ook vele vrijgemaakten kritischer naar de eigen geschiedenis. Het herdenkingsnummer van "Bij de Tijd" is daar een duidelijk voorbeeld van. Door de pijnlijke en verdrietige ervaringen, opgedaan in een kerkelijke strijd die een nieuw kerkverband opleverde, is in onze kerken minder aandacht voor dit jubileum. Toch liggen in de Vrijmaking ook onze wortels en het is goed om daar aandacht aan te besteden. Ik wil dat doen in gesprek met een drietal predikanten die de Vrijmaking bewust hebben meegemaakt, ook al waren twee van hen in die tijd nog geen predikant.
Ds. J. Kranenburg is op latere leeftijd predikant geworden. Midden in de kerkelijke strijd, in 1967, beroepen in IJsselmuiden-Grafhorst en van '69-'78 predikant van de Tehuisgemeente in Groningen. Het gesprek is door hem zelf op papier gezet, een persoonlijke terugblik en taxatie van het heden.
Ds. J.O. Mulder was al ver voor de Vrijmaking predikant. Eerst in Hardinxveld, daarna in Langerak en de Vrijmaking maakte hij mee in Hattem. Van 1951 tot aan zijn emeritering in '73 predikant in Kampen.
Tenslotte ds. H. Stolk, hij werd in 1958 predikant in Blokzijl (N.O. Polder), maakte de scheuring mee in de nieuwe polder, in de gemeente die toen Oostelijk Flevoland heette en nu Dronten. Van 1971tot z'n emeritering in 'SS diende hij in Kampen. Hoe kijken zij tegen de Vrijmaking aan en wat is voor hen het eigene van de Vrijmaking, dat wat van blijvende waarde. is ook voor onze Nederlands Gereformeerde Kerken.
"Vrijgemaakt voordat de Vrijmaking begon"
Ds. Mulder u bent de oudste predikant in onze kerken. Dit jaar vierde u uw 65 jarig jubileum. U hebt uw theologische opleiding ontvangen aan de Vrije Universiteit van 1923-1929. Eén van uw hoogleraren was prof. Hepp. Het klimaat aan de V.U. ademde toch niet de sfeer van wat wij nu noemen "de reformatorische opleving van de dertiger jaren"? Hoe bent u in Amsterdam terecht gekomen en niet in Kampen?
M. Mijn moeder wilde graag dat ik dominee werd en ze heeft daar ook veel voor gebeden. Ik denk dat van wezenlijke betekenis geweest is voor mijn roeping tot het ambt van dienaar des Woords. Maar mijn vader, die hoofdonderwijzer was in West-IJsselmonde, was daar eigenlijk helemaal niet zo voor. Hij wist blijkbaar heel goed wat er in het kerkelijk wereldje te koop was. Hij zei tegen mij: ik zou je niet aanraden om dominee te worden, want je wordt de wrijfpaal van iedereen. Vader was een VU-man, en dus ging ik naar Amsterdam, waar prof. Hepp, één v.ande latere tegenstanders van Schilder; dogmatiek doceerde. Hepp stond in de lijn van Kuyper, ook wel van Bavinck, en wilde die lijn verder uitbouwen. Hepp was een goed docent enik was in die begintijd sterk beïnvloed door Kuyper.
Hoe bent u in aanraking gekomen met de beweging in de Gereformeerde Kerken, waaruit later de Vrijmaking is voortgekomen, met mensen als Schilder en Janse?
M. Vader las het blad van de School met de Bijbel, waar Janse regelmatig in publiceerde, en daaruit proefde je de liefde voor het Woord van God, de eerbied voor de Schrift en dat heeft zeker invloed op mij gehad. Ik las dat blad graag. En moeder bracht op haar manier ons de liefde bij voor Gods Woord. Elke dag las zij met ons de Bijbel en als kinderen moesten we dan om de beurt een gedeelte lezen. In de pastorie kwam ik in aanraking met K. Schilder. Niet dat ik hem regelmatig ontmoette of hem achterna liep, ik las de jeugdpreken van Schilder, de overdenkingen in de Reformatie uit z'n vroege periode, die vond ik het best en ik heb hem wel eens horen preken en dat boeide mij bijzonder.
En zo ben ik langzaam maar zeker weggegroeid bij Kuyper vandaan en onder invloed gekomen van de mensen rondom Schilder, Veenhof en Holwerda, bij wie ik later vanuit Hattem samen met ds Goris nog college heb gelopen.
hebt de Vrijmaking meegemaakt in Hattem, waar u van 1940-1951 predikant bent geweest. Daarna bent u naar Kampen gegaan. Het waren de jaren waarin de doorgaande reformatie gestalte kreeg. De doorwerking van de kerkelijke gescheidenheid op alle terreinen van het leven. Hoe kijkt u op die eerste periode van de Vrijmaking terug?
M. Ook ik heb in die beginjaren gestaan voor de gedachte van de doorgaande reformatie. Je was er trots op dat je Vrijgemaakt was. Preken tegen de valse kerk, de hervormde en synodale kerk, het warm lopen voor de gereformeerde organisaties. En dat gebeurde ook in Kampen met grote felheid.
U hebt daar ook afstand van genomen, anders had u de Open Brief niet ondertekend. Wat is daar de oorzaak van geweest?
M. Ik ben van nature een wat verlegen mens. Geen man voor organisaties, meer op mijzelf. Ik heb me over wat ik dacht in het publiek nooit zo uitgelaten. Het was daarom voor velen ook een verrassing dat mijn naam onder de Open Brief stond. Maar dat afstand nemen begon al veel eerder, net zoals bij Visee, Bouwsma en Lindeboom, wat ook niet iedereen heeft kunnen meemaken, dat is begrijpelijk. Maar het hing samen met het hoogmoedige van onze kerken, het zichzelf verheffen boven de anderen. De kerk, de kerk .... In plaats van de Here Jezus kwam de kerk in het centrum te staan. En ik heb nooit iets anders willen preken dan juist het evangelie van het kruis en de opstanding. Daarvoor waren mijn ogen geopend in de jaren dertig. Een manier van Bijbellezen, die je leerde je vertrouwen te stellen op Gods beloften.
Ik denk dat deze manier van omgaan met de Schrift van blijvende waarde is ' ook voor onze kerken. Dat moeten we vasthouden, juist in de prediking. En daar ben ik dankbaar voor. Wat mij betreft de jaren na de breuk zijn voor mij daarom de mooiste tijd van de Vrijmaking geworden.
"Ik schrok me lam van de benauwende sfeer waarbinnen de zekerheid van het kleine kringetje niet bediscussieerd kon worden"
Ds. H. Stolk had in 1944,toen de Vrijmaking plaats vond, net eindexamen gymnasium gedaan. Dat was het gereformeerd gymnasium aan de Keizersgracht in Amsterdam, waar het bekende gereformeerde volkje goed vertegenwoordigd was. Hij dook dat jaar onder, was in Engeland en België, kwam weer terug in Nederland, wilde wat terugdoen en ging voor drie jaar naar Nederlands-Indië. Na terugkeer in het vaderland ging hij theologie studeren in Kampen.
Wat hebt u van de Vrijmaking meegemaakt en door wie bent beïnvloed?
S. Ik was door de oorlog losgeweekt van de plaatselijke gemeente en ben vrijgemaakt geworden in de korte periode dat ik na de oorlog weer terug was in Nederland. Ook mijn ouders en mijn broer hebben zich in die tijd vrijgemaakt.
Inhoudelijk kon ik met de besluiten van de synode niet uit de voeten. Als het waar is wat de synode wilde leren, dan heb je als dominee niet veel meer te vertellen. De zekerheid van het geloof rust immers in de beloften van God. Als je het houvast van wat God zegt gaat leggen in de mens heb je geen been om op te staan. En daar komt bij, ik moest niets hebben van dat dictatoriale, van een synode die gehoorzaamheid eist. Dat hautaine. Aard en karakter speelden ook een rol bij het vrijgemaakt worden.
Wie mij beïnvloed heeft? Ik denk met name aan S.G. de Graaf, onze godsdienstleraar op het gym. De manier waarop hij met de Schrift omging en ons de vastheid van Gods beloften en verbond uitlegde.
U kwam in de jaren vijftig aan de Theologische Hogeschool. Het was de tijd van de doorgaande reformatie, ook in Kampen lusten ze er wel pap van. Hoe hebt u dat beleefd?
S. Verbaasd en verbijsterd! De sfeer daar. Als 26 jarige werd ik ontgroend op een manier ..... Maar ook kerkelijk ben ik me lam geschrokken. Benauwend. De zekerheid van het eigen kleine kringetje mocht niet bediscussieerd worden. Ik ben in die tijd voor een goede preek nog weleens naar lJsselrnuiden gevlucht, naar Van Leeuwen. Ik heb weleens gedacht, als ik nog dominee wordt dan niet op een vrijgemaakte preekstoel. Van De Graaf heb ik het positieve geleerd. In Kampen was alles kerkelijk boven kritiek ontheven. Dat kritiekloze. De Vrijmaking gefundeerd in het feit dat de ander niet deugt. Geen raad weten met een goeie synodale. Het was heel verstikkend.
U bent tóch predikant geworden in de Vrijgemaakte Kerken. In de polder, in Dronten, hebt u de scheuring meegemaakt.
Hoe kijkt u daar op terug?
S. In 'Bij de Tijd' las ik een tijdje terug een opmerking die bleef haken: "We zullen als vrijgemaakten moeten erkennen, dat we de buitenverbanders pijn hebben gedaan". Dat is waar, zo ervaar ik dat ook, maar het moet nog sterker gezegd worden: "We hebben ze bewust pijn gedaan". En het klinkt misschien heel wonderlijk, voor mij was de bevrijding groter dan de pijn. Dat benauwende, naar binnengekeerde maakte het voor mij onmogelijk om aan de kant van de synode te gaan staan. Niets mocht bediscussieerd worden.
Er is inmiddels heel veel aan het veranderen in de Vrijgemaakte Kerken. U noemde zo pas al 'Bij de Tijd', het herdenkingsnummer, waarin prof. Douma wat afstand neemt van de synode van Hoogeveen. Bent u daar blij mee?
S. Het klinkt vreemd, maar ik heb eerder medelijden met ze. Douma zegt: "hebben we ze wel altijd recht gedaan".
Maar ze zullen wat er toen gebeurd is echt voluit bespreekbaar moeten maken. Er wordt nog te veel goedgepraat. En ze strooien zich zelf zand in de ogen. Nu discussiëren ze over de vraag, waar die harde lijn van de doorgaande reformatie vandaan komt. Van Greydanus of van Schilder. Maar daar schiet je niets mee op. Je moet gewoon durven zeggen: Wij waren zo hard in die tijd. Wij hebben het zo aangepakt. En je niet gaan verschuilen achter Schilder of Greydanus.
Welke elementen uit de Vrijmaking acht u voor vandaag nog waardevol en rechtvaardigen die het bestaan van onze kerken?
S. Het belangrijkste wat we geleerd hebben is buigen voor Gods Woord. In dat Woord van God ligt de zekerheid van ieder die gelooft. De Schrift ging weer voor ons open doordat er hei lshistorische lijnen werden getrokken. Ik denk o.a. ook aan het werk van Holwerda. We zijn daardoor verlost van, wat ik voor het gemak maar noem, de verhaaltjespreken. De exegese is de baas geworden over de dogmatiek, de scholastiek. Ik denk dat we, ook als Nederlands gereformeerden, ervoor moeten waken niet terug te vallen in een exemplarische prediking. Ik ben daar wel eens bang voor. En je moet je niet te veel fixeren op het eigene.
Dat je dat door een vergrootglas gaat bekijken en zegt: Dit is het nou helemaal. De voordelen kunnen immers heel gemakkelijk omslaan in nadelen. 'Het zo spreekt de Here', kan omslaan in een overspannen ambtsopvatting. Winst kan verlies worden. Winst rnoet: je uitbouwen en daarom moet je waken voor doorslaan. Als Nederlands gereformeerden willen we de evangelische vrijheid niet meer missen.
Het werk van de Geest leren zien, waar we het niet verwachten, over de grenzen van je eigen kerk heen. Dat moet je blij en ronduit durven erkennen. God er voor danken wanneer er in een andere kerk goede dingen gebeuren.
Je moet oecumenisch zijn waar je dat kunt. Niet te gauw de zaak dichtspijkeren. Ook tegenover onze belijdenisgeschriften mogen we best een wat evangelischer houding aannemen. Kunnen en durven zeggen: onze vaders hadden het op bepaalde punten wel wat bijbelser kunnen formuleren. Maar bij alle verdriet die ik in die scheuringen gehad heb, de dankbaarheid was desondanks groter dan de pijn.