Dorst

1994-08-26
  • Jaargang 38
  • nummer 17
Ze zou niet lang meer leven. Een paar weken had ze al geen eten meer naar binnen kunnen krijgen. Ze kreeg alleen maar water. Maar nu lukte dat zelfs niet meer.

Ze hoorde niet bij onze gemeente.
Trouwens, ze was van geen enkele kerk lid. Vroeger wel, maar daar had ze twintig jaar geleden al mee gebroken.
En nu lag ze te wachten op de dood.
Nog maar vijfenveertig jaar oud.

Buren van haar hadden mij met haar in contact gebracht. Best moeilijk hoor.
Voor haar en haar man en twee kinderen.
Ook voor mij.
Maar God opende harten. Ze kon haar verhaal kwijt. Haar 'verhaal'?
Haar nood, haar schuld, die alleen maar aan God bekend was.
En deze bekende ze aan Hem. Dat gaf lucht.

Toen kwam de dorst opzetten. Lichamelijk.
Ze kon geen druppel meer door haar keel krijgen.
De dood huisde in haar lichaam. Maar ze had ook dorst naar God.
Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen zo verlangde haar ziel naar God.
Ze kende Psalm 42 en ze wist van Jezus Christus die gezegd had: "Wie dorst heeft kome tot Mij!"
Dat hebben we samen gelezen en ze dronk de woorden in.

Tot die zaterdagavond kwam.
Als iemand niet gelooft, dat de duivel bestaat, zou hij die avond tot een andere overtuiging zijn gekomen.
Het leek wel alsof de satan zich op de rand van het ziekbed had gezet.
"Het is niet waar, wat je mij verteld hebt van dat levende water en zo!"
Het leek een woestijn waarin we ons bevonden.
Zelfs de fata morgana was weggevlucht. Zij had al die tijd met de ogen dicht gelegen. Maar nu stonden ze wagenwijd open.

Er lag schrik in. Angst.
Toen heb ik tegenover die woorden het woord van Jezus geplaatst: "In het huis van mijn Vader zijn vele woningen.
Als dat niet zo was had Ik u dat Wel gezegd!"
"Als Jezus Christus niet het levende water was, had Hij dat ook wel gezegd. Maar Hij is het."
De ogen vielen weer dicht.
De satan had zich nu heel klein gemaakt in een hoekje van de kamer.
De vrede kwam.
Het moede schaap dronk weer.

Twee dagen later stierf ze. Haar man was bij haar. Hij hield haar hand vast.
"Laat me los", zei ze.
Hij deed het.
"De deur staat open ", zei hij".
"Ja, Hij is er. Hij haalt me thuis!"

De satan was nu halsoverkop de kamer uit gevlucht.
Het moede schaap was in huis van Vader. Hij voerde haar aan zeer stille wateren.
Wie van dit water drinkt zal in eeuwigheid geen dorst meer hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief