Landelijk geworstel funest voor plaatselijke samenspreking
1994-09-09
Zaterdag gaan ze weer, een veertigtal afgevaardigden.- Jaargang 38
- nummer 18
Op naar de vijfde editie van de Landelijke vergadering in Apeldoorn met onder hun arm geklemd de rapporten van de commissies binnen- en buitenlandse contacten. Het zijn geen verhalen om blij van te worden.
Buitenland
Het gaat allemaal zo moeizaam. Dat is wel ongeveer de teneur. De commissies hebben zich over het algemeen goed van hun taak gekweten, maar veel positief nieuws valt er niet te melden. De commissie 'Buitenlandse zaken', onder aanvoering van P. Wassenaar breidde haar contacten uit en correspondeert nu ook met de Reformed Churches in Australië en Nieuw-Zeeland. Met de kerken in Zuid-Afrika werd behalve over het AKS ook gecorrespondeerd over bepalingen ten aanzien van die 'Correspondensie overeenkoms'.
Met de Christian Reformed church in North America staan de Nederlands Gereformeerde kerken op een enigszins gespannen voet. De commissie schrijft over de contacten met de C.R.C. dat deze kerken 'moeilijke tijden' doormaken. Punten als de vrouw in het ambt en de verhouding schepping en wetenschap hebben in deze kerken een tweespalt veroorzaakt. De commissie wil echter (nog) geen uitspraak doen over de gevolgen die deze gebeurtenissen voor de correspondentie zouden moeten hebben. De kerk van Wezep uit echter haar bezorgdheid in een brief aan de LV en vraagt aandacht voor deze situatie.
Erkenning
Ook ten aanzien van de binnenlandse aangelegenheden kabbelde het allemaal wat voort, hoewel het rapport toch 31 pagina's telt (waarvan 21 bladzijden bijlagen!). Er werd vergaderd, gepraat en geschreven (zie eerdergenoemde hoeveelheid bijlagen!). maar op landelijk niveau bleef het allemaal wat steken. Ondertussen werd er de afgelopen drie jaar op plaatselijk niveau wel het één en ander gerealiseerd. Contacten leidden tot samensprekingen, wat in een enkel geval uiteindelijk leidde tot verregaande samenwerking. Denk aan Nederlands-Christelijke Gereformeerde gemeenten in Almere, Houten, Lelystad en Nieuwegein. Toch ontkomt de commissie niet aan de indruk dat "er in de verhouding tot de Christelijke Gereformeerde Kerken een toenemende spanning is tussen de plaatselijke contacten en de landelijke besprekingen".
"Duurt het wachten op erkenning te lang", zo vraagt de commissie zich af. Opmerkelijk is wel dat op nationaal niveau van alles wordt ondernomen om de éénheid te bevorderen. Zois er het Samenwerkingsoverleg, een beraad waar samenwerkende kerken zaken bespreken die hen gezamenlijk aangaan. Ook niet onbekend is het Gereformeerd Appèl, een overleg tussen leden van Nederlands Gereformeerde, Christelijke Gereformeerde en de Gereformeerd Kerken (Vrijgemaakt). Zij roepen de kerken op om te werken aan éénheid. Het COGG, het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte, wil echter niet meer dan een ontmoetingspunt zijn. ''Meer moet je er ook niet van verwachten, want daarvoor zijn de verschillen te groot", zo laat ds. H.J. van der Kwast weten. Hij is één van de Nederlands Gereformeerde vertegenwoordigers bij dit overleg.
In het COGG zijn verder leden verenigd uit de Gereformeerde Kerken (Synodaal) in Nederland, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde Kerken, de Confessionele Vereniging in de Nederlands Hervormde kerken en (op persoonlijke titel) een lid van de Geformeerde Kerken (Vrijgemaakt). Door middel van onder andere besprekingen en conferenties wil het COGG de contacten bevorderen tussen de deelnemende kerken of groeperingen.
Blokkade
Maar het wil dus allemaal niet zo. Wat zijn de problemen, de knelpunten? Even in het kort, voor zover mogelijk: In de contacten met de Christelijke Gereformeerde broeders en zusters draaide het de afgelopen periode wederom voor een groot gedeelte om de 'toe-eigening des hei Is'. De commissie kreeg van de vorige Landelijke Vergadering (Ede, 1991)de opdracht het gesprek hierover af te ronden en niet weer van voren af aan te beginnen. De commissie maakte dat de gesprekspartner duidelijk en men stemde ermee in om schriftelijk nog éénmaal de zaken duidelijk op een rijtje te zetten. Toch liep het mis. Na een korte briefwisseling, was wat de commissie betreft het laatste woord over deze kwestie gezegd, omdat een verdere discussie hen niet erg zinvol leek. De Christelijke Gereformeerde afgevaardigden (Deputaten) en ook de Synode van Apeldoorn vatten dit klaarblijkelijk als een blokkade. De Synode concludeerde in oktober 1992dat "zolang er verschillen met betrekking tot de toe-eigening des heils alsmede vragen aangaande het functioneren daarvan blijven bestaan, deze een belemmering vormen voor kerkelijke eenheid".
Irritatie
In haar rapport reageert de commissie kort op het besluit van de Synode met betrekking tot de nieuwe norm. Het klinkt haast wat schamper: "Onze ondubbelzinnige en onbekrompen instemming met Schrift en belijdenis, zelfs met de Gemeenschappelijke Verklaring, is dan niet meer voldoende want "het functioneren daarvan" moet getoetst worden." Volgens de commissie is dit oncontroleerbaar. Het zou volgens haar namelijk slechts op twee manieren kunnen: ,,6f door statistisch een groot aantal preken te onderzoeken (en dat lijkt niet goed mogelijk) óf doordat Deputaten niet onze woorden, maar onze harten toetsen (en dat is in de kerk ook niet de aangewezen weg)". Ds. Van der Kwast is ook lid van de commissie die dit rapport schreef: "Het kan inderdaad zo zijn dat er wat irritatie doorklinkt in het rapport.
We hebben er ook ik weet niet hoe vaak over gepraat. Iedereen is van goede wil, maar als er spijkers met koppen geslagen moeten worden dan wordt opeens alles anders. Met name de Christelijk Gereformeerden hebben natuurlijk de achterban met daarin de mensen van onder andere de Bewaar-het-pand-richting. En natuurlijk willen we allemaal passen op onze schaapjes, ook onze kerken". De commissie meent dan ook dat juist vanwege de verschillende plaatselijke situaties de gedachte van een 'federatief verband' zo gek nog niet is.
Gebed
Verder werd er met de Christelijke Gereformeerde Kerken gesproken over het AKS, het Akkoord van Kerkelijk Samenleven. De Deputaten plaatsten hier enkele kanttekeningen bij ("mild van toonzetting") en de commissie ging met hen hierover in gesprek: over de "huiver voor al te strakke formele regels", over het verwijt van independentisme, over kritiek op de artikelen 17 en 34, enzovoort. Maar er werd de afgelopen jaren niet alleen gesproken met de Christelijke Gereformeerde Kerken. Ook waren er contacten met de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt). De opdracht aan de commissie ging niet verder dan "attent te blijven op mogelijkheden voor contact met deze kerken op landelijk niveau, respectievelijk om ontwikkelingen ten aanzien van plaatselijke samenwerking nauwgezet te volgen en onze kerken daarbij desgevraagd te dienen met hulp en advies". Het is dan ook met name op plaatselijk niveau dat er enige vooruitgang werd geboekt.
Opmerkelijk is dat dit vaak wordt gestimuleerd door individuele gemeenteleden. Het Gereformeerd Appèl is daar een goed voorbeeld van. De commissie noemt daarbij expliciet de rol van het gebed die belangrijker is dan "een of ander plan van actie".
,,'t Is nogal triest", conludeert ook ds. Van der Kwast, terugblikkend. Maar hij bestrijdt de gedachte dat we de viool maar in de wilgen moesten hangen en onze energie in iets anders gaan steken. Ook de commissie is die mening toegedaan blijkens het citaat waarmee ze haar rapport beëindigd. Een uitspraak uit 1978,waarin de Nederlands Gereformeerde kerken in Wezep te kennen gaven dat "alles gedaan moet worden, om te komen tot herstel van de geschonden eenheid, beschaamd erkennend dat een begaanbare weg naar elkaar toe nog maar zo weinig zichtbaar is, en in de overtuigening, dat die eenheid slechts te vinden is in het wandelen op wegen van waarheid en recht".