Accentverschuiving
1994-09-09
Wie de hierboven afgedrukte woorden leest, krijgt ongetwijfeld de indruk dat Paulus hier aangeeft, hoe hij reageert op wat hem wordt aangedaan: als de tegenstanders ons uitscheIden, dan zégenen wij: als zij ons vervolgen, dan verdrágen wij dat; als zij ons belasteren, dan blijven wij vriéndelijk. Bekijken we echter de context van de hier aangehaalde woorden, dan lijken ze, zó verstaan, toch wel een beetje uit de toon te vallen.- Jaargang 38
- nummer 18
De verzen 11-13 vormen nl. onmisbaar een eenheid. Dat blijkt zonneklaar uit het feit dat Paulus hier een zogenaamde 'ringcompositie' toepast: v. 11 begint met ..tot op dit ogenblik" en v. 13 eindigt met..tot op dit ogenblik toe". Die (vrijwel) gelijkluidende woorden aan het begin en aan het slot snoeren de passage die ze omlijsten samen tot een eenheid.
Paulus schildert hierin, hoe zwaar hij het tot op de dag van vandaag te verduren heeft: hij heeft onvoldoende te 'eten en te drinken en om zich te kleden, moet stompen incasseren, leidt een zwerversbestaan (v, 11), moet ook nog ploeteren om met zijn eigen handen de kost te verdienen (v. 12a), en de wereld behandelt hem als vuil dat je wegspoelt na een bad, en als de troep aan je schoenen die je afveegt tegen een rooster of een mat (v, 13b)1.
Nu is het opz'n minst opvallend, dat midden tussen deze zo nauw samenhangende reeks van ellendige omstandigheden plotseling een drietal uitspraken zouden vallen die Paulus' vriendelijke reactie op wat hem wordt aangedaan naar voren halen. Eerlijk gezegd denk ik ook niet, dat dit Paulus' bedoeling is geweest. Naar mijn "idee heeft men - onbewust - in de NBG-vertaling (waarmee vele andere ·zakelijk overeenstemmen) in deze drie zinnetjes de accenten verschoven.
Men moet nl. weten, dat het Grieks veel gebruik maakt van deelwoorden. In de Statenvertaling zijn die in groten getale zó in het Nederlands overgenomen.Een paar willekeurige voorbeelden: ..Jezus dan de ogen opheffende en ziende dat ... zeide tot Filippus .....(Joh. 6, 5)... Doch dit zeide Hij hem beproevende" (v. 6). Nu, in onze tekst vindt men ook een drietal tegenwoordige deelwoorden. Letterlijk staat er: ..Gescholden wordend zegenen wij vervolgd wordend houden wij vol, belasterd wordend bemoedigen wij". Nu doet zich echter het verschijnsel voor, dat in het Grieks het deelwoord in sommige gevallen een sterker accent heeft dan de persoonsvorm waarop het is betrokken. Een bekend voorbeeld ontleen ik aan Homerus' Ilias (B 113). Agamemnon beklaagt zich daar over de god Zeus, ..die vroeger mij had beloofd en toegezegd, dat ik, het goed ommuurde Ilium verwoest hebbende, zou terugkeren, maar nu mij beveelt roemloos in Argos te komen".
Mën voelt aanstonda, dat in Zeus' aanvankelijke belofte niet de woorden ..dat ik zou terugkeren" het accent hebben. Terugkeren naar Argos doet Agamemnon in het huidige bevel van Ze us ook. Nee, het gaat niet in die eerste belofte om het verwoesten van Ilium. Dát ishet belangrijke punt van Zeus' toezegging, waarvan nu niets meer terechtkomt. Om hier de accenten goed te leggen zou men die eerste belofte van Zeus b.V. aldus kunnen weergeven: ..dat ik alvorens terug te keren lliurnzou verwoesten".
Een tweede voorbeeld uit het NT, en wel het begin van Hand. 21, waar letterlijk staat: ..En toen het gebeurde dat wij afvoeren, ons van hen losgescheurd hebbende". Letten we even op wat vlak daarvoor (aan het slot van hfdst. 20) is vermeld: de mensen uit Efeze barstten uit in luid geween, vielen Paulus om de hals, kusten hem herhaaldelijk en gingen helemaal tot aan het schip met hem mee. Gezien deze emotionele scène, waarvan 21, 1 de slot-acte vormt, is het duidelijk, dat de nadruk daar valt op het ..ons losgescheurd hebbende" en niet op de mededeling..dat wij afvoeren".
We zouden deze tekst dan ook het best b.v. als volgt kunnen weergeven: ..Toen het eraan toe was dat we zouden afvaren, moesten we ons van hen losscheuren..... Wel, zo ligt m.i. ook in de onderhavige tekst het accent op de drie deelwoorden.
Deze zullen niet voor niets voorop zijn geplaatst (in tegenstelling tot het deelwoord 'werkend' in v. 12).
Gezien de context valt ook in de verzen 12b en 13a de nadruk op wat Paulus wordt aangedaan, niét op wat hij doet. Hij zegt hier niet, hoe hij reageert op wat hem door de wereld wordt aangedaan, maar onder welke verguizing en achtervolging van de kant van de wereld hij zijn zegenende en bemoedigende arbeid moet volbrengen. Als ik deze passage terwille van de duidelijkheid even wat gechargeerd mag vertalen, dan zou ik ze zo willen weergeven: ..Het is onder een regen van schéldwoorden dat wij onze woorden van zegen spreken. Een klópjacht is het waaronder wij het moeten zien uit te houden. Láster gaat over onze hoofden bij het bemoedigen (van onze broeders)".
Voortreffelijk stilist als hij is, heeft Paulus in de lange opsomming van narigheden in de verzen 11-13 de eentonigheid weten te vermijden door afwisseling aan te brengen in de uitdrukking van wat hem wordt aangedaan.
Na een reeks van persoonsvormen in de verzen 11 en 12a maakt hij hier in de verzen 12b en 13a gebruik van een drietal deelwoorden, om dan in 13b te besluiten met twee zelfstandige naamwoorden die op een werkwoordsstam zijn geënt (..wat je van je afspoelt" en ..wat je van je afveegt").
Noot
1 De vertaling 'voetveeg' (NBG) is niet juist. Het woord dat Paulus hier gebruikt betekent niet "het ding waaraan je je voeten afveegt", maar "dat wat je van je voeten afveegt". Het staat parallel met het voorafgaande "wat je van je lichaam afspoelt". Beide woorden spreken van het vuil dat je (door wassen of vegen) kwijt wilt.