Gebeurt er nog niets?

1994-09-09
  • Jaargang 38
  • nummer 18
Ir. J. van der Graaf: 'Gebeurt er nog iets?' - Over prediking en hoorcrisis. Uitgave van Kok-Voorhoeve, Kampen, 85 pag., f 18,90

Dit boek is van de hand van Ir. van der Graaf, de bekende redacteur van 'De Waarheidsvriend' - wekelijks orgaan van de Gereformeerde Bond in de NH Kerk. Hij ontving pas in Hongarije een eredoctoraat in de theologie - een hartelijke felicitatie waard! Als kerkganger constateert hij, dat er een hoorcrisis is ontstaan. Vroeger was het leven anders ingericht dan tegenwoordig. De krant was het enige middel om op de hoogte te blijven van het nieuws. De meeste mensen waren niet optimaal ontwikkeld. Op dat niveau moest de dominee 's zondags afstemmen in zijn kanselarbeid. De ambtsdrager, met name de predikant, straalde gezag uit. Hij hoefde zich niet eerst waar te maken.
Er was een gereformeerde zede, die algemeen werd gepropageerd en geaccepteerd. Pas in de zestiger jaren kwam er een doorbraak naar mondigheid met gevaar van verwereldlijking. Leven uit het Woord was bij velen meer dan een adagium. Men was aanspreekbaar op zijn zondaar-zijn. Men bereidde zich in doorsnee gezinsgewijs op de zondag voor. Er werd de hand gehouden aan het bezoeken van beide kerkdiensten. Maar vandaag komen de mensen uit de jacht van het leven. De invloed van de moderne media is enorm. Men vraagt om korte preken, die rekening houden met de informatie van andere zijde. De hoorders komen en dat is erger - uit een Godloze situatie.
God is voor velen weg uit wetenschap en cultuur etc. Daarbij komt de luxe, die niet weinigen zich vandaag kunnen permitteren. Als je thuisblijft in de vakantietijd loop je de kans, dat velen je meewarig aankijken. De voorganger dient zich hier te wachten voor hypocrisie. Als je soberheid preekt, betracht je die dan ook? Dit alles heeft ook in breder verband betekenis voor de functionering van het ambt in de kerk. De ambtsdrager heeft aan autoriteit ingeboet. "Mensen zijn baas in eigen huis en eigen tuin, in eigen buik, in eigen leven." (a.w. p. 36). Het Woord van God geeft de ruimte en de begrenzing aan van de ambtelijke autoriteit. De verkondiging van het evangelie moet doorgaan! Maar de kerk moet zich bewust zijn kerk onderweg te zijn.
Het zondebesef is een belangrijk element in het leven van de gemeente. Een prediking, die niet het volk van God ontdekt aan zijn zondeschuld kan nooit uitgroeien tot waarachtige genadeverkondiging. Wij vinden wel eens, dat de prediking van verschillende Geref. Bonders teveel accent legt op de verlorenheid en de verdorvenheid van de mens en dat van hem van nature niets goeds valt te verwachten. Maar zijn wij van onze kant voldoende ingespeeld op het grote manco van het gemis aan schuldbesef? En wordt juist door dat laatste niet voor een belangrijk deel de huidige hoorcrisis bepaald?! Hebben wij voldoende oog voor de beïnvloeding van de gemeente door de verschijnselen van de moderne cultuur? Van der Graaf schrijft in zijn boek ook over de bevinding. Men kan van hem niet anders verwachten. Het woord bevinding wordt verschillend ingevuld. Men wijst van de kant van de Geref. Bond er regelmatig op, dat bevindelijk preken nog iets anders is dan bevindingen preken. Onder ons is men niet zo wild van die term bevinding. Men vreest mysticisme, een naar-binnengekeerd-zijn betreffende het geloofsleven. Men kan zich afvragen of dat wel helemaal terecht is. Het is jammer, dat van der Graaf niet meer aandacht heeft geschonken aan de functie van de bevinding t.a.v. de liturgie, de politiek, de cultuur en de schepping. Want uiteraard beperkt zich het omgaan met de HERE als essentieel voor de geloofsbeleving niet tot het innerlijke leven van de individuele gelovige. Dat laatste zal de auteur helemaal met mij eens zijn! Bij elke gewenste ontplooiing van activiteiten binnen de gemeente moet men nimmer vergeten, dat de evangelieverkondiging het moet doen. Die verkondiging bezorgt de gemeente van Christus innerlijke en uiterlijke groei. En het beste is daarvoor nog niet goed genoeg. Dominees, die zich met een Jantje van Leiden van de zondagse Woordbediening afmaken kunnen beter hun ambt neerleggen. Zij zagen zèlf de poten van de ambtelijke stoel waarop zij zitten door. Maar waar de permanente houding gevonden wordt zoals Samuël die verwoordde: "Spreek, want Uw knecht hoort", zal het tot zegen zijn voor voorgangers en gemeenteleden.
Dr. Ir. van der Graaf heeft een interessant boek geschreven, dat onze volle aandacht verdient. Hartelijk aanbevolen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief