Vakantie
1994-09-09
Waar je ook heen gaat, je neemt jezelf altijd mee. Vooral tijdens de vakantie word ik me hiervan bewust. Wij hadden deze zomer beslist een avontuurlijke reis. Met de vouwwagen en vier kinderen gingen we in etappes van Duitsland via Oostenrijk naar Hongarije. De eerste keer in een Oostblokland. Gelukkig hebben wij in de zomer altijd ruim de tijd, we waren vier weken weg. Om buitengewone stress te ontlopen bij het begin, hadden we als eerste stop Dillenburg uitgekozen. Het is maar een paar honderd kilometer bij ons vandaan. Rond de middag waren we op de camping en begon de vakantie echt. Kinderen genieten intens van het campingleven. Ze hadden zich al wekenlang verheugd en gingen meteen spelen en verkennen. Uiteraard bezochten we de Wilhelmsturm, de gedenktoren voor Willem van Oranje. Daarna zaten we een paar dagen in de buurt van Regensburg, toen bij Wenen en tenslotte in Tata, Hongarije. Helaas speelde de hitte ons parten want met 40° kun je niet echt veel ondernemen. Gelukkig stonden we steeds in de buurt van water, zodat afkoeling in elk geval mogelijk was.- Jaargang 38
- nummer 18
Onze eerste confrontatie met het (ex-) communisme was als volgt: Op de camping in Tata was een dubbele glijbaan die in twee bassins uitmondde. Zowel boven als beneden stonden badmeesters opgesteld die het geheel moesten regelen. Er mochten niet meer dan 10tegelijk naar boven en je mocht pas glijden als de vorige uit het bassin was. Goed, dit duurde allemaal vreselijk lang en er stond voortdurend een rij van 20 minuten, maar dat konden we wel accepteren. De badmeesters gedroegen zich als koningen van hun kleine territorium en lieten dat goed merken., De wachten waren dociel. Toen verschenen er drie jonge mannen. Eerst passeerden ze vrolijk pratend de hele rij wachtenden. Vervolgens beklommen ze gezwind de trap van de glijbaan. Boven werden handen geschud met de badmeester. En daarna lekker glijden natuurlijk. Wij waren stomverbaasd, de rest niet. Iedereen maakte zelfs ruimte om hen te laten passeren. Dit gebeurde nog een keer, terwijl de rij inmiddels nauwelijks kleiner was geworden. Mijn man stond toen halverwege de trap. Hij maakte zich breed. De eerste jongeman klopte hem op de schouder en beduidde dat hij er langs wilde. Mijn man schudde van nee. Nogmaals een klopje. De jongeman duidde naar zichzelf en zei: .Jch Bademeister" en wees naar boven.
Mijn man wees op zichzelf en beaamde met .Jch auch Bademeister", en bleef staan. Besluiteloos keken ze elkaar aan en bleven toen wachten. De hele rij begon besmuikt te lachen. Niemand zei iets. De jongemannen bleven doorglijden maar iedere keer als mijn man ergens voor hen stond bleven ze achter hem staan. Als je dan bedenkt wat voor commentaar je zou krijgen als zoiets in Nederland gebeurde.
Overigens zijn de Hongaren heel vriendelijk en tegemoetkomend, ook als ze je niet verstaan doen ze moeite met handen en voeten. Maar vreemde gewoontes waren er meer. Bijvoorbeeld dat knallende karretje dat om tien uur 's avonds onze rust kwam verstoren. We zagen hem niet vanwege de enorme rookwolken die hij verspreidde.
Even later begon het vreselijk te stinken. De mist trok langzaam op. Insecticide, beseften we. We hadden al gehoord van de vliegtuigen die over het Balatonmeer vliegen met dit spul. Hier werd het dus per auto gedaan. Later, toen we aan het meer van Velence stonden, kwam er om half zes 's morgens een helikopter over. Het leek of hij dwars door je tent ging, zo laag vloog hij. Ook tegen de muggen. De Hongaren beweren dat het niet schadelijk is voor de mens. Nou ja, zei een Nederlandse buurman, dat zeiden ze vroeger van de DDT ook. In elk geval worden de muggen resistent want hun aantal nam nauwelijks af.
Boedapest bezochten we tweemaal. Een wereldstad met allure, maar oh, wat een afstanden. Ik word altijd zo moe van grote steden. Bewondering had ik voor de kinderen die ondanks de hitte zich overal mee naar toe lieten slepen. We gingen niet van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid maar van fontein naar fontein. De tweede keer was het slechts 33°, toen was het veel leuker, zeker omdat we nu naar de kermis gingen. Zo een die er altijd is, net als het Prater in Wenen.
Deze was er altijd al geweest, dat kon je duidelijk zien. Er was een overdekte carrousel die zeker een eeuw oud was en nooit meer geschilderd, maar léuk! Ook de draaimolens voor kinderen, met raketjes uit de vijftiger jaren en zeer traag voortbewegende wagentjes, waren decennia oud. De mensen waren heel aardig en zeer zorgzaam voor de kinderen.
Het grappige van vakantie is dat je je er maandenlang op verheugt om 'weg' te gaan en dan, na een paar weken begint langzaam het beeld van 'thuis' weer voor je geestesoog te verschijnen. Hoe graag ik ook weg ga, thuiskomen is ook heerlijk. Overal weer zin in hebben, nieuwe plannen voor het komende jaar.
Ik heb nooit goede voornemens rond oud en nieuw maar vakantie is een echt 'breekpunt' in je bestaan. Je gaat anders tegen je leven aankijken als je afstand hebt genomen. Soms kom je daardoor tot nieuwe keuzes. Dingen die belangrijk voor je zijn, krijgen meer perspectief. Zo besloten we enkele jaren geleden in de vakantie om van kerkelijke gemeente te veranderen en daar hebben we nooit spijt van gehad. Vorig jaar waren er problemen met een van de kinderen. Na de vakantie gingen we er mee naar een specialist, en terecht zo bleek. Zelfs je geloof wordt opgefrist. Enerzijds is er zoveel afleiding dat je oppervlakkig gezien minder met alles bezig bent. Maar in je hoofd gaat alles gewoon door natuurlijk.
's Avonds baden we aan tafel gezamenlijk het Onze Vader. Dat viel wel op. Het campingleven is nu eenmaal openbaar. Soms geeft zoiets aanleiding tot gesprekken met anderen. Je treft mensen van allerlei slag maar als ze weten dat je gelovig bent, krijg je vaak heel diepgaande gesprekken, onder een flonkerende sterrenhemel, met een glaasje wijn in je hand...