Het briefje
1994-09-23
Het briefje Hij was al een paar jaar niet op de catechisatie geweest. Daar werden volgens hem vragen gesteld, die hem totaal niet interesseerden en de vragen die hij had, kwamen nooit aan bod. Toen is hij maar weggebleven.- Jaargang 38
- nummer 19
En in de kerk liet hij zich ook bijna niet meer zien.
Gelukkig kon ik bij hem op z'n zolderkamertje binnen komen, waar zelfgemaakte tekeningen aan de muur hingen.
Hij was een creatieve jongen.
Maar van Gods creatie moest hij niets hebben. Hij hield van de natuur, maar dat Gód daar de hand in had...
En dan al het lijden...
Voor hem was het duidelijk: God bestaat niet.
Tot - ineens - dat korte briefje.
"Of er een oor was dat wilde luisteren."
Dat oor was er. Een dag later.
Hij zat helemaal vast.
Vast met zichzelf. Vast met God.
Z'n baas wilde hem niet meer terug, terwijl hij het er z6 naar z'n zin had!
Dat was niet zijn eerste tegenslag. Hij had er al zoveel gehad. Hij voelde zich het verbrande broodje bij de bakker.
Twaalf ambachten, dertien ongelukken.
Toen was de vraag bij hem opgekomen of Gód hem iets wilde vertellen.
Meteen duwde hij die gedachte van zich af.
God? Dat kon toch niet? Hij bestond immers niet?
Nee, en tóch...
"Vindt u het wel eerlijk, dat de vraag naar God in mij opkomt, nu ik in de puree zit? God zo'n beetje als een laatste hulp bij ongelukken?" vroeg hij.
Toen vertelde hij een stuk van z'n leven.
Wat voor een puinhoop hij ervan gemaakt had.
Dat had hij niet in de gaten, toen hij er in zat.
Toen voelde hij zich 'high'. Vanwege de softdrugs.
Maar achteraf...
Er was een meisje in z'n leven gekomen.
Een christin.
En zij heeft hem geholpen.
Hij zag het weer zitten.
Maar elke gedachte aan God bande hij uit.
Tot hij te horen kreeg, dat de zoveelste baan op niets uitliep. Zou God dan toch iets met. zijn leven te maken hebben?
Toen heb ik hem verteld van die jongen in de bijbel.
Die jongen van dat snoepreisje, dat eindigde bij de zwijnen.
Toen zijn maag ging knorren, kwam hij tot zichzelf. Hij dacht: Bij mijn vader had ik het beter. Ik ga terug.
Ik vroeg: "Wat vind je van dat motief?"
Hij zei: "Een snert motief. Terug gaan, omdat je honger hebt." Hij snoof verachtelijk.
"Maar dat hongergevoel bracht hem wel terug tot zichzelf én het bracht hem op de knieën. Vader, ik heb gezondigd. "
"Zeker", hij aarzelde.
Toen - ineens: "U hebt eens 'n gespreksgroepje gehad voor randkerkelijken.
Zou ik.. "
"Dat blazen we zó weer nieuw leven in!"
Even daarna: "Mag ik jou ook een vraag stellen?"
Hij knikte.
"Bij eerdere gesprekken met jou heb ik je nooit gevraagd om samen te bidden ... Daar was het klimaat niet geschikt voor. Maar nu... "
Hij kreeg tranen in z'n ogen.
"Dan moet jij beginnen!"
Ik ging naast hem op de bank zitten, pakte z'n hand vast en wachtte. Hij zei vier woorden.
Ze kwamen regelrecht uit z'n hart.
"Lieve Heer ... "
Z'n stem stokte. Hij huilde.
"Help mij!"
Toen heb ik zijn gebed overgenomen...
Hij had zijn Vader weer gevonden.