In memoriam ds. H.G. Schaeffer
1994-09-23
Lieve familie Schaeffer, vrienden, brs. en zrs. in de Here, - Jaargang 38
- nummer 19
Jullie vader was zo'n hartstochtelijk mens, dat.hl] op zijn 15e/16e naar de preken luisterde en dat de tranen hem over de wangen liepen. En hij schaamde zich niet (eerder was hij verbaasd over de rest van de kerkgangers) en hij heeft zich door het geweldige Woord van God laten ontroeren tot op de laatste dag van zijn leven..
Hij heeft zelf Ps. 103 uitgekozen voor de begrafenis. Mij dunkt bij wijze van erfenis: nog één keer het aller hartstochtelijkste uit de Schriften bij mijn kinderen brengen en bij mijn broeders en zusters die ik zo liefheb. Het aller persoonlijkste. Het innigste, meest vertroostende. Dat heeft hij er voor zichzelf in gevonden, en dat wil hij nu vandaag bij ons gebracht hebben.
God heeft hem aangeraakt met zijn Woord. Hij is er ontzettend door gegrepen. Als een dominee preekte over het kleine visje in de oceaan van genade, dan vond hij dat prachtig. Hij wilde daar steeds maar méér van weten. Hij heeft boeken verslonden. En toen is de dag gekomen, dat hij zijn maatschappelijke positie vaarwel heeft gezegd, omdat de Here hem riep. En je denkt: wat een goede keus heeft de Here daarmee gedaan, en wat mogen wij Hem daar dankbaar voor zijn .. Herman Schaeffer werd dienaar van het goddelijke Woord. Op artikel 8, singulier van gaven: vroom, ingetogen, discreet, welsprekend. Bij dat laatste kun je een glimlach niet onderdrukken.
Welsprekend op en onder de kansel. Maar hij kletste nooit zomaar wat. Daarvoor had God hem veel te veel gegrepen. Hij was werkelijk vroom. Hij klaagde er weleens over dat er in onze tijd nog zo weinig spiritualiteit was. ("Met oud en nieuw is het: de beste wensen, i.p.v. heil en zegen.") En daar zag je dan weer die jonge Herman, die zat te huilen in de kerk. Het raakte hem van alle kanten.
Dat is ook precies de toon van Ps. 103: Loof de Here, mijn ziel (heel persoonlijk), met àlles wat in mij is. En je ziet hem nog zitten, daar onder de kansel, van harte meezingen, de Psalmen en gezangen. Ja, de gezangen ook, de liederen van het nieuwe verbond. Hij zocht naar gedichten en naar verzen, kinderverzen (Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw!), niet om sentimenteel te doen, maar om zijn preken kracht bij te zetten. Met alles wat in mij is. Hij balde zijn vuist en hij kneedde zijn woorden. Hij overdacht hoe hij het moest zeggen, want laat ik u dit vertellen: zijn welsprekendheid moest hij telkens weer eerst bij de Here inleveren, en wat kostte het hem moeite om het weer terug te krijgen, bij de bezoeken en bij de preken. Jullie als kinderen horen nog de stiltes, als hij de typemachine niet aan het praten kreeg en als hij vocht, want het ging om het Woord van Gód!
En hij, Herman Schaeffer, moest dat brengen. Hij mens, zondaar. Hij was zo diep doordrongen van zijn al te menselijke motieven, hij wist dat zijn drijfveren zo faliekant verkeerd konden zijn. Hij heeft zelfs op de kansel wel gebeden: Here, help ons bij het luisteren om te schiften tussen goddelijk en menselijk woord. Hij was bang dat hij zijn eigen zegje zou doen. Dat hij met woorden zou komen die het niveau van Gods Woord niet zouden halen. Als iemand dat geweten heeft, dan is dat jullie lieve moeder. Die hem er steeds doorheen geholpen heeft. En toen zij er niet meer was, toen werd het voor hem ondragelijk belastend.
Meer dan 30 jaar is hij weduwnaar geweest. En och, je hoeft het diepste van iemands hart niet te zien, om te weten, hoe zwaar dat geweest is. Iemand die zo hartstochtelijk kon liefhebben, wat zal hij in zijn gemis een aanvechtingen hebben gehad. Zondaar. Zo kende de Here hem. Zo kende hij zichzelf.
Een zondaar, die in zijn leven veel voor de kiezen heeft gehad. Telkens kwam de verzoeking, om andere mensen te haten. Mensen die hem niet begrepen. Men had Herman Schaeffer, de collega Schaeffer, telkens al ingedeeld in dat kamp, waar hij net niet voor koos. Het is waar, hij kon iemand hard aanpakken, maar hij liet geen mensen vallen. En daarin is hij heel weinig begrepen. De mensen hebben hem onheus bejegend. Smaad is zijn deel geweest. In de kerk waar hij zoveel van hield.
Maar het evangelie van de Vader had hem in de greep. En hij heeft dat evangelie werkelijk begrepen, en doorleefd, zoals je het maar van weinigen kunt zeggen. Wat een discreet, integer mens was hij. Met zijn integriteit kun je deze kerkzaal vullen. Wat zijn de weldaden van de Here rijk door zijn leven gegaan. Niet voor altijd bleef zijn toorn op iemand.
Hij kon niet lang twisten. Iemand kapot maken of zwart maken was hem onbekend. Wànt, hij had de Vaderarmen gezien. Hij kende zijn eigen veelheid van gebreken. Zoals de Koning hem zijn 10.000 talenten schuld heeft kwijt gescholden, waar hij om smeekte, zo kon hij zijn medeslaaf de 100 schellingen vergeven.
Jullie vader is (in het beeld van David) naar buiten gegaan, en hij heeft gekeken naar de hemel boven de aarde.
Die afstand heeft hem overweldigd. Z6 overweldigend, zegt David, is Gods goedertierenheid 6ver wie hem vrezen.
Als een warme machtige deken in je hartstochtelijke leven. Gods goedertierenheid, zijn vasthoudendheid.
De Here laat zich nooit tot ontrouw verleiden. Als Hij zich aan iemand verbindt, aan een volk, dan geeft Hij niet op, dan kan Hij daar heel wat van hebben. Dat incasseringsvermogen van God, dat heeft de jonge Herman Schaeffer al diep ontroerd. En die vasthoudende liefde van God is in zijn eigen leven uitgegoten. Gemeenteleden van Uithuizen vergat hij niet. Overleed er iemand, die hem geschorst had, dan schreef hij aan diens vrouw: uw man heeft het naar beste weten gedaan.
En als er zo'n brief geschreven werd, dan juichten de engelen in de hemel. Gods goedertierenheid 6ver ons, en in ons hart.
Zijn vergeving, van oost naar west. Van de opgang tot de avond, zegt David. Een dag begint, en in de loop van de dag, als de zon langs de hemel gaat, klimt het getal van de overtredingen.
Maar bij de ondergang verdwijnt alles achter de horizon. En bij het aanbreken van een nieuwe dag ligt het leven weer helemaal open. Dàt is leven in de vrijheid, en verder kunnen. Géén verwijtende blikken van je vader, omdat je het gisteren en eergisteren verkeerd hebt gedaan. De vader van de weggelopen zoon neemt alle schuld weg en bovendien de scháámte. Hij kleedt zijn kind met nieuwe kleren en een ring. Zo rijk heeft onze dominee Schaeffer het ervaren.
En mede daarom maakte hij zo'n levendige indruk, vitaal, zo zelfverzekerd over zijn vader zonder dat het irritant was; daarom had hij gevoel voor humor: zoals hij kon huilen, zo kon hij ook làchen, schateren! Daar was ruimte voor in het leven zoals de Hére dat gaf.
Dit evangelie heeft Herman Schaeffer geraakt, nèt zo diep als dat het bij God vandaan kwam ... Hij heeft ermee gerekend.
David laat ook al zien, dat het beslist niet vrijblijvend is. Hij zegt niet zomaar in het algemeen, dat Gods goedertierenheid over deze áárde ligt: nee, over wie Hem vrézen. En nóg eens: Hij ontfermt zich over wie Hem vrezen.
Als dominee (en ook als vader) was Schaeffer doodsbang voor dat vrij blijvende. Iedere preek en ieder contact had iets dwingends. Hij preekte de beloften van de Here, maar nooit zonder eis. Hij paste het graag toe, hij deed zijn uiterste best om het handen en voeten te geven. Daarom denk ik ook: net déze verzen uit de Psalm, de verzen waarin David laat zien wat het dan betekent, waar je het mee kunt vergelijken. Allemaal erop gericht, dat het niet langs ons heen gaat.
De Here vrezen, eerbiedig rekening houden met zijn Vaderlijke aanwezigheid. Hem vrezen, en dan wijs worden. Vreze als begin van de wijsheid. Wijsheid verzamelen uit de geschiedenis, over de politiek, de theologie. Geen studies gevolgd, maar toch uitzonderlijk thuis in de dingen.
We nemen afscheid, voorlopig, van deze mens die in zijn leven genoeg had aan Gods genade. Die de overtreding van zichzelf heeft weggebeden, mee, met de zonsondergang, weg van deze aarde.