Mevrouw Heerlijk
1994-09-23
Toen onze kinderen nog klein waren, woonde een paar huizen van ons vandaan een allerliefste mevrouw. Ze stapte altijd met fier opgeheven hoofd neuriënd door het dorp. Eigenlijk is het woord 'stapte' niet van toepassing, ze had een verende tred, net alsof ze een beetje zweefde. Een bijzondere vrouw, maar geen vriendin des huizes. We vonden haar een beetje te stralend en te lief. We noemden haar mevrouw Heerlijk. Die bijnaam had ze gekregen nadat een van onze kinderen een been had gebroken. Zij kwam op ziekenbezoek en zei: "Wat heerlijk dat je maar één been hebt gebroken, het hadden er ook best twee kunnen zijn." Wat later stortte er bij ons spontaan een stuk muur in. We bivakkeerden noodgedwongen een poos in een afschuwelijke rotzooi.- Jaargang 38
- nummer 19
Mevrouw Heerlijk zweefde even binnen en verzekerde ons blijmoedig: "Wat heerlijk dat over een paar weken hier alles weer normaal is." De troost en bemoediging, die mevrouw Heerlijk meende te moeten rondstrooien, kwam natuurlijk voort uit haar onstuitbaar optimistische kijk op het leven. Een benijdenswaardige karaktertrek.
Maar, zoals dat bij meer karaktertrekken het geval is, je moet er behoedzaam mee omgaan. Persoonlijk optimisme werkt niet als tovertruc bij de kommer en kwel van een ander. Voor mijn spruit werd het ene gebroken been niet minder storend door het idee dat hij ook nog een goed been ter beschikking had. Hij kreeg er niet maar hàlf de smoor in.
Tijdens mijn recent verblijf in het ziekenhuis kwam mevrouw Heerlijk mijn herinnering binnengezweefd. Ze zei op haar zo eigen manier heel vervelende dingen tegen me.
Dat het zo heerlijk was dat ik zo goed verzorgd werd en in een schoon bed lag. Dat het zo heerlijk was dat er antibiotica waren uitgevonden, ja zelfs, dat het zo heerlijk was dat mijn ziek zijn vast wel weer een column zou opleveren.
In min koortsige brein borrelde plotseling de gedachte op, dat ik al jaren geleden de moed had moeten opbrengen om mevrouw Heerlijk de mond te snoeren. Wat was ik laf geweest. Maar dat behoorde tot het verleden. Hier en nu zou ik definitief met die heerlijke rimram van haar afrekenen. Ik wees haar erop dat in onze cultuur troost en bemoediging tot een verplicht nummer is gemaakt. Ook voor hen die daar de verbale talenten bij missen. Ik legde haar uit dat - als woorden tekort schieten - een koele hand op een warm voorhoofd of een bloem op een nachtkastje meer doen dan een handvol clichés.
Ze begreep me niet. Nou kijk, uw opmerking over dat heerlijke schone bed, waarmee u mij positief wilt stemmen, is werkelijk compleet waardeloos. U wrijft zout in mijn zwakke plekken en bezorgt me schuldgevoel. Ik weet waarachtig wel, dat duizenden mensen op de wereld alle hygiëne voor hun zieke, vermoeide lijf moeten missen. Dat vind ik heel verschrikkelijk, maar mag ik het alsjeblieft gewoon rottig vinden deze kerstdagen niet thuis te zijn?
Gisteren, mevrouw Heerlijk, was hier net zo'n zalvende figuur als u bent. Ze zei: "Als je het moeilijk hebt, Mink; denk dan maar aan al die zielige stakkers, die nog zieker zijn dan jij." Kijk, beste mevrouw, zulke babbels zijn onzinnig. Je behoort zieke mensen niet naar dankbaarheid toe te kletsen met de ellende van anderen.
Ze keek me beteuterd aan, schudde haar hoofd nadenkend heen en weer en merkte op: "Wat heerlijk dat..."
"Ga weg", snauwde ik, "ga weg, sinds het gebroken been van onze zoon werkt u mij op mijn zenuwen. Ik ben u zo zat, zó zàt. Ga alsjeblieft weg." Iemand pakte vakkundig mijn pols, liet hem los en zei: "Waarom bent u toch zo onrustig?"
Ik was te moe om uit te leggen, dat ik eindelijk met mevrouw Heerlijk had afgerekend. Ach, en zo'n zuster had toch ook geen boodschap aan dat malle mens. Daarom zei ik alleen dat ik zo gek had gedroomd, maar achteraf besefte ik pas, dat mijn gedroomde boosheid me goed had gedaan.
(Dit komt uit: Stukje schrijven, een verzameling columns van Mink van Rijsdijk, eerder verschenen in het Friesch Dagblad. Het zijn pretentieloze 'stukjes', goed geschreven, en ze vertellen over allerlei zaken die uit het leven zijn gegrepen. Aanbevolen! Omvang 119 blz. Uitgever: Kok, Kampen. Prijs f 19,90).