Identiteit

1994-09-23
  • Jaargang 38
  • nummer 19
Niet lang nadat je geboren bent begin je te beseffen bij wie je hoort. AI na enkele jaren hoor je kinderen opscheppen over hun ouders. Hun vader is de sterkste, hun moeder bakt de lekkerste cake. Nog weer wat later ga je allerlei gewoontes en bezigheden van je ouders 'nadoen'. Zij bepalen een aantal regels en voor de rest kijk je (vaak onbewust) af. Nog weer later ga je een aantal van die regels onzin vinden en sommige ook niet en begin je langzaam je eigen leven te bepalen. Soms gebeurt het zelfs dat je een poosje helemaal niets meer met je ouders' normen en waarden te maken wilt hebben. Toch breekt altijd het moment aan dat je, volwassen geworden, merkt hoe belangrijk allerlei dingen van thuis zijn.
Je maakt de keuken net zo schoon als je moeder. Je lacht om dezelfde grappen als je vader, je bent net zo boos over onrechtvaardigheid als je ouders. Je vindt het even belangrijk om familierelaties in stand te houden, je gelooft in dezelfde God. Anderzijds zal de zoon die zijn vader vaak heeft zien stelen er geen enkele moeite mee hebben zelf ook een kraakje te zetten, zal het kind dat misbruikt is soms de eigen kinderen weer misbruiken. Zal iemand die met agressie groot is gebracht dit als een normale vorm van gedrag zien. Tot zover is alles duidelijk en voor iedereen bekend. Maar nu gebeurt er iets anders en dat is uitgebeeld in de film Music Box, onlangs op de televisie. Een Hongaarse man emigreert naar Amerika, vlak na de oorlog. Hij weet dat ze in Amerika boeren nodig hebben en vertelt dat hij dat is. In werkelijkheid was hij politieman. Hij gaat in een fabriek werken, trouwt en krijgt twee kinderen. Zijn vrouw overlijdt jong maar hij· slaagt er voorbeeldig in zijn kinderen op te voeden.
De dochter wordt advocate, de zoon iets leidinggevends in de fabriek. Hij krijgt ook een kleinzoon die alles voor hem betekent. Dit kind brengt hij op dezelfde manier normen en waarden bij als zijn eigen kinderen.
Tot zover alles prima. Dan krijgt hij post van het ministerie dat er iets mis is. Hij heeft gelogen over zijn verleden.
Natuurlijk heb ik dat, zegt hij, ik was ook geen boer maar ik moest wel, anders was ik het land niet ingekomen. Maar nee, daar gaat het niet om, hij wordt verdacht van oorlogsmisdaden. Hij vraagt zijn dochter zijn zaak te bepleiten. ' Zij gelooft natuurlijk niets van die aanklacht.
Het is allemaal een groot misverstand. Zij zal haar vader wel even snel van alle blaam zuiveren. Het proces rond de vader neemt het grootste deel van de film in beslag. Tijdens dit proces komen er getuigen die vertellen van de gruwelijkheden die 'Mischka' heeft begaan als hoofdfiguur van een groepje Nazi's, Pijlkruisers geheten. We zien de advocate met tranen in haar ogen naar deze verhalen luisteren. Voor haar zijn het ongehoorde dingen die ze met het diepste van haar wezen afkeurt. Alles wijst steeds meer in de richting van haar vader, in wiens verleden zij ook enige ongerijmdheden zal ontdekken.
Haar twijfel groeit maar haar gevoel zegt haar dat het niet kan. Zij heeft een liefhebbende, rechtvaardige vader, die ontzettend goed voor haar is geweest. Die alles over heeft gehad voor zijn gezin. Hij confronteert haar ook zelf met die twijfels, dwingt haar als het ware steeds opnieuw voor hem te kiezen. Hij is er vast van overtuigd dat deze loyale dochter hem nooit in de steek zal laten. Ondanks zichzelf en dankzij haar objectieve secretaresse, zoekt zij toch verder naar de waarheid. Er worden haar papieren in handen gespeeld waarmee zij het proces moeiteloos wint. Maar daarmee is het verhaal niet afgelopen.
In Boedapest, waar alles gebeurd is, komt haar moment van de waarheid.
Zij ontdekt er dat haar vader contact heeft gehad met één van de andere leden van de Pijlkruisersgroep. Hij werd gechanteerd door deze man die later onder verdachte omstandigheden is overleden. In diens portemonnee zit een lommerdbriefje en dat neemt ze mee naar Amerika. Het blijkt om een muziekdoos te gaan. Als zij deze doos laat spelen komen er foto's uit en daarop staat haar vader, volop bezig met zijn misdaden. Zij confronteert hem hiermee en zelfs dan blijft hij ontkennen.
Ze stuurt de foto's naar de aanklager waarna het recht kan zegevieren en zij als gebroken vrouw achterblijft. Einde film.
Ik ga dan in gedachten verder, leef me in zo'n vrouw in. Ze moet haar hele verleden a.h.w. herschrijven. Alles waarin ze geloofde is op een leugen gebouwd. Wie ben ik zelf, de dochter van een beest. Heb ik wat van mijn vader in me, hoe zou ik zelf in oorlogsomstandigheden reageren, wie ben ik eigenlijk. In hoeverre wordt je identiteitsbesef bepaald door wat je van je ouders weet, wat je van hen vindt. Kun je trots zijn op jezelf als je het niet op hen bent? Waar je dan op uitkomt is het besef, de erkenning, dat van nature niemand goed is.
Ons goed zijn is soms een dun vernisje, zoals bij die oorlogsmisdadiger, en soms een diepe overtuiging, zoals bij mensen die zelfs hun leven geven voor anderen. Maar vaak is het een voortdurend evenwicht zoeken tussen wat je eigenlijk zou willen doen (die vrouw haar ogen uitkrabben, ze heeft me onrecht aangedaan) en je geweten dat zegt: kwaad niet met kwaad vergelden. Wij hebben geluk als we ouders hebben die ons dit aanleren, maar ook dan is er geen garantie voor een 'goede' persoonlijkheid, net zo min als slechte mensen alleen maar slechte kinderen kunnen voortbrengen. Het goede laten overheersen in jezelf is en blijft genade!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief