Gaan de grenzen open?
1994-10-07
Binnen de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) is een intensieve discussie gaande over de koers die deze kerken moeten volgen, vooral in de contacten met christenen van buiten eigen kring. Om eens twee voorbeelden te noemen dia buiten de sfeer van de diverse kerkbladen vallen: half september hield het GSEV een congres onder de titel" Toekomst voor gereformeerde organisaties", waaraan een bundel met stevige studies vooraf ging. En morgen wil het Nederlands Dagblad deze zelfde vraag nog eens scherper stellen, in een publiek debat onder de titel "Heeft gereformeerd Nederland toekomst?"- Jaargang 38
- nummer 20
Natuurlijk is dit voor een deel een interne discussie, waar wij ons niet in moeten mengen. Dat geldt zeker van die concrete vraag of allerlei gereformeerde organisaties zich open moeten stellen voor christenen buiten de eigen kring. Maar het moet gezegd, dat de discussies gevoerd worden op een open manier, waarbij veel meer komt kijken dan die organisatorische grondslagkwestie. En dan lijken we ineens weer veel op elkaar, zodat we toch graag meedenken. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt, dat ik veel waardering heb voor gereformeerd onderwijs en verschillende andere vrijgemaakte organisaties. Maar ook dat het soms uiterst pijnlijk is wanneer het ineens duidelijk wordt dat je er toch niet bij hoort. Dat men zich daarop bezint is dan ook prachtig. Maar het is wel riskant, want hoe vindt die 'doorbraak' plaats? Het zou kunnen gaan over de boeg van: "we kunnen alleen overleven als we anderen toelaten". Zo ging het vroeger wel eens bij de scholen. Maar ik heb de indruk, dat dit tegenwoordig zo niet meer speelt. Het zou niet alleen wrang zijn, ik vrees dat het ook weinig zou opleveren. Er is niet zo'n massale hunkering naar gereformeerde organisaties, ook buiten Vrijgemaakte kring niet. De openstelling zou ook kunnen plaatsvinden uit een gevoel van teleurstelling: we hadden zulke mooie organisaties en kijk nu eens, de secularisatie gaat ook in eigen kring gewoon door! Dat is het slechtste scenario, waarbij te vrezen valt dat met het badwater ook het kind wordt weggegooid. Ik durf niet te schatten hoe reëel dit risico op het ogenblik is.
De breedte en diepte
Ik ben ervan overtuigd, dat er eigenlijk maar n goede weg is, namelijk wanneer er een nieuw en verrijkt zicht komt op het werk van Christus. Minstens op de breedte ervan en de diepte. Allereerst wat de breedte van Christus' werk betreft: is het niet enorm verrijkend wanneer je gaat zien en ervaren, dat Christus koninklijk en priesterlijk werkt, ook buiten je eigen kring? Wie kent niet die heerlijke ervaring, dat je wanneer Ie op vakantie bent of door andere omstandigheden buiten je eigen kring vertoeft, dat je dan in ongezochte gesprekken getroffen wordt door de levende band met Christus, die ook andere mensen hebben?
En dat je rijker kunt worden van zo'n gesprek? En tegelijk moet er ook zicht komen op de diepte van Christus' werk. Dat is de persoonlijke ervaring, dat je zijn genade en vergevende liefde zit broodnodig hebt. Het besef, dat je voor God komt in leegte en gemis, nee, met een oneindige schuld. En dat je tegelijk wordt omgeven door liefdevolle armen die jou dragen, ook al heb je het gevoel het niet waard te zijn. Alleen die kernervaring van het geloof kan christenen werkelijk bezielen.
Ik denk dat dit aan de ene kant een relativering van kerkelijke organisaties betekent: je ziel en zaligheid hangt er niet van af. En aan de andere kant is deze kernervaring d drijfveer voor christelijke betrokkenheid in kerk en samenleving. Volgens mij kan het niet anders of het zicht op de breedte en diepte van Christus' werk zal invloed hebben op het toelatingsbeleid van een organisatie, maar ik ben niet de eerst aangewezene om dat nader uit te werken.
Grenzeloze liefde
Laat ik alleen mogen wijzen op een prachtige trek die je in de Psalmen aantreft: ze zijn geschreven in een tijd toen Gods "toelatingsbeleid" heel strikt was, namelijk alleen gericht op Israël. En toch zie je de dichters daar soms doorheen schieten, in de overtuiging dat lIe volken God zullen gaan loven en prijzen. En in welk verband doen ze dat? Let er maar op: dat is steevast in samenhang met een intense jubel over Gods machtige ontferming. Denk aan Psalm 67, of Psalm 57: 10 en 11: "Ik zal U loven, O Here, onder de volken, ik zal U psalmzingen onder de natie; want hemelhoog is uw goedertierenheid, tot aan de wolken reikt uw trouw." Dit lijkt me de enige doorbraak die iets waard is, omdat het doorbrekend licht van. Gods genade erin straalt. Als Gods grenzeloze liefde je persoonlijk vervult, dan houden kerkelijke en organisatorische grenzen het niet meer. Daarom lijkt het me niet echt genoeg om nu K. Schilder ineens tot zondebok, te maken. Hij zal best een radicalisering en verkerkelijking op zijn naam hebben staan, zoals nu wordt beklemtoond, maar de makke van ons gezamenlijke gereformeerde leven zit dieper: weten we wel wat het is om te stamelen van verbazing over de liefde van 'Christus, die alle kennis te boven gaat?