Godsvertrouwen - Juda' s zoon als Leviet

1994-10-07
  • Jaargang 38
  • nummer 20
Vertrouwen
De terechtstelling van Johannes van Damme in Singapore heeft een diepe indruk op ons gemaakt. We gaan deze terechtstelling niet becommentariëren. Nu alleen de vraag: Wat betekent het, dat je zo moet wachten op de voltrekking van het vonnis? Kunnen we ons dat voorstellen? Ons vertrouwen op de Here is zo vaak vermengd met andere 'bestanddelen', met het rusten in onze eigen kracht, ons vermogen, ons eigen houvastenpakket!
Hoe is het als alles, alles ons ontvalt en we alles moeten 'derven'. En dat zal toch eenmaal het geval zijn. Met ons allen. Misschien minder schokkend en spectaculair. Maar het komt. Het is zo'n grote worsteling voor ons om werkelijk klein te zijn voor God, om werkelijk ons leven in zijn hand te weten en dat leven dan ook in zijn hand te lèggen. De strijd om tot het ware Godsvertrouwen te komen! David heeft die strijd gestreden. Hij heeft die strijd telkens weer moeten strijden. Maar hij heeft ook telkens weer de overwinning behaald. We willen iets daarvan naar voren brengen.

Psalm 16
Psalm 16 is een psalm van een onbegrensd vertrouwen op de HERE. Kijk eens naar het slot van die psalm: "Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat Gij uw gunstgenoot de groeve zien". Heeft David dan toch niet te veel vertrouwd? Petrus zegt het in Handelingen 2: David is wèl gestorven en begraven en zijn graf is bij ons tot op deze dag (29). Maar Petrus zegt dat in de prediking van Christus' opstanding! De waarheid van Psalm 16 zie je in Christus. Aan Hem, Davids Zoon, is die psalm vervuld. Maar vanuit de Christus daalt de volheid van Psalm 16 dan ook op David en alle gelovigen neer! Wij mogen en moeten deze psalm lezen 'in Christus', met Hem verbonden, in zijn gemeenschap. Buiten Christus om valt deze psalm geheel weg. Dan houd je niets over, hoe mooi je deze psalm ook kunt reciteren. Dat is de ernstige boodschap van Petrus.

Vrijmoedig citaat
,,O HERE, mijn erfdeel en mijn beker ...". Het merkwaardige is, dat David hier niet zegt, dat de Here hem zijn erfdeel en beker geeft of aanreikt, maar dat de HERE erfdeel en beker is. Erfdeel en beker-je zou kunnen zeggen: onroerend goed en levensonderhoud. Die beide zijn nauw aan elkaar verbonden. Uit het eerste komt het tweede voort. De HERE is dat dus voor David. Inderdaad, merkwaardig gezegd! Maar dan herinneren we ons, dat die merkwaardige uitdrukking toch ook weer niet nieuw is. We treffen die al eerder aan en wel in verband met de verdeling van het Beloofde land onder Israëls stammen. In Numeri 18:20 wordt het gezegd tot Aäron: "In hun land zult gij geen erfdeel hebben en een stuk land zal u onder hen niet ten deel vallen; Ik ben uw deel en uw erfdeel onder de Israëlieten". "Ik bèn..."!
En van de hele stam van Levi wordt het nog eens gezegd in Deuteronomium 18:2 " ... de HERE is zijn erfdeel zoals Hij hem beloofd heeft". Levi wordt dus geen 'landbouwstaat'. Hij krijgt wel een aantal stadjes en dorpjes, maar niet een land om van te leven. Wat het toegewezen land alle andere stammen geeft en oplevert, dat schenkt de HEREzèlf aan de levieten.
Hoe dan? Wel, Israël brengt de tienden en de eerstelingen aan de HERE. En de HEREschenkt die tienden en eerstelingen aan priesters en levieten. Ook delen van de offers, die aan de HERE gebracht worden, schenkt de HERE weer aan Levi.
Wat het land voor de overige stammen betekent, dat is de Here zèlf voor Levi - zijn deel en erfdeel, zijn erfdeel en zijn beker, zijn gehele levensonderhoud. Neen, David heeft hier geen 'uitvinding' gedaan. Hij citeert in feite. Maar dat is toch wel erg vrijmoedig! Juda's zoon David spreekt als een leviet! Een vrijmoedig citaat! Kan dat zomaar?

Tegenstelling
David en Levi. Ogenschijnlijk een geweldige tegenstelling! Daar staat die ene stam, die wel arbeidsvreugde mag kennen in de dienst van de HERE (Ps. 84:5), maar geen arbeidstr6ts. Geen trots op eigen vermogen, eigen prestatie.
Want Levi leeft rechtstreeks uit de hand van de HERE. Als iemand die alleen maar zijn mond kan openen om door een ander - beter: door dè Andere - gevoed te worden. De weg naar de trots is door de HERE bijzonder duidelijk afgesloten. Aan de andere kant David. Naar ons menselijk oordeel heeft David alle reden zich te beroemen: Herdersjongen bij de schapen van Isaï - citerspeler aan Sauls hof - overwinnaar van Goliat - succesvol generaal van Saul - de donkere tijd van de vlucht voor Saul - koning van Juda eerst - koning van heel Israël vervolgens! Wat een geweldige carrière! Levi de man die slechts zijn mond opent om door de HERE uit tienden en eerstelingen gevoed te worden. David de man van de geweldige opklimming, van de weg die door het donker heen uitmondt in het stralende licht van glorie en koningschap! Hoe kan David dat Levi-citaat in de mond nemen?

Harmonie
Maar toch, David zet zich naast Levi. De zoon van Juda nadert de HERE zoals een leviet dat heeft te doen!
David heeft de HERE echt en geestelijk verstaan. Wat wil de HEREzeggen tot zijn volk met dat merkwaardige gebod aan Levi gericht? Wat wil de HERE zeggen met die ene stam, die arbeidsvreugde mag kennen in zijn dienst, maar geen sprankeltje arbeidstrots? Wat wil de HERE daarmee zeggen tot David met zijn carrière, tot Israël met al zijn zaaien en oogsten, met de arbeid van zijn handen en de vrucht van die arbeid? Wat wil de HERE tot zijn volk zeggen met die ene stam, die het zeggen moet: "Ik leef enkel en alleen en rechtstreeks uit de hand van de HERE. De HERE is mijn leven en mijn levensonderhoud' '?
David heeft het begrepen! Ook als er een verband mag worden gezien en gelegd tussen ons werken en optreden aan de ene kant en onze carrière en positie aan de andere kant, ... de HERE vraagt van ons, dat we voor zijn Aangezicht dat verband tussen haken zetten en dat we naast Levi gaan staan. Het is de HERE die ons leven en levensonderhoud is. Of Hij ons nu voedt op een rechtstreekse manier of via de weg van onze arbeid, ... Hij is het en Hij blijft het! Alle roem is uitgesloten! Wat is het Oude Testament waardevol, ook voor ons! Wat kunnen we veel leren van Levi en van David!
Als je deze lessen niet opmerkt, dan kunnen onze woorden zo dun worden als een sigarettenvloeitje, ook die grote woorden als 'Godsvertrouwen' en 'overgave aan de HERE'! Hier zien we het vóór ons. Levi en David houden het ons voor!
Wat een heilzame remedie zit erin voor onze dagen met zovelen, die geen werk hebben, geen werk kunnen krijgen. Arbeidstrots maakt hard en boos, telkens weer: "Wij kunnen het voor jullie verdienen, met ons harde werk!" Wat een remedie verschaft David ons tegen die harde trotse geest: "Wij zijn voor het aangezicht des HEREN als de man, die uit zijn hand gevoed wordt". Voor zijn aangezicht is de hard werkende en resultaat boekende Judeeër een leviet, die rechtstreeks door de Here wordt gevoed. Het is de HERE alléén. ,,O HERE, mijn erfdeel en mijn beker ...". Een sanering van de verhoudingen, ook in onze dagen. Onze woorden van vertrouwen en overgave krijgen diepte en perspectief vanuit die oudtestamentische lessen!

Klein voor God
Zo heeft David het mogen winnen in die grote worsteling om toch klein te blijven voor God, voor zijn Aangezicht.
Hij gaat hier door het nulpunt heen, door het nulpunt van het rusten in eigen krachten en prestaties. Maar wanneer we door dat nulpunt ons laten meevoeren kunnen we pas vrij leven in de gemeenschap met de HERE. Wij lopen onszelf niet meer in de weg in de overgave aan de HERE. In Christus leven we vrij in Gods gemeenschap. We kunnen leven. En als alles wegvalt, ... Hij is er immers, uit wiens hand wij leven. Leven en sterven - léven door Hem!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief