Kentering

1994-10-07
  • Jaargang 38
  • nummer 20
De oogst is lang geborgen: op 't beroofde
land ligt grauw de treurnis om vervlogen zomer.
Een dunne regen druilt uit d'uitgedoofde
lucht afwezig neer. Droefgeestig dromen
verloren hoeven onder stervend lover
en somber staren in de natte tuinen
de donk're dahlia's; de laatste kleuren doven.
Eenzelvig mom piend dwaalt door de olmenkruinen
een moede wind, die langzaam ze ontbladert ...
Reeds trekken 's nachts de wilde ganzen over:
De zorgeloze dagen zijn voorbij: De winter nadert.


(Die 'verloren hoeven' hebben nogal eens voor problemen gezorgd. Leerlingen dachten niet aan boerderijen, maar aan paardenhoeven. Die lagen dan maar wat droevig te dromen over de goede tijd waarin ze nog niet door de paarden verloren waren. Zielig hoor; geen paard dat nog naar ze omkeek.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief