Een kind
1994-10-07
't Was een feestelijke zondag.- Jaargang 38
- nummer 20
De eerste dienst in Veenendaal.
Praktisch de hele wijk was aanwezig, met daarbij een groot aantal gasten, van wie sommigen gingen 'buurten'.
Vogels van diverse pluimage.
Er was ook aan de kinderen gedacht.
Ze mochten zingen en spelen. En hoe!
Ze zongen met heldere stemmen en een blij gezicht.
"Dit is de dag, die de Heer ons geeft.
Wees daarom blij en zing verheugd!"
Dat déden ze, de kinderen.
Nog één zongen ze en nog één.
En God troonde op hun lofzangen ...
De ouders (en ouderen) glunderden: Hun kind was er ook.
Kinderen horen er bij.
Ze horen bij God. Ze horen bij de gemeente.
En Jezus zei, dat we maar op de kleintjes moesten letten.
We mogen hen niet verhinderen om het Koninkrijk van God binnen te gaan.
We moeten zèlf als kinderen worden, willen we binnen gelaten worden. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, niet waar?
Toen kwam de preek. Gericht op het nieuwe begin in Veenendaal.
Niet alsof wij, Nederlands Gereformeerden daar de eerste lichtdragers zouden zijn.
Wat zou dat een hoogmoed zijn!
Maar we mogen, samen met anderen, het Woord van God uitdragen als een levensgeur. Samen met alle heiligen mogen we kennen de liefde van God, die de kennis te boven gaat.
Of de kinderen het konden bevatten?
Gods liefde gaat zelfs de kennis van ouderen te boven.
We kunnen deze liefde slechts verstaan met ons hart...
Toen kwam de tweede dienst, de zondag erna.
Geen liedjes van en door kinderen.
Geen blokfluiten. Een 'gewone' dienst.
En toch...
Er zaten weer kinderen in de kerk.
In de preek ging het over vijandschap tegen gelovigen.
Zoals dat vroeger gebeurde bij de eerste christenen en zoals dat vandaag gebeurt in China en in de Moslimlanden.
Soms worden de gelovigen dan moedeloos en dreigen ze het op te geven.
Maar God is er ook nog. Hij bemoedigt ze.
Toen kwam het gebed.
Of er iets was om voor te bidden en te danken.
Enkele 'grote' mensen noemden iets, wat hen op het hart lag. Toen stak een meisje haar vinger omhoog. Rachel.
Acht jaar oud. Of we God wilden danken, dat wij in alle vrijheid Hem konden dienen. Zij had het begrepen.
Zij vertolkte wat we allemaal tijdens de preek hadden gevoeld: De spanning, waaronder vervolgde christenen moeten leven. De dankbaarheid, dat wij in een vrij land mogen wonen. Wij mogen vrij uit de bijbel lezen.
Wat zal die week in veel Veenendaalse kamers de bijbel open zijn geslagen.
En wat zal er in gelezen zijn. Door oud en jong!
Denkt u ook niet?