Over de grenzen

2007-07-06
  • Jaargang 51
  • nummer 14
De oproep om iets te vertellen van je ervaring met de kerkgang in het buitenland heb ik maar even bewaard voor deze column. Het was namelijk een klein pinksterwonder. Afgelopen mei waren we met onze (vrijgemaakte) familie in Duitsland. Nu zijn wij daar wel daar wel vaker naar de kerk geweest. Onze ervaringen komen wel overeen met wat er in Opbouw over geschreven werd vorige keer.
Nu kerkten we met de familie in de Evangelische Kirchgemeinde van Rheinböllen (Hunsrück) We werden daar hartelijk ontvangen, kregen een liedboek aangereikt een zochten een plaats. Aangekondigde liederen opgezocht en terloops wat gebladerd: hé....apostolische geloofsbelijdenis. Nicea...en kijk nou: de Heidelbergse Catechismus!
Op de preekstoel de gastpredikant: een vrouw. Met een goed te volgen en fijne preek. Amen. Na de dienst werden de gasten hartelijk uitgenodigd om koffie te blijven drinken, en tevens werd aangekondigd dat zij ook op Pinksterzondag van harte welkom waren om het heilig avondmaal mee te vieren. Wij als Nederlands Gereformeerden hadden daar geen probleem mee, maar hoe dacht de familie daar over? Tijdens een wandeling werd het ons duidelijk.
Er was zo'n goed gevoel achtergebleven van de afgelopen zondag. En hadden we hier niet met broeders en zusters te doen? Het zou bijzonder krenkend zijn om de uitnodiging af te slaan en in de bank te blijven zitten.
En zo geschiedde. Op die Pinksterzondag was de kerk stampvol. Mooie liederen gezongen en weer een goede verkondiging, ditmaal van de plaatselijke dominee (m). Daarna de instellingswoorden van het avondmaal, en opnieuw de uitnodiging. Als eersten vormden de belijdeniscatechisanten en hun ouders de kring rond de avondmaalstafel op het podium. Het brood moesten we met elkaar delen, zei de dominee. Hoe, dat zagen we pas toen wij daar in de kring stonden. Er ging een schaal rond met hele kleine kadetjes, zeg maar, tweehapsbroodjes. Het was de bedoeling dat de één een broodje nam, het aanbood aan zijn buurman, die er dan zijn helft afbrak. Vervolgens passeerde een blad met kleine bekertjes: rood, druivensap, wit, wijn. De dominee ging weer in de kring staan, en terwijl wij links en rechts bij de hand werden genomen zei hij een passende bijbeltekst en bekrachtigde die door een handdruk die vervolgens door de hele kring werd overgenomen.
Gedurende elke nieuwe viering werd door de gemeente telkens een ander Taizélied herhaald, tot de hele viering beëindigd was. Wij voelden ons zeer aangesproken door de manier waarop deze gemeente met het avondmaal omging.
Voor ons persoonlijk kwam er nog iets bij. Sinds de scheuring vieren we met onze vrijgemaakte broeders en zusters, dus ook met deze familie! geen avondmaal meer. En hier kon het wel. Was het niet de Geest die grenzen doorbreekt die door mensen zijn gemaakt?

Ytje Veefkind is lid van de NGK in Amersfoort-Noord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief