Op verhaal komen
1994-10-07
Het is donderdag 15 september, 's ochtends om kwart over tien, als ik met het notitieblokje in de hand het statige Academiegebouw in Utrecht binnen stap. Os R.R. Ganzevoort, Ned. Geref. predikant van Doorn, staat op het punt om te promoveren aan de Utrechtse faculteit Godgeleerdheid. Omdat Henk Algra (de vaste Opbouw-verslaggever voor geleerde gelegenheden) verhinderd is, valt mij dit keer de eer te beurt om de plechtigheid bij te wonen. In de plechtige senaatszaal kijken talloze geleerde heren die hier vanaf de zestiende eeuw doceerden, vanaf hun schilderij op ons neer. Ik herken alleen Hieronymus van Alphen, maar achteraf blijkt dat niet eens de bekende kinderdichter te zijn. Gelukkig zit ik naast de bekende ds H. de Jong. Nu hij met Opbouw gestopt is, blijkt hij zelfs tijd te hebben om op de fiets van Zeist naar Utrecht te komen. Dan gaan we staan voor de senaat, die de zaal binnenkomt, gevolgd door de promovendus drs R.R. Ganzevoort en de twee paranimfen (waaronder zijn vader) als morele ondersteuning. En vanaf dat moment komt zijn proefschrift zelf aan de orde, volgens academisch gebruik kritisch onder de loupe genomen door een aantal hoogleraren. Maar laat ik eerst iets over dat proefschrift zelf vertellen.- Jaargang 38
- nummer 20
Een cruciaal moment
Os Ganzevoort schreef een proefschrift onder de titel: "Een cruciaal moment; functie en verandering van geloof in een crisis". Je zou kunnen zeggen: hij heeft onderzocht of en hoe het geloof bij mensen in de praktijk "werkt", als ze in een crisissituatie zitten. Als je je man plotseling verloren bent, als je hoort over een ernstige ziekte die je onder de leden hebt, wat doe je in zo'n situatie met je geloof? Heb je er iets aan en hoe werkt dat dan? Ganzevoort heeft dat om te beginnen onderzocht door een aantal interviews te (laten) houden, met mensen die in de praktijk zo'n crisissituatie hebben meegemaakt. We moeten dan niet denken aan zo’n NIPO enquête, waarbij veel mensen een paar eenvoudige vragen beantwoorden, maar veel meer aan een beperkt aantal interviews, waarbij de diepte wordt in gegaan. Os Ganzevoort heeft de resultaten van dit onderzoek bekeken vanuit minstens vier invalshoeken: sociologisch, theologisch, narratief en pastoraal. Bij drie van deze termen kunt u zich misschien iets voorstellen: je kunt de vraag stellen, wat mensen in de omgeving voor invloed hebben op de verwerking van een crisis (sociologisch), je kunt de vraag stellen wat er gebeurt, gezien vanuit ons verstaan van God (theologisch) en je kunt bespreken hoe je in dit alles als ambtsdrager kunt helpen (pastoraal).
Het woord "narratief" is minder bekend, maar voor ds Ganzevoort heel belangrijk. Het betekent letterlijk: iets dat met verhalen te maken heeft. Eerder schreef hij erover in twee boekjes, waaronder Levensverhalen (1989). Hij beschrijft daarin, hoe ieder mens in feite een soort levenpreken over God dan voor nodig? Os Ganzevoort antwoordde hierop het volgende: Sociologie beschrijft het kanaal waarlangs mensen hulp ervaren, maar dat zegt niks over de stroom die door dat kanaal heen vloeit. Een mens probeert z'n leven zin te geven en de erkenning van anderen te vinden. Maar dat moet ten diepste wel falen wanneer het blijft bij menselijk contact. Voor een totale aanvaarding heb je de genade van God nodig, die bpven al ons twijfelen uit stijgt. Prof. H.W. de Knijff legde Ganzevoort op dit punt het vuur nog nader aan de schenen. U hebt het wel over de helpende kracht van bijbelse verhalen, maar is God zelf soms narratief? Anders gezegd: wanneer je altijd maar over verhalen praat, kom je dan wel toe aan de werkelijkheid waar die verhalen over gaan? God is een God van daden, van geschiedenis. Laat men dat weg, dan wordt het heel dubieus of je met dat toch vreemde verhaal van God verder kunt komen, aldus De Knijff. Mij dunkt: veel fundamentelere vragen kun je toch haast niet stellen ... De bijna gepromoveerde pastor van Doorn verzekerde dat voor hem God zeker niet narratief (een verhaal) is. De geschiedenis van God met ons is de kern van de openbaring. Maar dat is ons doorgegeven in verhalende vorm en dus onderzoek ik wat mensen met die verhalen doen, aldus Ganzevoort. Ik denk dat hij in deze antwoorden voldoende duidelijk maakte, dat hij de bijbel echt niet ziet als slechts een bundel mooie verhalen. Maar ik vind dat je er wel aan ziet wat het riskante aan zijn benadering is. De psychologische en sociologische aanpak die niet alleen in het proefschrift maar ook in zijn meer populaire boekjes uitkomt, kan makkelijk zo worden verstaan alsof hij met de werkelijkheid achter de bijbelse verhalen weinig rekent. Ik vond het tenminste geen uit de lucht gegrepen vragen van De Knijff.
Persoonlijk woord
In een persoonlijk nawoord komt Ruard Ganzevoort naar voren als iemand die intens worstelt om God te vinden in de pijnlijke en geschonden werkelijkheid van ook zijn eigen leven. Hij noemt daarbij het overlijden van hun vierde zoon. Het is een worsteling waarbij veel overhoop gaat, maar waarin hij eindigt met zijn "persoonlijke overtuiging en ervaring dat God in Jezus Christus nog steeds (en misschien wel meer dan ooit) alles voor ons kan en wil betekenen". Ja, en tenslotte natuurlijk, voor de fijnproevers, nog iets over de stellingen die bij het proefschrift hoorden. Ik wist van tevoren dat het proefschrift op een serie vraaggesprekken was gebaseerd. Daar was ik een beetje sceptisch over, want ik geloof niet in statistieken.
Maar ik schreef al: het bleek wel wat anders te zijn dan een NIPO enquête. Over dat verschil gaat stelling 2: "Bij kwalitatief onderzoek weet je precies wat je meet, maar je weet niet hoe vaak het voorkomt. Bij kwantitatief onderzoek weet je precies hoe vaak het voorkomt, maar je weet niet wat je meet". Verder weet de auteur te meiden, dat het zwijggebod voor vrouwen in de gemeente van 1 Cor. 14 blijkens de argumentatie van Paulus in onze situatie juist neerkomt op een gebod tot een volledig gelijkwaardig functioneren van mannen en vrouwen. De kritiek die er van vele kanten is op Zondag 10 wil hij besproken zien in de kerkelijke weg en de stellingen 16 en 17 luiden respectievelijk: "Het leven heeft geen zin", en: "Het leven heeft zin". Dominees met een computer, tenslotte, krijgen te horen: "Als predikanten te zeer tekstverwerkers zijn worden hun partners bits". Kortom: n ochtend in het Utrechtse Academiegebouw leverde heel wat stof tot nadenken. En lastige ogenblikken bij de koffie, toen 'gemeenteleden uit Doorn me vroegen wanneer k nu eens ga promoveren. Terwijl ik bij de laatste generatie predikanten hoor die zelfs geen "drs." voor hun naam hebben...