Voorlopig besluit: ja!
1994-10-21
De kerken zijn eruit en de zusters mogen erin. Dat is de korte samenvatting van de besluitvorming op de Landelijke Vergadering, nu twee weken geleden. We hebben het dan over de vraag of onze kerken officieel de mogelijkheid openen, dat zusters der gemeente geroepen worden tot het ambt van diaken. Elders in dit blad leest u er bepaald uitvoeriger over. En ook genuanceerder, want het betreft een voorlopig besluit, dat in 1995nog moet worden bekrachtigd door een vergadering, waarin alle kerken rechtstreeks vertegenwoordigd zijn.- Jaargang 38
- nummer 21
Wat men hier ook van vindt, niemand kan beweren dat onze kerken op dit punt over één nacht ijs zijn gegaan. In 1978vroeg de kerk van Amsterdam-Centrum de zusterkerken per brief om commentaar op haar voornemen om ook zusters te benoemen in het ambt van diaken. Naar aanleiding van de reacties richtte zij zich tot de Landelijke Vergadering van Enschede 1985 met het verzoek om de zaak te bestuderen en zo mogelijk te komen tot de uitspraak "dat het een zaak van christelijke vrijheid is, als een plaatselijke kerk onder biddend opzien tot de Heer een zuster tot het diakenambt roept".
Zeventien jaar verder
Wanneer de voortgezette vergadering in 1995het nu genomen besluit bekrachtigt, dan zijn we (afhankelijk van hoe je rekent) tien of zeventien jaar verder. Men kon nauwelijks in redelijkheid verwachten dat we een besluit nog langer zouden uitstellen, bijvoorbeeld ter wille van andere kerken in binnen- en buitenland met wie we contact hebben.
Persoonlijk ben.ik zelfs van mening, dat noch de duidelijkheid noch de belijndheid van de besluiten vergroot is door die jarenlange studie. Amsterdam vroeg destijds ruimte voor vrouwelijke diakenen op de eenvoudige grond, dat men meende dat de Schrift die ruimte bood in onder meer 1 Tim. 3:11 en Rom. 16:1. Men erkende wel dat die teksten ook anders uitgelegd konden worden, maar vroeg eenvoudig ruimte voor deze uitleg. Erkend werd dat dit voor vrouwelijke ouderlingen moeilijker lag en "dat we het begrip 'tijdgebondenheid' als uitlegkundige sleutel, vooral in z'n gevolgen, nog niet geheel kunnen overzien. Immers, hoe voorkomen wij dat vitale delen van de Schrift met behulp van deze zelfde sleutel van hun kracht worden beroofd?" Het 'voorlopig besluit' dat nu genomen werd verwerpt 66k de gedachte dat teksten over de plaats van de vrouw "als tijdgebonden en achterhaald moeten worden beschouwd", maar het verhaal is door de jaren heen bepaald ingewikkelder geworden.
Tevreden gevoel
We probeerden meer duidelijkheid te krijgen over het besluit in een gesprek met ds. P.J.H. Krol, die als moderamenlid aan het voorlopig besluit meewerkte. Hij heeft achteraf "een heel tevreden gevoel, met name omdat het besluit zo breed gedragen werd". Bij het belangrijkste besluit, namelijk om het in de vrijheid der kerken te laten om zusters der gemeente te roepen tot de vervulling van het diakenambt, waren er maar twee tegenstemmers bij één onthouding. Hij ziet het besluit als een compromis: enerzijds is de hoofdlijn van het rapport Van der Dussen overgenomen. Aan de andere kant is duidelijker dan in dat rapport afstand genomen van een manier van lezen ("functioneel bijbel gebruik") waarbij bijbelse noties over de man als hoofd voor ons niet van toepassing verklaard worden. Bovendien is het commissievoorstel niet overgenomen om in het AKS vast te leggen dat ookdiakenen een leidinggevend ambt hebben. Het moderamen had overigens voorgesteld om in datzelfde AKS juist het verschil in verantwoordelijkheid tussen de beide ambten meer te benadrukken, maar dat is 66k niet doorgegaan.
"Ik denk dat onze bedoeling daarmee niet duidelijk overgekomen is. Over het algemeen concludeerde men dat deze wijziging overbodig is omdat de verschillende taken al voldoende uitkomen en je het AKS sowieso niet te vaak moet wijzigen."
Schriftbewijs
Als niet-ingewijde was ik verrast over het gehanteerde Schriftbewijs. Er wordt met geen woord gerept over de beide teksten die ruimte lijken te bieden voor vrouwelijke diakenen, te weten 1 Tim. 3:11 en Rom. 16:1. In plaats daarvan dienen de degelijke huisvrouw van Spreuken 31, de Sunamitische vrouwen anderen als bewijs van het zelfstandig optreden van vrouwen, waardoor je de zwijgteksten uit het Nieuwe Testament niet absoluut kunt nemen. Maar gáát het dan wel over vrouwelijke diakenen? Ds. Krol licht toe: "de gekozen benadering sluit aan bij het feit, dat in het rapport brede aandacht is gegeven aan de positie van de vrouw in het algemeen. Het is een versobering van het rapport en niet een totaal nieuwe structuur. Bovendien wilden we niet werken met teksten die 'waarschijnlijk' over vrouwelijke diakenen gaan".
Tenslotte: ds. Krol begrijpt best dat het genomen besluit een nieuw punt van discussie zal vormen in de contacten met andere kerken. Maar hij hoopt wel duidelijk te kunnen maken "dat we eerbiedig hebben .willen luisteren naar de Schrift en echt menen, met de hand op de Bijbel, dat deze mogelijkheid om zusters tot het diakenambt te roepen bestaat".