Twee culturen
1994-10-21
"Men moet geven overeenkomstig zijn bezit. Het is verboden zichzelf te prijzen en zich op te blazen, wanneer men aan liefdadigheid doet. Wie zo handelt, zal door de Heer niet beloond, maar gestraft worden."- Jaargang 38
- nummer 21
Dat is een citaat uit 'De gedekte tafel', een boek uit het einde van de zestiende eeuwen daarin staat in eenvoudige, begrijpelijke taal hoe een jood hoort te leven en hoe hij zijn religieuze plichten moet vervullen. Tot in de twintigste eeuw is dit het populairste handboek geweest dat in heel veel joodse huizen te vinden was. Deze kennis haal ik uit: 'Joodse cultuur, oorsprong en bloei', geschreven door Geoffrey Wigoder. De schrijver is verbonden aan het Instituut van het Hedendaagse Jodendom van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en hij is gastdocent aan de universiteit in Manchester. Hij heeft daarnaast veel gepubliceerd, vooral naslagwerken die op het jodendom betrekking hebben. Wist u dat meer dan twintig procent van alle Nobelprijzen aan joden is toegekend? Wie dit boek leest, zal onder de indruk raken van wat joden, ondanks alle rampspoed die over hen is gekomen, hebben gepresteerd.
Over die rampspoed komt de lezer ook wel zó veel te weten dat hij zich verbijsterd afvraagt: "Hoe hebben mensen elkaar dit kunnen aandoen?" Mee daardoor zijn de joden in een isolement gedreven; tegelijk moet ik zeggen dat zij dit isolement in het algemeen bewust gezocht hebben. In dat isolement hebben zij hun cultuur kunnen vormen en verrijken, maar het is tegelijk er de oorzaak van geweest dat zij tot mikpunt en slachtoffer van vervolgingen zijn geworden. Dat wordt ook in dit boek duidelijk.
De joden heten 'Het volk van het Boek'. Dat boek is de bron waaruit de joodse cultuur is ontsproten. De taal van dat boek, het Hebreeuws, is een bindende factor geweest die bovendien de continuïteit van de cultuur heeft bevorderd. Op blz. 23 lees ik: "De grootste schepping van de joden dateert uit het allereerste begin van hun geschiedenis. Nomadische stammen die zich vestigden in een klein land raakten bezeten van een uniek visioen dat in geen duizend jaar enige indruk zou maken 'op enig ander volk, maar uiteindelijk voorbestemd was de hoeksteen van de westèrse beschaving te worden." Het lijkt me dat menige gelovige jood (en christen) bedenkingen heeft bij deze voorstelling van zaken. De schrijver maakt trouwens ook wel eens een opmerking over het christendom die bewijst dat hij de boodschap van het Evangelie niet verstaan heeft. Dat christendom komt er in dit boek niet best af: het wordt gezien als dé oorzaak van alle jodenvervolging.
Ik kan hier onmogelijk een samenvatting geven van wat in 'Joodse Cultuur' allemaal beschreven wordt. Het boek is chronologisch opgebouwd. Het eerste hoofdstuk gaat over de tijd vóór de Middeleeuwen. Het tweede bespreekt de tijd van de Middeleeuwen zelf, en het derde behandelt de periode daarna. In elk hoofdstuk komen o.a. aan de orde: de gedachtenwereld, de wetenschap, de literatuur, muziek, beeldende kunst en het religieuze leven. En tussen dat alles wordt in grote lijnen de gang door de geschiedenis geschetst. Het laatste hoofdstuk gaat over: Joden die hebben bijgedragen tot de moderne cultuur. Het siert de schrijver dat hij weet te relativeren; er zijn inderdaad veel knappe koppen geweest van joodse afkomst die geweldige intellectuele en artiestieke prestaties hebben geleverd. Aan 117 joden is een Nobelprijs toegekend; dat is meer dan twintig procent van het totaal, terwijl de joden maar een kwart procent van de wereldbevolking uitmaken. Maar ... de meeste joden waren arme, eenvoudige mensen en zelfs heel wat misdadigers waren van joodse afkomst. In dit hoofdstuk komen veel namen voor; sommige zullen de lezer verrassen, andere zijn heel bekend. Van die laatste noem ik als voorbeelden: Frans Kafka, Martin Buber, Albert Einstein, Sigmund Freud, Karl Marx, en beroemde families uit de zakenwereld als de Rothschilds en de RockenfeIlers. Niet te vergeten: Citroën (ja, die van de auto's) en Olivetti. En dat was maar een heel beperkte greep! Lezers met interesse en studiezin kunnen veel hebben aan dit boek dat een grote hoeveelheid informatie bevat.
Het is verschenen in de reeks Bronnen van de Europese Cultuur bij uitgeverij Ambo in Baarn. Omvang 432 bladzijden; mooi gebonden in zwarte linnen band met goudopdruk, geïllustreerd, voorzien van een fraaie stofomslag. Prijs: f 79,-.
Een heel andere cultuur ontmoeten we in de EDDA, verschenen bij dezelfde uitgever. De Edda is een verzameling Oud-IJslandse helden- en godenliederen. Sommige daarvan gaan terug op de achtste eeuw. Er ligt een vreemde sfeer over de verhalen; geheimzinnige, wonderbaarlijke wezens bevolken de wereld die we erin aantreffen. Het is een wereld van goden en helden uit een verre voortijd. Er is sprake van ruwe, ontzaglijk sterke reuzen, het zijn soms zelfs monsters waaraan nauwelijks nog iets menselijks te herkennen . valt. Maar er zijn ook dwergen; ze leven onder de grond, vervaardigen wapens en bewaken kostbare schatten. En, om nog maar één soort te noemen, we maken ook kennis met de Walküren; dat zijn vrouwen met eigenschappen die hen soms op goden doen lijken, maar in andere verhalen overheersen bij hen de menselijke trekken. De verhalen zelf heb ik niet bepaald als meeslepend ervaren. Liefde en hartstocht, eer- en heerszucht, wreedheid en wraaklust, de verhalen zijn er vol van, maar de indruk die ze achterlaten is die van een primitieve, weinig beschaafde wereld waarin de driften een overheersende rol spelen. Het lezen gaat bovendien wat moeilijk, want als je alles goed wilt begrijpen, moet je geregeld de toelichtingen raadplegen. Toch, voor vakmensen en belangstellenden is dit boek een aanwinst. Ze kunnen nu kennis nemen van verhalen waarover vrijwel iedereen alleen maar uit de tweede hand iets heeft gehoord. Het is heel goed mogelijk dat ik er nog eens uitvoeriger op terug kom.
Verschenen in de reeks Klassieken bij Ambo, Baarn. Omvang 464 bladzijden; gebonden in zwart linnen met opdruk in goud. Eenvoudige stofomslag. Prijs: f 79,-.