In memoriam ds. Jan Goudzwaard
1994-10-21
Onverwachts, maar niet onverwacht: dat kunnen we zeggen van het sterven van Jan Goudzwaard. Hij was al meer dan een jaar ziek. De gevreesde ziekte, zoals men dat zegt, had hem getroffen; een longtumor werd bij hem ontdekt. Door een chemokuur en bestraling werd de ziekte wel teruggedrongen, maar niet overwonnen. Het werd steeds duidelijker, dat genezing niet meer mogelijk was. Tot het laatst toe is hij bezig geweest: lezen, aantekeningen maken voor zijn opvolger bij het Nederlands Gereformeerd Seminarie. Na een inzinking (wegens uitzaaiingen) was hij weer helder. Zijn sterven leek ook niet dichtbij. Maar plotseling kwam het einde. Wij zeggen dan, vanuit ons menselijk verstand: de Here heeft hem bewaard voor verder en erger lijden. Maar je hoopte toch, dat de Here hem nog een goede tijd zou geven. AI zou die wel beperkt zijn! Dat stond al van tevoren vast.- Jaargang 38
- nummer 21
Onze vriendschapsbanden reiken van zo'n dertig jaar geleden. Toen kwam Jan naar de Achterhoek, als legerpredikant bij de verbindingstroepen. Het kamp stond in de buurt van Eibergen. Ze gingen wonen in Borculo, dat destijds onder de gemeente van Neede viel. Daarvóór had hij de gemeenten van Rozenburg en Zaandam gediend. Daar werd ook duidelijk, in heel zijn werk, dat hij wilde samenbinden. Hij was een milde figuur, die niet op z'n recht stond. In het leger heeft hij een goede plaats ingenomen. Hij was daar ten volle op zijn plaats. De omgang met de jongens leverde geen problemen op. Hij had een open oog (en oor) voor iedereen, die met problemen zat. Hij was ook nog op een andere manier bij dit werk betrokken. Jarenlang is hij voorzitter geweest van het COGMA. Hij was mede de stuwende kracht achter de bezoekreizen in Duitsland en de contacten met militairen en alleenstaanden in het buitenland.
In de Achterhoek maakte hij ook de kerkelijke strijd mee. In die tijd begon het zich steeds meer af te tekenen. Hij was een van de ondertekenaars van de 'Open Brief'. De hetze tegen hen ging ook aan de Achterhoek niet voorbij.
Hij werd van het Avondmaal afgehouden, maar hij mocht wel tijdens de Avondmaalsviering het orgel bespelen.
Hij vond het erg, dat er getwijfeld werd (dat op z'n minst) aan zijn trouw aan Gods Woord en aan de Gereformeerde belijdenis. Hij stond voor Gods Woord, maar hij had te veel om zich heen gekeken om zich te kunnen vastleggen op een bepaalde kerkidee. Beter gezegd: hij wist, dat Gods Woord andere lijnen laat zien dan die men destijds trok. Het was voor hem een heel verdrietige zaak.
Later verhuisden zij en wij, maar de contacten bleven bestaan. Zo maakten wij van nabij het wel en wee van de familie mee. Hiermee zijn al twee brandpunten in zijn leven genoemd: zijn predikant-zijn en zijn dienen in het leger.
Toen hij in 1980 met leeftijdsontslag de dienst verliet, ging hij niet op zijn lauweren rusten. De gemeenten van Nunspeet en Amersfoort (allebei van nog beperkte omvang) deden een beroep op hem. Daar verrichtte hij hulpdiensten, zoals het heet. In de praktijk strekte die hulp zich ver uit. De familie woonde toen in Nijkerk, tussen ..beide gemeenten in. Op een gegeven moment moest hij Nunspeet loslaten om zich helemaal te wijden aan Amersfoort. Daar kwamen de besprekingen met de Vrijgemaakten op gang. Jan heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld.
Ook hier kwam weer zijn mildheid naar voren. Hij koesterde niet het leed, dat hem kerkelijk was aangedaan. Hij wilde een nieuw begin maken, maar wel volgens waarheid en recht. Aan hem is het mede te danken, dat de contacten in Amersfoort zo'n goed verloop hadden.
Bij dit alles kwam nog een andere taak. Zijn kennis van de filosofie was bekend, vooral zijn kennis van de Wijsbegeerte der Wetsidee. Het was ook niet zonder reden, dat in zijn studietijd prof.dr. K. Schilder hem vroeg zijn colleges kort samen te vatten. Dat kon Jan, omdat hij over grote gaven beschikte. Het Nederlands Gereformeerd Seminarie vroeg hem de colleges filosofie te willen verzorgen, aan propaedeutici en ouderejaars. Ook de anthropologie werd hem toevertrouwd, waarbij hij zich vooral baseerde op het werk van A. Janse. Hij leerde de studenten zien, hoe er een geestelijke worsteling aan de gang is en welke ideeën hierin om de voorrang strijden. Zo werden zij gewapend om de geesten te kunnen onderscheiden.
Hij verdiepte zich ook in de vragen rondom de kernvraag, wat theologie nu eigenlijk is en moet zijn. Ook gaf hij les aan de Evangelische Hogeschool. Zo heeft hij met zijn gaven gewoekerd. Het ging hem steeds om de grote zaak van de Here op deze wereld. Daarvoor heeft hij zich tot het laatst ingezet.
Ook in zijn laatste levensjaar heeft hij gewoon zijn werk voortgezet. Hij werd gedreven door de liefde, tot de Here en Zijn gemeente. Op de begrafenis bleek, hoe hij veel voor velen heeft mogen betekenen. Daarvoor komt de Here alle lof en eer en dank toe. Hij is het, die Jan deze gaven had geschonken. Hij is het ook, die hem ertoe heeft aangezet, om die te gebruiken. Daarom kunnen we alleen maar eindigen met: soli Deo gloria!