Wie was Maarten Luther? (1)
1994-10-21
Over Maarten Luther zijn boekenkasten vol theologische werken geschreven. Het zijn niet alleen losse delen, er verschenen zelfs verscheidene uitgebreide series over leven en werk van deze grote reformator.- Jaargang 38
- nummer 21
Een aantal uitgangspunten van Luther is in de protestantse kerken gemeengoed geworden. Wie de persoon Luther was, is minder bekend. Zijn persoon(-lijkheid) heeft echter ook de nieuwsgierigheid van velen opgeroepen, zoals van historici, psychologen en psychiaters. Wie was deze eigenzinnige denker, die 'in zijn eentje' een allesbeheersende kerkelijke en wereldlijke macht wist te trotseren?
Een geweldig temperament
Prof. dr. AL Janse de Jonge beschrijft in een klassiek en vele malen herdrukt werk Luther als "de rasechte pycnicus, met de fel bewogen ziel, de fanaticus en hartstochtelijk strijder. Hij is van afkomst een boeren-mijnwerkerszoon, door en door gezond en zeer vitaal. "Ik vreet als een Bohemer en ik zuip als een Duitser." Hij is de man met een geweldig temperament, met een dreunende stem, die aan ieder woord een zeldzame kracht en plastiek geeft. Hij beheerst de taal als weinigen en is in zijn genie een bezielende kracht voor velen, voor anderen een verwoestende orkaan 1", Janse de Jonge vergelijkt Luther met de fijnzinnige Erasmus: "Wat bij Erasmus fijne geestelijke kost voor fijnproevers blijft, wordt bij Luther een strijdleus en een direkte eis, die het geweten raakt. Geen wonder dat Luther Erasmus niet met rust laat, als deze weigert zijn zijde te kiezen. Hij slaat erop los, maakt ruzie en scheldt hem uit voor al wat mooi en lelijk is."
Janse de Jonge is niet de enige die 'vakmatig gebiologeerd was' door de persoon van Luther. Beroemde mensen wekken nu eenmaal de nieuwsgierigheid op. Wie is de mèns achter al deze daden? Velen hebben zich met deze vraag over Luther bezig gehouden. Zo beschreef de deense psychiater dr. Paul J. Reiter Luther als iemand bij wie perioden van enorme produktiviteit en perioden van grote neerslachtigheid elkaar afwisselden 2. Men zou kunnen denken aan een manisch-depressief ziektebeeld. Reiter spreekt ook van psychotische momenten in het leven van Luther, perioden waarin deze geen grip meer had op zijn gedachten en gevoelens.
Gezin en streek
Het zijn niet alleen psychologen en psychiaters die zich bezig hebben gehouden met de achtergronden van Luthers persoonlijkheid. Ook anderen hebben gezocht naar verklaringen voor zijn onverzettelijke gedrag. De historicus John Murray Todd plaatst Luther tegen de achtergrond van het gezin en de streek waar hij opgroeide 3. Murray beschrijft Luther niet in de eerste plaats als de onverzettelijke krachtpatser, maar juist als iemand die kwetsbaar was.
"Een nerveuze en sympathieke persoonlijkheid, overvloeiend van geestkracht. Hij had de neiging om van een verweerschrift een scheldpartij tegen zijn tegenstanders te maken, en dat in een taaltje van de gewone man, doorspekt van rauwe en platte uitdrukkingen, waarvoor hij een sterke voorkeur bezat. Luthers verlegenheid zocht een compensatie in zelfverzekerd optreden. Zijn rauwe terminologie moest het bewijs leveren dat hij zijn afkomst (Saksen) niet wenste te verloochenen en er één mee was gebleven; zijn grootvader en zijn oom waren nog boeren, zijn vader was door hard werken mijneigenaar geworden. Zulke mensen hebben geen tijd om hun taal te polijsten".
Een protestantse visie op Luther
Erik H. Erikson vergelijkt in zijn boek over de jeugd van Luther herhaaldelijk de tegenstrijdige kijk die protestanten en Rooms-katholieken hebben ontwikkeld op leven en werk van Luther 4, De visie die men op de Reformatie heeft, kleurt heel duidelijk de manier waarop men naar Luther kijkt. De protestantse hoogleraar in de theologie Otto Scheel schreef in het begin van deze eeuw een uitvoerige biografie over Luther 5. Hij zag de overweldigende angst waar Luther aan ten prooi viel als komende van God. Alles waar Luther door verward werd, was een persoonlijke ramp, die echter tegelijkertijd leidde tot de ontknoping van de genade van God. Angsten, waanbeelden en wanhopige twijfels werden bij Luther niet veroorzaakt door een geestesziekte, maar door het lijden van de ziel (d.w.z: komend van een hogere macht en niet van de menselijke geest). Scheel trekt (tegenover mensen die zijn visie in twijfel trekken) een vergelijking met de apostel Paulus: 'Of was de wonderbaarlijke genezing van Paulus soms ook pathologisch?' (= een symptoom van een ziekte).
Een Rooms-Katholieke visie op Luther
Heel anders schrijft de dominicaanse archivaris Heinrich Denifle over Luther 6. In zijn ogen hebben de angstaanvallen en de aanvallen van razernij bij Luther slechts een innerlijke oorzaak. Er is bij Luther sprake van een grove verdorvenheid van het karakter. Hij beschrijft de reformator als een gewetenloze psychopaat.
De innerlijke religieuze twijfels van Luther zouden gefingeerd zijn, want iemand met zo'n verdorven karakter kan geen last hebben van religieuze kwellingen. Het is dan ook slechts de Boze, die door Luther spreekt... .. Deniflé verwijt de protestanten dat men de fantasieën van een uiterst feilbaar persoon heeft verheven tot dogma. Hij verdenkt Luther er dan ook van dat diens gehele loopbaan door de duivel geïnspireerd was. Kortom: tegen de gedachten van Luther wordt door Denifle op een zeer forse wijze geschut in stelling gebracht.
Gekleurde bril
Wie de verschillende interpretaties van het werk van Luther leest, realiseert zich ook hoe gekleurd onze eigen bril kan zijn. De toonzetting van ons oordeel is lang niet altijd gebaseerd op feiten. Als Denifle tegen Luther in de aanval gaat, wordt zijn visie gekleurd door de krenking dat deze 'wegloper' zoveel mensen mee heeft gekregen. Zijn toonzetting doet soms denken aan hoe Gereformeerden elkáár in hun woordkeus in later jaren bejegend hebben....
Noten
1. Prof. dr. A.L. Janse de Jonge, Karakterkunde (1947). Het begrip 'pycnisch' verwijst naar een stevige lichaamsbouw. Kretschmer ontwikkelde een theorie dat bij een bepaalde lichaamsbouw een bepaald temperament zou behoren. Luther wordt door Janse de Jonge een typerend voorbeeld van het pycnische type (met de daarbij behorende temperamenteigenschappen) genoemd.
2. Paul J. Reiter. Martin Luthers Umwelt. Charakter und Psychose (1937).
3. John M. Todd. Maarten Luther (1960). Todd is een Rooms-Katholiek uitgever. die ook uitvoerig studie verrichtte naar leven en werk van John Wesley.
4. Erik H. Erikson. De jonge Luther (1958).
5.Otto Scheel. Martin Luther: Vom Katholizismus zur Reformation (1917).
6. Heinrich Denifle. Luther in Rationalistischer und Christlicher Bedeutung (1904). N.B.: de weergave van de standpunten van Reiter. van Scheel en van Denifle is niet gebaseerd op de bestudering van deze klassieke werken; er werd gebruik gemaakt van de weergave van hun visie door Erik H. Erikson.