Argwaan

2007-07-06
  • Jaargang 51
  • nummer 14
Goed van vertrouwen zijn is nog geen deugd. Het kan ons lelijk opbreken. Het tegendeel is argwanend zijn. We vertrouwen geen mens, zelfs onszelf niet, en helemaal God niet. Ons vertrouwen in mensen, juist in mensen die betrouwbaar hadden moeten zijn, kan keer op keer geschonden worden.
Kinderen die bij hun eigen ouders niet veilig waren, groeien argwanend op. Ze schenken maar moeilijk hun vertrouwen aan anderen. Hun relatie met God staat voortdurend onder druk. Voor argwanende mensen is het leven moeilijk. Met hen samen leven valt ook niet mee.

Maar wat moeten we met een argwanende God? Daar geloofden de vrienden van Job in. Een van Gods belangrijkste eigenschappen leek wel zijn argwaan te zijn. Wie kan er ooit volmaakt in Gods ogen zijn? Zelfs in zijn engelen stelt God geen vertrouwen, ook de hemel is niet zuiver in zijn ogen (15:15). Dan kun je het als mens verder wel vergeten. Je zit altijd per definitie fout met zo'n god. Voor God schijnt zelfs de maan niet helder, zelfs de sterren zijn onzuiver in zijn ogen (25:5). Niets is ooit goed genoeg voor de hoogheilig Ontzagwekkende.
Terecht trekt Jobs vriend Bildad daaruit de conclusie dat de mens dus niets vermag. Wat kan een mens, een worm, bij God uitrichten? Dat heet dan orthodox! Prachtig wat Job dwars hier tegenin belijdt (19:25). Ik weet: mijn redder leeft, en hij zal tenslotte hier op aarde ingrijpen. En dat heeft God gedaan en hoe! Aan het kruis in Jezus Christus werden alle zonden weggedragen. Met zo'n God zitten we altijd goed. Gelovend in deze God kunnen we bergen verzetten. Hij kijkt niet met argwaan naar ons maar met een liefde die al onze tekorten toedekt. Tegen zo'n liefde moet zelfs onze argwaan het afleggen.

Hoe praten wij over God? Belangrijker nog: hoe praat God over ons? Volgens de bijbel kunnen we daar het volste vertrouwen in hebben.

Dr. Bob Wielenga woont in Zuid-Afrika en is emeritus-predikant van de NGK van Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief