Vrijwilligerswerk....werk?
1994-11-04
Laatst las ik nog eens met veel plezier een pastorale notitie van collega Kranenburg over "Vrije tijd".- Jaargang 38
- nummer 22
Hij vertelt daarin nogal eens opmerkingen te horen als: "Jullie hebben altijd vakantie".
Vroeger beantwoordde hij zulke beweringen met een reeks verontschuldigingen, die duidelijk moesten maken hoeveel hij nog altijd deed. Hoe vaak wordt er een beroep op je gedaan voor van alles en nog wat, met de achterliggende gedachte: hij heeft er de tijd wel voor....
Wat zit het er diep bij ons in dat we' voor "vrije tijd" een gegronde reden of een verontschuldiging moeten hebben!
"Vrije tijd mag, maar ze moet wel besteed worden", typeert ds Kranenburg die houding.
Heel herkenbaar vind ik dat.
Wat kijken we toch vaak krampachtig, haast spastisch tegen die dingen aan. Alles zo gericht op het werk...
"Sinds ik niet meer werk heb ik het drukker dan ooit!" "Ik snap niet dat ik vroeger nog tijd ) had voor m'n gewone dagelijkse werk". Veelgehoorde uitspraken van mensen, die nadat ze om wat voor reden ook met hun betaalde baan zijn opgehouden hun medemensen willen laten merken hoe actief ze nog zijn.
Daar kan vast wel grootdoenerij of zelfs opschepperij achter zitten, zo van: "Kijk eens hoe flink ik nog ben"
of: "Ik ben belangrijk, hoor!"
Laten we elkaar er niet hard om vallen.
Het valt ook niet mee om uit het 'normale' arbeidsproces uitgeschakeld te zijn en - al is het enkel voor je eigen gevoelniet meer mee te tellen.
Zeker wanneer je onvrijwillig moest stoppen.
Toch zit er nog een andere kant aan, denk ik. Je kunt het ook heel positief duiden: mensen hebben zinvolle andere taken ontdekt. Het kan zelfs zijn; dat vrijwilligerswerk zinvoller is dan betaalde arbeid en meer bijdraagt aan de menselijke waarden in het leven en in de samenleving.
Er worden tegenwoordig terecht vragen gesteld bij onze manier van denken en spreken over 'arbeid': hebben we die niet veel te eenzijdig verstaan als betaalde arbeid?
Waarom beschouwen we bijvoorbeeld huishoudelijk werk niet ook als 'arbeid' en vullen huisvrouwen op formulieren in: "zonder beroep"? En is vrijwilligerswerk niet evengoed 'arbeid'?
Dat geldt ook in de kerk. Ook daar mag de waardering voor de bijdrage van vrijwilligers best groeien.
Zij maken er immers werk van, dat de verantwoordelijkheden voor heel het kerkelijk leven gezamenlijk gedragen kunnen worden. Het gaat veel verder dan wat 'hand- en spandiensten' aan ambtsdragers die dan het 'eigenlijke' werk moeten verrichten.
Vrijwilligers zijn gemeenteleden met eigen taken en verantwoordelijkheden, die even wezenlijk en onmisbaar zijn als die van de 'beroepskrachten '. Hun werk mag dan vrijwillig zijn, maar is niet vrijblijvend.
En al wordt het niet betaald, het is onbetaalbaar!
Zonder de inzet van haar leden kan de kerk niet functioneren.
Niet naar binnen toe en niet naar buiten toe.
Met een bijbels beeld gezegd: we zijn allen ledematen van het ene lichaam.
Verschillend van aard en aanleg, functie en taak. Maar onmisbaar. Allen 'arbeiders in de wijngaard van de Heer'.
Vrijwilligerswerk dus werk. Ook in de kerk.
Maak ik het daarmee niet nog bonter dan wat ds Kranenburg in zijn pastorale notitie aan de kaak stelde?
Dat is echt niet mijn bedoeling. Zeker in de kerk behoeft er geen krampachtigheid en dwangmatigheid te zijn ..
Het gaat bij vrijwilligerswerk - zeker in het kerkelijk leven om vrijheid.
We moesten misschien ook maar eens wat minder stoer en duur over 'roeping' en zo praten.
Als je wat wilt doen, moet je er ook plezier in hebben.
Doe wat je ligt. Waar je ambitie voor hebt. Waar je wellicht goed in bent.
En het behoeft heus niet te gek te worden. Het moet 'leuk' blijven.
Dan wordt het vast wel goed!