Wie was Maarten Luther? (2)
1994-11-04
In de eerste aflevering zagen we hoe theologen, psychiaters en historici (elk vanuit hun eigen achtergrond en vanuit hun eigen levensovertuiging) een heel verschillend beeld van Maarten Luther schetsten. In dit nummer gaan we in op de persoonlijke achtergronden van Luther.- Jaargang 38
- nummer 22
De familie Luder (later: Luther) was oorspronkelijk een boerenfamilie. Omdat er voor de jongere zoons geen plaats was op de boerderij, trok vader Hans naar Eisleben, waar hij in de kopermijnen werk vond.
Doopnaam: Maarten
Op 10 november 1483werd in dit gezin een zoontje geboren, op 11 november werd hij gedoopt. Zijn doopnaam werd Maarten. Die naam hoeft geen verrassing te zijn: kinderen in een deel van Nederland gaan op 11 november met lampionnen en zingend over die goede Sint Maarten. over straat. Maarten werd dus genoemd naar de heilige van die dag: Martinus van Tours.
Over de jonge jaren van Maarten is weinig bekend. Later heeft Luther wel veel verteld over zijn jeugd. Deze verhalen werden opgetekend in de zgn. Tischreden: de vertellingen aan tafel ter lering en vermaak voor zijn kinderen en voor gasten (zoals studenten en kostgangers). Het beeld van een zeer arme en diep ongelukkige kindertijd is gebaseerd op wat Luther zelf verteld heeft (1). Hij wist echter zo kleurrijk te vertellen, dat de vraag moet worden gesteld hoe waarheidsgetrouw de verhalen zijn. Misschien heeft Maarten 't Hart de 'kunst' van een naamgenoot afgekeken .....
Sober, maar invloedrijk
Er zijn publikaties verschenen waarin Luther beschreven wordt als een boerenzoon. Dat roept associaties op met jeugdige herinneringen op het platteland. Luther heeft echter nooit op een boerderij gewoond. Men kan hem vergelijken met de tweede-generatie immigranten. Zijn leven werd weliswaar nog gekleurd door de boerenafkomst, maar hij maakte er geen deel meer van uit. Ook het stereotype idee van de arme boerenzoon is onjuist. Luther groeide op in een stadje en het gezin waar hij opgroeide was niet arm. Kort na de geboorte van Maarten verhuisde de familie naar Mansfeld. Vader Hans werkte zich hier op tot één van de meest invloedrijke mensen in het stadje. Hij was zelfs medeeigenaar van een aantal mijnen. Wel heeft de familie (met uiteindelijk 9 of 10 kinderen) altijd sober geleefd; de rijkdom was dus min of meer verborgen en hooguit tastbaar aan de invloed die vader Hans hier had als één van 'Vierherren' (stadsbestuurders).
Angst "oor straf
De engelse historicus Todd gaat ervan uit dat het gezin Luder de gewone godsdienstige plichten goed nakwam.
Waarschijnlijk zal Maarten dus regelmatig de mis hebben bijgewoond. Hij zal ook hebben geloofd dat Jezus waarachtig tegenwoordig was in brood en wijn. Maarten zal thuis de gebeden mee hebben gebeden. In later tijd herinnerde Luther zich echter vooral de beloning en de straf na de dood. Het is deze gedachte geweest die hem bijzonder bang heeft gemaakt (2).
Deze invloed van de kerkelijke leer op het denken van kinderen is ook in de Gereformeerde kerken niet onbekend.
Een voorbeeld hiervan zien we in publikaties van een aantal romanschrijvers en van Aleid Schilder. Veel mensen vinden dat ze een karikatuur hebben ontwikkeld: in de kerk werd 'zoiets' toch niet beweerd? We moeten ons echter wel realiseren dat voor een kind bepaalde uitspraken een eigen leven kunnen gaan leiden. De relatie die er bestaat tussen ouders en kinderen en de nestgeur van het gezin kunnen daarbij een rol spelen, maar ook het karakter van het kind zelf. Vermoedelijk zijn het vooral gewetensvolle kinderen die door hun karakter gevoelig zijn voor deze angsten. Ze zoeken een houvast in duidelijke kaders en stellen hoge eisen aan zichzelf. Tegelijk kunnen ze niet aan deze eisen voldoen en worden dus door angst overweldigd. De angst voor straf kan het leven dan gaan beheersen. Men kan zich dus afvragen in hoeverre de preken in de kerk in het stadje Mansfeld werkelijk gekleurd werden door de straf van het vagevuur. Het is mogelijk dat de sfeer in het gezin hem juist ontvankelijk heeft gemaakt voor bepaalde opmerkingen in de preken. In ieder geval heeft de angst voor het oordeel bij de jonge Maarten een dusdanig grote invloed had, dat dit thema andere aspekten van het Evangelie naar de achtergrond drong. Dat kinderen zo kunnen reageren op een bepaalde boodschap is een waarschuwing die ook Gereformeerde opvoeders (ouders, onderwijzers, predikanten) zich ter harte moeten nemen.
Bijgeloof
Todd beschrijft in zijn boek het bijgeloof van die dagèn. Er was sprake van een geesten geloof dat duidelijke heidense kanten had. Men nam aan dat op bepaalde plaatsen of in bepaalde mensen boze geesten of heksen huisden, die er plezier in hadden de mensen op allerlei manieren te kwellen. Dit geloof kleurde ook het gezin Luder.
Als het onweerde zeiden Maartens ouders: "De duivel is losgebroken." Maarten Luther geloofde heilig in deze invloeden. Ook later zou hij aan tafel nog vaak hebben gesproken over deze duivels en demonen: "Veel oorden worden door duivels bewoond. Pruisen is er vol van en Lapland is vergeven van heksen." Ook op een andere manier was het bijgeloof nadrukkelijk aanwezig, namelijk in de wijze waarop het godsdienstige leven was ingericht. Overal bestonden voorschriften voor, alle kerkelijke gebeurtenissen waren ingekaderd in rituelen. Later kostte het Luther vele jaren van geestelijke strijd om in te zien dat de rechtvaardiging niet afhankelijk is van het voldoen aan al deze door mensen ingestelde voorschriften.
Maarten en zijn ouders
Vroege jeugdervaringen kleuren (mede) de latere persoonlijkheid. In veel theorieën wordt een grote plaats ingeruimd voor de invloed die ouders hebben op de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. Deze relatie staat ook centraal in het boek dat de psycho-analyticus Erik H. Erikson schreef over Luther. Naar het antwoord op de vraag hoe het in het gezin werkelijk toeging, moeten we gissen. De indruk bestaat (maar dat is weer gebaseerd op uitspraken van Luther zélf) dat vader Hans streng was en dat lijfstraffen in het gezin gebruikelijk waren. Aan de hand van een aantal uitspraken van Luther en van vrienden van Luther beschrijft Erikson de relatie tussen vader Hans en zoon Maarten als volgt: "Zelfs wanneer Maarten doodsbang was voor zijn vader, kon hij hem niet echt haten. En vader Hans, die het niet gegeven was om ooit nauw contact te hebben met zijn zoon en die soms bijzonder kwaad kon zijn, kon niet lang buiten zijn zoon. Hans was een vader, waar men niet op vertrouwde voet mee raakte, maar die je ook niet los liet" (3). Luther sprak later veel over zijn vader, maar zijn moeder wordt in de verhalen weinig genoemd. Wel vertelt een latere vriend van Luther dat Maarten sprekend op zijn moeder leek. Zij komt over als een vrouw met een gevoelige houding tegenover de natuur, ze was muzikaal ingesteld, ze had een mystieke inslag en was soms erg bijgelovig. Zo vertelt Luther dat zijn moeder ervan overtuigd was dat de kinderen van de buurvrouw behekst waren. De liefde voor de muziek heeft Luther waarschijnlijk van zijn moeder meegekregen.
Het onweer
Erikson plaatst in zijn boek de keuzes die Luther maakte voortdurend in de context van de verhouding die hij tot zijn vader had. Vader Hans wilde dat zijn zoon een juridische opleiding volgde en dat hij hoog op de maatschappelijke ladder zou klimmen. De schoolse opvoeding die Luther kreeg was dan ook op dat doel gericht. Hij werd ingeschreven op de juridische fakulteit in Erfurt. Totdat. ...het onweer kwam. Luther was (om onbekende redenen) onderweg, toen er in het open land een hevig onweer losbarstte. Het riep enorme angsten bij hem op. Geen wonder, als we weten in welk verband het onweer in het gezin geplaatst werd: de duivel brak immers los. Tijdens dat onweer heeft Luther in zijn doodsangst (en daarmee ook de angst voor het vagevuur) een belofte gedaan. "Help mij, Heilige Anna, ik wil monnik worden". Op dat moment wordt het gewetensconflict nadrukkelijk en beklemmend voelbaar. De keuze die Maarten deed, werd door zijn vader namelijk als een daad van ongehoorzaamheid ervaren. Pas vanachter de kloostermuren schrijft hij zijn vader over de beslissing. Luther vertelt later dat zijn vader bijna gek werd van woede en dat het hele gezin (gehoorzaam aan de vader) het contact met de weerspannige zoon verbrak. Vanaf nu moest Maarten dan ook zijn eigen keuzes maken, want hij kon niet meer rekenen op de steun van zijn vader. Wanneer een kind op zo'n manier tot zichzelf veroordeeld wordt, roept dit opnieuw enorme angsten op.
Jongeren zoeken dan vaak naar duidelijk omlijnde kaders: het is alles of niets. Ze vinden houvast in sekten, in radikale organisaties, in strakke levenspatronen. Voor de jonge Maarten biedt de geborgenheid van het klooster een tijdelijk houvast in onzekere jaren (in vaktermen: een moratorium, een uitstel van volwassen verplichtingen).
De prior van het klooster vervangt zijn vader. De strenge rituelen die er de dag en de nacht beheersen, dempen zijn onderliggende angsten.
Bestemd tot het priesterschap
Maarten was op de juridische fakulteit opgevallen door zijn buitengewone begaafdheid. Dit bleek ook binnen het klooster het geval. Hij werd na het afleggen van de gelofte bestemd tot het priesterschap. Nu de volwassen verantwoordelijkheden dichterbij kwamen, raakte de gewetensvolle Luther erdoor verontrust. Hij had een boek gelezen, waar in stond vermeld in welke opperste waardigheid de priester de mis op moet dragen. Hij brengt immers aan anderen de aanwezigheid van Christus Zélf over? Maarten maakte zich zorgen over zijn gemoedstoestand, want geen enkele zondige gedachte mocht in hem opkomen.
Hij bestudeerde tot in de puntjes de rituelen die de mis voorschreef.
Toch kon er nog altijd iets mis gaan....De zoon die ongehoorzaam was aan zijn vader, probeerde tot in het absurde gehoorzaam te zijn aan de kloostergelofte. Ondertussen had Maarten - als gevolg van het overlijden van twee broersweer enig contact gekregen met zijn familie. Hij had zijn vader echter sinds het onweer niet meer gesproken. Toen Maarten tot priester zou worden gewijd, werd aan zijn ouders een uitnodiging verstuurd. Zijn vader nam de uitnodiging aan, maar bedong wel dat de wijding plaats zou vinden op het moment dat het hem uitkwam. Hij verscheen met een ruiterschare van twintig burgers naar het klooster en deponeerde een enorme gift in de kas van het klooster. Nooit echter had vader Hans met Maarten gesproken of geschreven over het feit dat hij in het klooster was getrokken. De spanning over het weerzien met zijn vader moet voor Maarten dan ook bijzonder groot zijn geweest.
De priesterwijding
Tijdens het opdragen van de mis kreeg Maarten een angstaanval. Dit gebeurde toen het gebed werd uitgesproken dat begint met de woorden 'Daarom, allerbarmhartigste Vader'. De angst sloeg als een vloedgolf over hem heen. Hij raakte verbijsterd van schrik bij de gedachte dat hij zélf rechtstreeks tot God moest spreken. Als kind werd hij op school geslagen Later vertelde hij, dat hij van angst bijna gestorven was. Erikson verwoordt de spanning van Maarten treffend: "Vóór hem bevond zich de onzekere genade van het Heilig Sacrament en achter hem bevond zich de mogelijke toorn van zijn vader" (4). Het hoeft geen betoog, dat leven maakte, mogen we dan ook voor een onzekere en gewetensvolle Gods Hand zien.
jonge man zo'n situatie zeer belastend is. Bij de bediening van het Sacrament kon er immers van alles mis gaan: hij zou het ritueel niet goed kunnen volbrengen, hij zou woorden kunnen vergeten en er zouden verkeerde gedachten in hem naar boven kunnen komen. Hij had het gevoel helemaal alleen tegenover God te staan, die alles zou kunnen zien en iedere fout zou veroordelen. Het zicht op het middelaarschap van Christus was hem op dat moment volkomen ontnomen.
Ondertussen waren achter hem de ogen van zijn vader, met wie hij nog geen woord had gewisseld en die mogelijk nog steeds boos was vanwege de keuze die hij enkele jaren geleden had gemaakt.
De maaltijd
Later op de avond vond een maaltijd plaats, waarbij het tot een confrontatie komt tussen Maarten en zijn vader.
Opnieuw kunnen we ons voorstellen hoe het gegaan is. Een omvangrijk gezelschap (de 20 heren uit Mansfeld) domineert de maaltijd. Maarten houdt een tafelrede en herinnert aan de gelofte tijdens het onweer.
Dan onderbreekt zijn vader hem: "We zullen maar hopen dat het geen begoocheling van de duivel is geweest."
Maarten probeert de zaak te sussen. Zijn vader duldt echter geen tegenspraak en begint de 10 geboden te citeren. "Heb je niet gelezen dat er staat: eert uw vader en uw moeder?" Todd schrijft dat deze vraag van zijn vader Maarten diep moet hebben gekwetst. "Maarten, die zijn vader juist altijd vereerd had en zoveel mogelijk heeft willen doen wat zijn vader van hem verlangde" (5).
Gods Hand
Na de priesterwijding van Maarten is er veel gebeurd. De weg die deze grote Reformator ging, liep met veel omwegen. Hij ondernam een voetreis naar Rome; opnieuw een periode waarin hij veel nadacht. Uiteindelijk leerde hij (tijdens de voorbereiding van colleges over de Romeinenbrief) in te zien dat in de kerk de boodschap van Gods schenkende gerechtigheid centraal moet staan en niet Gods eisende gerechtigheid. Jezus is immers onze middelaar en voorspraak. Dat inzicht betekende een enorme bevrijding voor hem. Maarten wilde zijn vader en de kloosterregels gehoorzaam zijn; later leerde hij eigen keuzes te maken, die én tegen de wil van zijn vader én tegen de leer van de kerk ingingen. Er ging een lange periode van persoonlijke strijd aan vooraf. Als kind werd hij op school geslagen als hij Duits sprak (en geen Latijn); later werd juist hij degene die de Bijbel in de eigen volkstaal vertaalde. Dat gebeurde in een periode' waarin er ook in de samenleving veel veranderde. De tijd was er rijp voor. In de gang die Maarten Luther in zijn leven maakte, mogen we dan ook Gods Hand zien.
Noten
1. Erik H. Erikson, De jonge Luther, pagina 59. Dit boek verscheen in 1958 in de Amerikaanse editie en in 1967 in een Nederlandse vertaling.
2. John M. Todd, Maarten Luther, pag. 22, 23
3. Erikson, pag. 71 en 73
4. Erikson, pag. 155
5. Todd, pag. 66