Genezing
2007-07-06
Er is al heel wat over geschreven: de wonderlijke genezing van Janneke Vlot uit Bleskensgraaf. Na 18 jaar posttraumatische dystrofie vloeit tijdens een samenkomst in de Levensstroomgemeente van evangelist Jan Zijlstra in Leiderdorp opeens al haar pijn weg en staat ze op uit haar rolstoel.- Jaargang 51
- nummer 14
Korte tijd later vieren meer dan 2000 mensen in een stampvolle evenementenhal in Gorinchem een dankfeest met Teus en Janneke Vlot. Prachtig natuurlijk; maar helaas ook aanleiding tot nogal wat gekrakeel in orthodox-gereformeerd Nederland, het kerkelijk milieu waartoe de genezene behoort. In het juni-nummer van Kontekstueel zet ds. G. Hette Abma een aantal reacties op een rij; ik maak daar weer een kleine selectie uit. Om te beginnen ds. Rob van Essen, als voorzitter van de Lukasorde al heel wat jaren bezig met dit soort vragen:
Jan Zijlstra wekt bij hem wantrouwen, omdat deze evangelist zou beweren dat hij de gave van genezing in pacht heeft. Rob van Essen bekritiseert echter ook de ‘orthodoxe tak van de kerk’, die hij te afwachtend vindt. Het rationalisme regeert in de kerken. “Dat zou ook het ongemak van de gemeente in Bleskensgraaf gedeeltelijk kunnen verklaren.” Waarschijnlijk is dit euvel kerkbreed waar te nemen. Op de site van Henri Veldhuis, de predikant van de Hervormde Barbara-gemeente te Culemborg las ik: “Is het niet onrechtvaardig dat God zonder opgaaf van redenen het ene gebed wel en het andere niet verhoort? Dat kan niet waar zijn.” Zo zien we maar dat God niet voor de rechtbank van onze ratio gerechtvaardigd kan worden. Waarom andere zieken uit de gemeente Bleskensgraaf geen genezing hebben ontvangen, kunnen Janneke en Teus VIot niet zeggen. Mogelijk kunnen ze nog eens nagaan waarom er destijds geen positieve respons gegeven werd door hun kerkenraad op de vraag om ziekenzalving. Naar mijn vaste overtuiging wordt er altijd zegen ontvangen, wanneer we wandelen in de weg die ons door het Woord van God gewezen wordt.
Vervolgens schrijft Abma over een artikel in het RD van dr. M.J. Paul:
Het trof me dat hij een eerlijk oordeel geeft over de voorganger van de Levensstroomgemeente. Uit wat Jan Zijlstra zegt en schrijft, “blijkt dat hij in zijn bediening Christus centraal stelt. Hij noemt zichzelf in de eerste plaats evangelist. Voor hem is het leiden van mensen tot Christus het hoogste doel, genezing en bevrijding zijn daaraan ondergeschikt. Hij wil vooral buitenkerkelijken bereiken en weet dat genezingen meer mensen trekken dan dogmatische verhandelingen.
Het is niet nodig om het met alle theologische uitspraken van Zijlstra en de vormgeving van zijn diensten helemaal eens te zijn, maar het is wel belangrijk recht te doen aan zijn intenties. Er mag oprechte vreugde zijn als op zijn gebed mensen genezen en er een getuigenis van uitgaat naar de wereld.”
Abma kwam ook heel andere reacties tegen:
Direct naast de bijdrage van dr. Paul stond op de opinie-pagina een artikel van ds. C.P. de Boer, christelijk gereformeerd predikant te Werkendam. Hij is ervan overtuigd dat er wonderen gebeuren. “Echter, door wie worden deze wonderen verricht?” zo vraagt deze predikant zich af. “Dat iemand tijdens het verrichten van het wonder Jezus’ Naam aanroept zegt mij nog helemaal niets. De zonen van Sceva durfden dit ook te doen (Hand. 19:13-20).” Bij het lezen van deze schokkerende suggestie moest ik direct terugdenken aan wat Paul schreef over het recht doen aan de intenties van Zijlstra. () Het wordt nog erger. Ook al is het ronduit kwetsend, toch neem ik een passage over; om te laten zien hoe het in een gesprek over de moeilijke vragen betreffende de genezing van zieken beslist niet moet toegaan. () Suggestief wordt gesteld dat Zijlstra geen boodschap heeft aan de troost van zondag 10, waaruit ds. De Boer desondanks toch een paar woorden wil citeren, namelijk: “dat gezondheid en krankheid niet bij geval, maar van Zijn vaderlijke hand mij toekomt.” Daarbij deinst de genoemde predikant er niet voor terug over ‘het botsen van twee godsbeelden’ te spreken: “Zijlstra’s god, die niet wil dat zijn kinderen ziek zijn en mijn God en Vader, Die verschillende van Zijn kinderen ziek laat worden. De troost van dit belijden is dat ik in mijn ziekte me mag wenden tot mijn God en Vader, Die mij genezen kan, maar in Zijn vaderlijke zorg en liefde niet altijd genezen wil. Al begrijp ik mijn God en Vader niet, zelfs met de vragen en het verdriet mag ik nog schuilen bij het hart van deze almachtige God en getrouwe Vader”.
Tenslotte dr. W. van Vlastuin, docent dogmatiek aan het Hersteld Hervormd Seminarium; hij stelt een aantal vragen, maar lijkt niet echt op antwoord te wachten:
“De onzekerheid zit vooral in de vraag of we vraagtekens moeten plaatsen achter de klassieke theologie.
Heeft de Reformatie ons schatten onthouden? Moeten we de gereformeerde theologie relativeren en het manco laten aanvullen met een scheutje charismatische theologie? Zou dit de weg zijn naar een opwekking?”
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.