Vluchtelingen

1994-05-20
  • Jaargang 38
  • nummer 10
In onze stad staat al jaren een asielcentrum.
Hoewel het een groot centrum is, kampen leiding en medewerkers met een chronisch tekort aan ruimte omdat het aantal vluchtelingen dat zich meldt, altijd groter is dan de beschikbare kamers en wooneenheden.
Voor de mensen die daar hele dagen verblijven, is het gedwongen nietsdoen een ramp. Angst voor uitzetting, de taal niet machtig zijn, en de opgedane ervaringen geven een combinatie die veel spanning oproept. Om dit op te vangen, wordt er in het centrum veel georganiseerd. Die bezigheden vragen nogal wat mankracht en die is niet beschikbaar. Een flink deel van het werk wordt dus gedaan door vrijwilligers!
Janneke, onze dochter, werkt ook één dag in de week bij de vluchtelingen.
Ze geeft Nederlands aan twee groepen en vindt het tot haar eigen verbazing bijzonder leuk om te doen. Erfelijk belast waarschijnlijk! Tragedies en amusante situaties wisselen elkaar in het centrum af en als ze na een werkdag thuiskomt, zijn mijn eerste woorden: "En... Vertel!" Vorige week kwam ze giechelend binnen. "En", zei ik terwijl ik haar een kop soep in de hande duwde. Ze plofte neer op de bank en begon: "Ik had vandaag tijdens de lunch een gesprek met Juan, een van de medewerkers. Hij is buitenlander, maar spreekt goed Nederlands.
Sommige woorden husselt hij alleen een beetje door elkaar... Het lokaal waar we zaten zou na de les door een groep vrouwen en kinderen worden gebruikt en Juan had wat stoelen klaar gezet. Hij keek rond of alles wat er zijn moest aanwezig was en sloeg opeens op zijn voorhoofd. "Ik moet nog even een kooi halen," riep hij. "Een kooi?" vroeg ik verbaasd.
"Ja... Een kooi... zo handig. Kind lastig? Hup... in kooi," zei Juan en verdween.
Even later kwam hij terug... met een box. Janneke deed aanschouwelijk Juan's gebaren na en ik schoot in de lach.
"Wat trekt je nu eigenlijk zo aan in dit werk," vroeg ik even later. "Vooral het omgaan met totaal andere culturen. Er zitten mensen uit voormalig Joegoslavië, Iraniërs, Irakezen, Algerijnen, Somaliërs en Koerden en een oude Russische hoogleraar in één groep bij elkaar.
Dat vind ik erg leuk," zei ze nadenkend.
"Maar soms gebeuren er ook dingen waar ik zo om zou kunnen grienen.
De jongste in de groep is een jongen van achttien. Hij komt uit Bosnië.
Zijn gezicht is wat gehavend en zijn tanden zijn afgebroken. Toen ik bij het begrip 'slaan' vandaag mijn hand ophief, dook hij in elkaar. En hij zat rijen bij me vandaan. Dat vond ik erg.
Maar hij boft dat zijn vader en moeder ook in het centrum zijn. De meesten hebben iedereen achter moeten laten.
Het woord heimwee, hoefde ik niet uit te leggen. Iedereen wist wat dat was!" zei Janneke en lepelde zwijgend haar soep op. Ze zette de kop neer en vervolgde: "Bij het leren van een taal krijg je eerst woorden als: vader, moeder, broer, zuster enzo... maar ik vermijd het echt om over hun familie te praten.
Er kunnen allerlei emoties losbarsten en ik ben er niet voor opgeleid om dat in een groep in goede banen te leiden.
Als je na de les met iemand praat ligt dat anders natuurlijk. Er zitten trouwens nog een broer en zus in de groep.
Ze zijn van mijn leeftijd, of iets ouder.
Die zijn hun land ontvlucht omdat ze Christen zijn. Eén van de eerste lessen vertelde het meisje aan Wil, die deze groep op dinsdag lesgeeft, dat ze Protestant is. "Bent u ook Protestant?"
vroeg ze aan Wil. Nu is Wil helemaal niets dus ze zei: "Nee". Het meisje dacht even na en zei triomfantelijk: "Dan bent u natuurlijk Katholiek."
"Nee", zei Wil. "Maar u gelooft toch wel in God?" Ze werd er gewoon onzeker van. Wil durfde haast niet te verklaren dat zij ook niet in God geloofde, maar deed dat toch maar, omdat zij de waarheid geen geweld aan wilde doen.
Het meisje beet op haar lip, glimlachte toen vol vertrouwen en zei: "Maar toch wel in Jezus hé?" En Wil ging door de knieën en zei: "Ja... Wel in Jezus." We keken elkaar aan en glimlachten. Toen ging Janneke de tuin in om haar vader te halen want het eten was klaar. Ik dekte de tafel en telde tegelijk met de borden, vorken en messen mijn zegeningen.
Je leert nog eens wat van je kinderen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief