Mijn buurman heeft een koe geslacht

1994-05-20
  • Jaargang 38
  • nummer 10
Zo zou ik een kort verhaal begonnen zijn, had ik het literair in me gehad er een te schrijven.
Het zou een waar gebeurd verhaal geworden zijn. Want het is echt gebeurd: op een zaterdag slachtte iemand een koe in zijn tuin. De buren belden de politie, want het is tegen de wet om zelf te slachten. Anderen belden de dierenbescherming, want ook een koe heeft haar rechten - het recht om pijnloos in een abattoir aan haar einde te komen. In de plaatselijke pers is er uitvoerig en scherp over gedebatteerd via de rubriek ingezonden stukken


Het betrof een zwarte man die in een blanke woonbuurt een huis had gekocht.
In engelstalig Zuid-Natal zullen niet veel blanken daar meer bezwaar tegen maken, aangenomen natuurlijk dat de nieuwkomer zich aanpast aan de heersende cultuur van zijn nieuwe woonplek. En koeien slachten in je tuin past niet in een blanke stadscultuur.
Maar in een zwarte cultuur past het wel. Niet dat zwarte mensen elke dag koeien, of ook geiten, slachten; dat is ook veel te duur. Maar soms is het noodzakelijk offers te brengen aan de gestorven voorouders voor het weIwezen van het nageslacht. Zo vond de zwarte buurman het noodzakelijk zijn voorouders in te lichten over zijn nieuwe woonplek, hen ook op hun gemak te stellen in de ook voor hen vreemde omgeving, en om zich van hun hulp en bijstand te verzekeren in de nieuwe woonsituatie. En zo offerde hij een koe in zijn tuin - waar anders?
Samen met familie en vrienden maakte hij er een feest van. Totdat de politie kwam!

Cultuur en religie
Iedereen is natuurlijk voor vrijheid van godsdienst. Dat is ook in Zuid-Afrika het geval. Maar in de westerse cultuur is godsdienst wel een privé-zaak geworden, waar je je buren niet mee moet lastig vallen. Dus geen kerkklokken op zondagmorgen die mensen uit bed kunnen bellen. Geen koeien in de tuin van de buurman die geslacht, laat staan geofferd zullen worden. Van de religie yan een ander moeten we vooral geen last hebben. Dat is de ene trend die ook in de blanke samenleving in Zuid-Afrika aan het wortel schieten is. Daarnaast is er ook nog het diepgewortelde besef onder veel blanken dat de westerse samenleving wezenlijk als christelijk moet worden getypeerd, waarin voor heidense gewoonten als het offeren van dieren eigenlijk geen legitieme plaats zou moeten worden ingeruimd. Zuid-Afrika wordt door velen, blanken en ook zwarten, veelal als een christelijke natie gezien. Meer dan 75% van de bevolking zegt het christelijk geloof te belijden - een van de liegende statistieken die dit land rijk is! Christenmensen zijn beschaafde mensen en die offeren niet in de tuin. Zwarte mensen moeten deze primitieve mentaliteit achter zich laten, zeker als ze in een beschaafde dat is: christelijke omgeving gaan wonen.
Maar voor zwarte mensen zijn cultuur en religie niet zo netjes gescheiden.
Een zwarte kerk zal zonder problemen de hele nacht door bidden en zingen en preken en getuigen, en geen zwarte buurman zal de politie opbellen met de klacht van burenqerucht. Privatisering van de godsdienst is vreemd aan de zwarte cultuur. Zo maakt het offeren aan voorouders deel uit van de zwarte cultuur. Dat is maar niet een religieus aanhangsel ervan. De voorouders, de levend doden, horen er nog helemaal bij, bij het leven van elke dag in gezin, familie of volk. Vandaar dat een zwarte buurman vanzelfsprekend offers zal brengen aan zijn voorouders.
Dat heeft niets te maken met beschavingspeil of met de mate van integratie in de westerse samenleving.
Iemand die zijn voorouders respekteert of raadpleegt, en dat doet men als zwarte nu eenmaal, zal hen offers brengen, of hij nu in de stad woont of in een achteraf-vallei, of men nu landarbeider, onderwijzer of dokter is. Dat hoort tot zijn cultuur. En ook zwarte christenen zijn soms deze overtuiging toe gedaan. Christen of niet, je offert.
Daar ben je bij voorbeeld Zulu over.

Christelijk geloof en cultuur
Twee culturen botsen op elkaar, twee manieren van leven kruisen elkaar, en dat geeft natuurlijk stof tot konflikt.
Vanuit een zendingsoptiek is het van belang goed te onderscheiden waar het op aankomt in deze konfliktssituatie.
Bijbels gesproken is offeren aan voorouders om welke reden dan ook onmogelijk! Als dat in een cultuur zit ingebakken, zal ze met het evangelie besneden moeten worden, of, om een ander bijbels beeld te gebruiken, met het Woord van God gesnoeid. Geen cultuur is heilig en onaantastbaar. Het zwaard van de Geest zal hier diep moeten snijden. Maar dat is duidelijk niet het werk van politie of dierenbescherming met behulp van de sterke arm der wet. Hier ligt een taak voor de christelijke gemeente het evangelie te predikten van het Lam van God dat de zonden der wereld weg droeg. Hier hebben christelijke buren de roeping tot het persoonlijk getuigenis in de kracht van de Geest. Men had niet naar de telefoon moeten lopen - de weg van de minste weerstand - maar naar de binnenkamer om God te vragen openingen te geven voor een getuigend gesprek over de betekenis van het offer van Christus aan het Kruis. Op deze manier wordt een cultuur evangelisch besnee in of gesnoeid; zo werkt de Geest in een cultuur.
Een heel andere vraag is die naar de vrijheid van godsdienst in een cultureel en religieus plurale samenleving.
In een modern demokratisch land zal die vrijheid binnen zekere grenzen door de wet worden erkend en beschermd.
Geen overheid zal in zo'n land de ene religie boven de andere beschermen, laat staan ten koste van de andere. Dat zou een vorm van politieke theokratie opleveren die bijbels niet te verantwoorden is. Het is eerder islamitisch dan christelijk. De ruimte die het christelijk geloof vraagt voor private en publieke uitoefenlnç ervan, kan natuurlijk aan andere religies niet ontzegd worden. De toepassing van art. 36 NGB komt zo wel in de knel; dat zou eens eerlijk onder ogen gezien moeten worden. In Zuid-Afrika moeten veel mensen, zwart en blank, nog wennen aan deze nieuwe stand van zaken, die ze ook als bedreigend ervaren.
Maar hier is geen sprake van verlies voor kerk en zending maar van winst. Want nu kan de eigenlijke konfrontatie tussen christelijk geloof en niet-christelijke religie plaats vinden op het vlak waar het thuis hoort, op dat van de persoonlijke ontmoeting, ongehinderd door overheidsstrukturen die tot nu toe het christendom bevoordeelden.
De ontmoeting tussen christen en niet-christen kan nu plaats vinden in het spanningsveld van de Geest, waar het aankomt op geloofsovertuiging eri toewijding aan Christus als Heer, zonder de ondersteunende infrastruktuur van een staat die het christelijk getuigenis in de loop der jaren alleen maar heeft gekrompromitteerd. We gaan in Zuid-Afrika daarom boeiende tijden tegemoet, geen krisis maar een uitdaging voor kerk en zending die in de kracht van de Geest moet wordenopgenomen.

Verdraagzaamheid en getuigenis
Als mijn buurman een koe slacht als offer aan zijn voorouders, zal ik niet bij hem aan tafel aanschuiven. Tafelgemeenschap met Christus sluit deze tafelgemeenschap uit, schrijft Paulus aan de gemeente van Corinthe (I,10).
Maar ik hoop toch zo'n goede nabuurschap te hebben opgebouwd dat op een van onze wederzijdse koffievisites of tijdens het snoeien van onze gemeenschappelijke heg de gelegenheid zich voordoet te getuigen van Christus als Heer. Burgerlijke verdraagzaamheid gaat wel hand in hand met het christelijke getuigenis, wil het niet verworden tot relativistische onverschilligheid.
Voor de wet zijn alle godsdiensten gelijk, en hebben recht op gelijke behandeling door de wet.
Maar voor God zijn niet alle godsdiensten gelijk. Deze religieus-geestelijke onverdraagzaamheid kan niet in wetten worden vast gelegd en als basis voor een burgerlijke intolerantie die- nen. De burgerlijke verdraagzaamheid zal de ruimte moeten scheppen voor het geloofsgetuigenis aangaande Christus de Zoon van de levende God.
Het zal er in het nieuwe Zuid-Afrika niet makkelijker op worden voor kerk en zending. Tegelijk nieuwe mogelijkheden zullen zich voordoen. Geen krisis maar een uitdaging voor kerk en zending.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief