Er ka
1994-06-03
Mijn moeder werd in het prille begin van de eeuw geboren in een voorstad van Parijs, in Maastricht namelijk. De grote afstand zorgde ervoor, dat het verre zuiden voor ons een paradijselijk aureool kreeg. De kleine beurs, dat wij moeders jeugdland pas voor het eerst betraden in 1947 - die lange warme zomer, weet u nog?- Jaargang 38
- nummer 11
In het begin van de eeuw was het roomse leven geen gereformeerde kerk rijk. De protestanten kwamen 's zondags in een huiskamer bij elkaar: "Als het er twaalf waren, vonden we dat veel...". Later zijn de mannen broeders enigszins opgerukt, maar Rome bleef de dienst uitmaken. Ook op 15 augustus (voor noorderlingen: dit is Maria Hemelvaart).
Toen de processie langskwam, knielden alle beminde-gelovigen neer.
Maar wij protestanten bleven natuurlijk, als echte vrienden van Daniël, overeind staan. Waarop een oud vrouwtje mijn moeder toevoegde: "Ge komt noets in den 'immelf" (als ik het zo goed schrijf). Nu, na zoveel jaren, denk ik: als mijn moeder daar niet is gekomen, wie dan wel?
Later, veel later, maakte de goede heer Houben (limburgser naam kan al niet) het ruimschoots goed. "Ik geloof niet in Maria, meneer, dat is allemaal onzin. Ik geloof in ons Heer - die is onze Verlosser".
In elk geval: dit was mijn eerste ontmoeting met het roomse leven. Later zijn er meerdere gevolgd.
De plaats mijner afstudering kende de luxe van een rooms-katholieke leeszaal naast een protestants-christelijke.
Ik heb daar heel wat uurtjes doorgebracht.
In de neogotische kerk woonde ik hoogmis en vesper bij. Te uwer geruststelling: ik was toen bezig met het onderdeel 'liturgie' voor het tentamen 'ambtelijke vakken'.
En aan het katholiek vormingscentrum volgde ik, met dispensatie van de autoriteiten, een cursus theologie.
In het andere uiterste van ons land (Fryslân boppe) raakte de catholica uit het gezicht.
Maar in de rooie Zaan werd ik er weer met de neus op gedrukt. Letterlijk: de eerste 3,5 jaar hebben we pal tegenover de grote kerk van de St. Petrusparochie gewoond. Ochtendgebed, hoogmis, vesper, trouwerij, doopdienst, begrafenis, beatmis - bij alle mogelijke gelegenheden werden de klokken geluid: 1, 2 of 3. En dan verging je horen en zien, in elk geval het horen!
En juist deze klokken hebben ons op een keer rooie oortjes bezorgd. In ons huis moesten gordijnen opgehangen worden. De stoffeerder druk aan het werk. Beginnen de klokken te luiden.
Heft onze oudste luidkeels en antithetisch aan - de kleine man was toen twee jaar:
Bim bam!
mensen, kom
naar de kerk
maar niet in
de roomse kerk
maar in de
gereformeerde kerk!
Laat de stoffeerder nu RK zijn! De man heeft het kennelijk niet doorverteld: èn meneer pastoor èn de kapelaan zijn later bij ons op kraambezoek geweest...