Vroeger...

1994-06-03
  • Jaargang 38
  • nummer 11
In mijn prille kinderjaren woonden wij in Nieuwendam, een dorpje even ten noorden van Amsterdam.
Het was de tijd na de oorlog en niemand had een koelkast, een auto of een televisietoestel... en we hielden er uitstekend het leven bij.
Kinderen speelden midden op etraat en als je aan de kant moest voor de bus of een enkele auto, deden we dat mopperend, want de stoep was voor oude mensen en de middenweg was voor de fietsers en voor ons.
Het was de tijd van radio, de tijd van hoorspelen, 'Negen heit de klok', de familie Doorsnee en op woensdagmiddag het kinderprogramma 'Jeugdland'.
De melkboer bezorgde de melk met paard en wagen, de schillenboer haalde de schillen op... ook met paard en wagen en als je bofte, mocht je meerijden op de bok.
Geen kartonnen melkdozen, geen flessen, een halfvolle vuilnisbak... En het woord milieubewust was nog niet eens uitgevonden.
De kruidenier kwam aan het begin van de week langs met een boekje. Mijn moeder schreef daarin de benodigde levensmiddelen en aan het eind van de week bezorgde hij de boodschappen thuis. De slager bezorgde het vlees... Kortom, vergeleken met de tijd die huisvrouwen van tegenwoordig kwijt zijn met boodschappen doen... Een paradijs!
De mensen die naast je woonden waren 'buurvrouw en buurman' en het leven was overzichtelijk en simpel voor een kien kind.
In mijn herinnering lag er in de winter altijd sneeuwen waren de zomers altijd warm en zonnig. Zelfs de grauwe dagen hadden gouden randen.
Er waren veel kinderrijke gezinnen en altijd genoeg kinderen op straat om 'Diefje met verlos' te spelen.
De buurvrouw riep haar zoon na het avondeten, als wij nog even buiten mochten spelen, met een zin die we bijzonder vermakelijk vonden. In één adem klaroende ze: "Janneman... Plasse, wasse en naar bed." Janneman reageerde doorgaans stuurs en nam steevast de benen zodat wij tot ons genoegen de zin nog een paar keer over het plein hoorden galmen.
Mijn moeder deed dat tot onze opluchting niet.
Als het bedtijd was klapte ze in haar handen en riep: 'Binnenkomen'! Dat had doorgaans meer effect, want moeder was niet mis!
Er waren grote feesten: Kerst, Pasen, Pinksteren, verjaardagen.
Er waren kleine feesten: Koninginnedag, bevrijdingsfeesten en vakanties en af en toe was er een Bazar, een verkoop van oude spullen ten bate van een goed doel, gelardeerd met loterijen.
Bij,kerkmensen meestal voor Kerk of Zending en bij 'de Wereld' voor een sportvereniging, een trompetterkorps of een buurthuis. Bazars werden in de loop van de jaren opeens Fancy-fair's.
Waarom weet ik ook niet, maar het was nu eenmaal zo.
Onze buurvrouw trok naar al die evenementen toe met grote tassen. Die had ze nodig ook, want onze buurvrouw was van nature een 'Winner'.
Geen rad van avontuur, verloting of grabbelton of ze viel in de prijzen. En dan geen troostprijzen. Hoofdprijzen!
De pop, die zo groot was als een baby, zodat het leek of ze opeens een extra kind in huis hadden, taarten als wagenwielen, truitjes en levensmiddelen. Enz... Ze beschouwde de prijzen als gewoon en wij ook, want als we de buurvrouw na zo'n festijn beladen met spullen huiswaarts zagen keren, vroegen we belangstellend: "Wat is het deze keer geworden, buurvrouw?"
Mijn moeder keek het zonder afgunst aan en als wij de prijzen van het buurhuis vermeldden, zei ze meewarig: "Ach... verder hebben ze ook niet veel. Ze geloven niet.. Ze zijn zo arm!"
Wij geloofden wél, maar waren er niet van overtuigd dat geloven noodzakelijk het winnen van een prijs uitsloot.
Zeker als buurvrouw ook bij de bazar van Moria, een duidelijk christelijke aangelegenheid, de hoofdprijs won.
Zo'n prijs kwam iemand van het eigen erf toe! Ik vond het vreemd dat iemand die God niet kende, toch een prijs van Hem kreeg bij het rad van avontuur.
Eén keer heb ik iets gewonnen. Ik had er wel ringen om een stok voor moeten gooien, maar toch... Een prijs. En wel de eerste! Verrukt liep ik met een zusje naar de tafel waar de prijzen uitgestald lagen. 1e prijs ringengooien: Een vlooienspel. Een rood potje met grote en kleine plastic schijfjes zo groot als dubbeltjes en stuivers.
"Nou, nou, jij boft" zei de man die de prijzen uitreikte. En dat vond ik ook. Zo maar een prijs. Ik heb er jarenlang op moeten teren, totdat ik de slagzinnenbranche ontdekte. En toen kreeg ik een paar jaar met prijzen aan de lopende band. Fietsen, een kleurentelevisie, een paar geldprijzen en een buitenlandse reis vielen mij ten deel.
"Ik lijk Buurvrouw wei," zei ik laatst onrustig tegen een zusje.
"Ben je gek. Dat is loon naar werken." stelde ze me gerust.
"Dat is waar... Op een taart bij het rad van avontuur hoef ik nog steeds niet te rekenen, dus ik maak zelf wel een appeltaart," zei ik en ging zingend aan het werk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief