Keuzes maken in onze op sensatie beluste samenleving
1994-06-03
De murw geïnformeerde nieuwsconsument- Jaargang 38
- nummer 11
Vroeger keken we iedere dag klokslag acht uur naar het NOS-journaal. Later werd het 'om de dag' en tegenwoordig zetten we het journaal nauwelijks meer aan. Voor ons hoeft het niet meer zo nodig. Desinteresse? O, nee!
"Mis je het écht niet?", is steevast de eerste vraag als je het iemand vertelt.
Ja en nee. Je mist wel even dat vaste punt in de avond, waarop bij ons steevast de thee wordt ingeschonken, terwijl de wereld over je heen wordt gestort. Daar tegenover staat dat ik me nu niet meer gedwongen voel de dagelijkse 20 minuten durende 'beschieting' te ondergaan. Een spervuur van fragmentarische informatie en beelden, waar ik weinig of niets mee kan.
Ik heb eens zitten turven. In nog geen tien minuten tijd wordt ons meegedeeld dat duizend arbeidsplaatsen bij Fokker op de tocht staan, er een kinderslachting in Serajewo heeft plaatsgevonden en het aantal daklozen in Amerika wederom dramatisch is gestegen.
En terwijl het tweede kopje thee wordt ingeschonken vraag je je in gemoede af: waarom kijk ik eigenlijk nog, wat doe ik hiermee? Wie is er bij gebaat, als ik me iedere dag ongedoseerd laat volstoppen met dit soort adhoc informatie en gevoelens van machteloosheid? Elke mogelijkheid om enige betrokkenheid bij het onderwerp te ontwikkelen wordt (onbedoeld) in de kiem gesmoord.
Daarnaast: moet ik per se alles zien wat er tegenwoordig nonstop aan beeldmateriaal wordt aangeboden? Of zijn er betere manieren om als modern mens goed geïnformeerd te blijven én tegelijk je menselijkheid te bewaren?
Erosie
Op een gegeven moment ontdekte ik bij mijzelf, dat de erosie hard had toegeslagen. Ik miste in toenemende mate de morele verontwaardiging bij het zien van bijvoorbeeld nieuwe gruwel beelden uit Bosnië. Ons zoontje van zes jaar was er, na het kijken van het Jeugdjournaal, echter helemaal stuk van. Zijn avondgebedje bestond dit keer - tegen alle gewoonte in - uit een litanie van woede, aanklacht en smeekbede. Beneden gekomen zagen wij op het acht uur-journaal dezelfde beelden. Ik ontdekte echter bij mijzelf dat het plakje cake bij de thee er desondanks niet minder om smaakte. Nog geen twee minuten later hadden we 't alweer over onze nieuwsgierigheid naar het weer van de volgende dag.
En 's avonds betrapte ik mezelf erop dat mijn avondgebed niet echt 'aangedaan' was.
De vraag die zich opdringt is, hoe voorkom je dat je 'vanzelf' het fatale punt bereikt, dat normale prikkelsdichtbij en veraf - je niet meer raken.
Dat informatieverwerving averechts gaat werken en onverschilligheid de overhand krijgt. Zijn we als mensen nog wel te ontroeren, als we keer op keer ongedoseerd geconfronteerd worden met ellende van een willekeurige ander, zonder dat we er iets aan kunnen doen? Zijn we daar als mens wel op gebouwd? Ons aanpassingsvermogen blijkt erg groot te zijn als het gaat om veranderingen in de woon- en werkomgeving.
Maar zijn we in emotioneel opzicht toch niet begrensd en beperkt belastbaar?
Waar ik bang voor ben, is waar de filosoof Marcuse ons indertijd voor gewaarschuwd heeft: als de media ons maar lang genoeg met allerlei beelden en verhalen bestoken, dan raakt ons vermogen om ontroering te voelen vanzelf uitgeput. Overgeïnformeerd, maar emotioneel op een dood spoor.
Het ligt voor de hand dat je als mens dan in de verleiding komt, om op een bepaald moment radicaal de knop om te draaien en het voor gezien te houden!
Dit is het eerste gedeelte van een artikel van de hand van Bert Godschalk, door hem gepubliceerd in het 'Centraal Weekblad' d.d. 4 maart 1994.
Graag had ik het hele artikel overgenomen, maar daarvoor is het te lang.
Ja, het is waar: Alles went! Al krijgt dit gezegde wel een triest aksent in het kader van wat genoemde scribent signaleert en bij zichzelf en anderen konstateert. Zèlf kijk ik regelmatig elke dag naar het Journaal.
Soms vormt het een herhaling van wat al eerder gemeld is. Dat irriteert mij dan. Aanvankelijk wond ik mij sterk op over allerlei onrecht en geweld, maar de laatste tijd leg ik mij er tamelijk gauw bij neer. Ik voel mij immers machteloos. Ik weet soms ook niet meer hoe ik al dat nieuws in mijn persoonlijke gebeden dagelijks en als voorganger der gemeente 's zondags moet verwerken. Ik word eronder bedolven.
Wèl probeer ik vast te houden, dat er een duidelijke belofte is van het komende Vrederijk.
Christus kwam als Vredevorst de wereld binnen en zal zijn werk eens voltooien.
Dat geeft mij troost en moed! In de zestiger jaren werd het Journaal niet in de laatste plaats met leuke dingen en prettige gebeurtenissen gevuld. Dat is in meer dan dertig jaar volledig veranderd. Er is blijkbaar geen ruimte meer voor. Een ernstig minpunt!! Ik geloof, dat ik toch maar veel minder naar het Journaal ga kijken. Het vermeerdert wèl mijn kennis, maar verdiept niet mijn inzicht.
Daarom heb ik het kommentaar nodig van een krant b.v. het 'Nederlands Dagblad', dat mij een weg wijst in het labyrint van de nieuwsgaring!