Kinderen en avondmaalsonderwijs (3)
1994-12-02
Markeringen- Jaargang 38
- nummer 24
We zien in de Schrift duidelijke markeringspunten in het leven van Gods volk. Daarmee kunnen we ons voordeel doen bij de geloofsopvoeding van onze kinderen. In Exodus 30 lezen we over het hefoffer, een geldelijke bijdrage voor de dienst van de tabernakel. Bij de telling van Israël moest worden gelet op de leeftijd. Ex. 30:14 zegt: "Al wie over gaat tot de getelden, van twintig jaar en daarboven, zal het offer des HEREN geven". Onder Israël was een jongeman met z'n dertigste 'meerderjarig'. Koning David (2 Sam. 5:4), Johannes de Doper en de Herè Jezus (Luk. 3:23; vgl. 1:36) traden pas met hun dertigste onder Israël op. Bij dj3 roeping van dienstplichtige. Levieten voor het werk in de tabernakel stelde de HERE ook een minimumleeftijd van dertig jaar (Num. 4:47; vgl. 1 Kron. 23:3). Maar op hun twintigste jaar - dus lang voor- zij meerderjarig waren gingen zij zo ver tot de getelden. Deze betrekkelijk jonge Israëlieten gaven een halve sikkel als een hefoffer voor de HERE en dat offer was ter verzoening. Daar ging het bij de Israëlietische kinderen van kindsbeen op aan. De geloofsopvoeding hield hiermee gelijke tred. Op de achtste dag werden de zoontjes besneden. Eerstgeborenen werden op de veertigste dag in de tempel gebracht en gelost."Op hun twaalde werden zij 'zoon der Wet' en gingen zij mee op de grote feesten naar de tempel. Op hun twintigste werden ze meegeteld en moesten ze voor het eerst zelfstandig een hefoffer brengen "ter verzoening voor hun zielen". Hoe gaat dat nu in de kerk van de nieuwe bedeling? De kleine kinderen van Gods Verbond worden gedoopt.
Zij leren uit de Heilige Schrift van jongsaf aan (vgl. 2 Tim. 3:15). Vaders en moeders lezen voor uit de Bijbel.
Ze laten hun kinderen ook trouw onderwijzen in de 'voorzeide leer'. In de kerk horen de kinderen het Evangelie verkondigen. Op school vertelt de leerkracht Bijbelse geschiedenis. Op catechisatie leren ze uit de Schrift en de belijdenis van de kerk. Het kan allemaal een middel zijn in Gods hand om 'doopleden' mondig te maken en voor te bereiden, zodat ze straks mogen overgaan tot de 'getelden'. De afstand van de kinderen tot de ouders moet steeds kleiner worden.
Het Bijbels geloofsonderwijs is gericht op het zelfstandig antwoord geven op Gods Woord (vg. Deut. 26:16-19).
Welke leeftijd geldt dan voor de markering van de openbare geloofsbelijdenis? Daarvan zouden we nu globaal mogen zeggen: de leeftijd waarop in onze cultuur en in onze samenleving kinderen zelfstandig beginnen te worden.
Natuurlijk kunnen we de 'gegevens' uit de Schrift niet 'gebruiken' om daarmee vandaag een schema te maken.
Wel mogen we in de geloofsopvoeding thuis en in de kerk toe werken naar geloofsbelijdenis vanaf hun achttiende jaar, want dan kiezen jongeren voor een levenspartner, een beroep, een vervolgopleiding. Door de overheid worden ze vanaf die leeftijd op verschillende punten persoonlijk verantwoordelijk gesteld. Het is de moeite waard om de vaste markeringspunten van het oude volk Israël in het oog te houden. Het gaf aan opgroeien in het Verbond een duidelijkheid die ook voor de geloofsopvoeding van grote waarde moet zijn geweest.
Immers gaven al deze markeringen aanleiding tot onderwijs in vraag en antwoord: besneden, gelost, geteld, geroepen tot dienstwerk voor de HERE. Ook wij kennen bepaalde markeringen: doop, belijdenis, avondmaal, eventueel roeping tot een ambt.
Concreet onderwijs
Het komt voor, dat bij de doop van een kind een aantal andere kinderen uit de gemeente rondom de doopvont wordt geschaard. De dominee heeft met hen een kort gesprekje: wat gaan we nu doen met dit water en wat betekent dat? Het is een rnanier om de jongens en meisjes erbij te betrekken.· Toch zou het goed zijn, wanneer de ouders het initiatief namen om naar aanleiding van de doop op die zondag in de kerk, ook eens met de kinderen te spreken over hun doop. Sacramenten moeten immers gebruikt worden "om de belofte van het Evangelie noq beter te doen verstaan en te verzegelen" (Zondag 25/66) Wij moeten onze kinderen hun doop concreet leren gebruiken in hun leven. Ouders kunnen vragen: weet je wanneer jij gedoopt bent, hoeveel dagen je toen oud was? en door welke dominee? en waar toen over werd gepreekt? en weet je wat het betekent, dat je toen water op je voorhoofd kreeg? en wat je daar nu aan hebt? Er valt zoveel te bespreken in dit verband, steeds naar het niveau van het kind. Juist ook in je puberteit kan het je als kind veel steun geven, als je ouders je nog eens vertellen, dat God je heeft aangenomen helemaal zoals je bent en dat je daar niet aan hoeft te twijfelen: denk maar aan je doop! Zo zouden we ook meer direct moeten spreken naar aanleiding van de viering van het heilig avondmaal. Tot de kleintjes: weet je waarom daar zo'n lange tafel staat, met daarop schalen met brood en een wijnkan en bekers? Weet je waarom al die grote mensen daar mogen zitten, en waarom ze eten en drinken? Je vader en moeder zijn daar vandaag ook weer aangegaan, want de Here Jezus had ons uitgenodigd en Hij was onze Gastheer. Hij gaf een teken van Zijn liefde. Hij is gestorven aan het kruis op Golgotha. En wat Hij voor héél Zijn volk heeft gedaan, dat heeft Hij óók aan mij gedaan (vgl.
Ex. 13:8). En jij hoort ook bij dat volk van de HERE God. De Here Jezus is ook voor jou gestorven en opgestaan en naar de hemel gevaren. Nu mag je leren wat dat betekent en straks belijdenis doen. En dan kun je ook het avondmaal gaan meevieren. Ouders mogen daar best werk van maken en energie in steken. Maar in de prediking rondom het avondmaal, zullen we de kinderen er toch ook bij moeten betrekken. En tijdens de viering zouden we opzettelijk tot de kinderen kunnen spreken over alles wat daar zichtbaar wordt gemaakt. Het is volgens mij beter dan hen uit de dienst te nemen in een apart zaaltje.
Dat moesten we niet doen, niet tijdens de 'gewone' prediking en ook niet tijdens het 'bijzondere' avondmaal.
Het is immers allemaal bediening van de verzoening in naam van Christus Jezus, bediening aan héél Gods volk, inclusief de kinderen. Willen we daarnáást de kinderen een dienst bewijzen, laat die kindernevendienst dan vooral weer in de gezinnen een vaste plaats krijgen! Zo was het immers van den beginne de gewoonte onder Israël.
Veel ouders zoeken naar een goede manier om met hun kinderen in gesprek te komen over het geloof. De 'ouderwétse' en tegelijk beproefde manier is die van opzettelijk onderwijs naar aanleiding van de vaste markeringspunten die de HERE Zijn volk veelvuldig geeft. Kindernevendienst dus thuis: een verrijking voor het gezinsleven, een stimulans en uitdaging voor vaders en moeders om hun geloof te verwoorden, een handreiking aan de kinderen. Met de bede dat God het gebruiken wil als middel om onze kinderen op te voeden tot volwassen christenen.