Jacques Ellul en de dwaasheid van het geloof
1994-07-01
In de week tussen Hemelvaart en Pinksteren overleedde Franse denker Jacques Ellul. Als een profeet die in zijn eigen stad niet werd geëerd. Voor velen was Ellul een lastige oude man met een scherpe pen, een onverbeterlijke sombermans, een ongenuanceerde brompot.- Jaargang 38
- nummer 13
Jacques Ellul (1912-1994) studeerde sociologie, geschiedenis, rechtswetenschap en theologie. Meer dan vijftig boeken schreef hij. waarvan er maar twee in het Nederlands zijn vertaald.
Eén daarvan, "Subversief Christendom", staat al een paar jaar in mijn boekenkast. Het is een taai en moeilijk boek en ik moet bekennen dat ik het nog nooit van kaft tot kaft heb gelezen. Maar het is ook één van de dierbaarste boeken die ik bezit. Zo nu en dan lees ik er een stukje in. Een bladzij of tien, vijftien, meer red ik niet in één keer.
Jacques Ellul was briljant, origineel, radicaal en zeer gelovig tegelijk. Toch was hij niet geliefd. Hij was namelijk ook genadeloos in zijn analyses. Vooral de techniek en de kerk moesten het ontgelden.
Striemend was zijn kritiek op de moderne samenleving, die zich liet (en laat) misleiden door "het verraad van de techniek", zoals hij het zelf noemde. En even onbarmhartig zette hij het mes in het westerse christendom. Een christendom dat zich bijna vanaf het begin, maar in ieder geval vanaf Constantijn de Grote, had laten verleiden om aan te zitten met koningen en hooggeplaatsten.
Een christendom dat twintig eeuwen lang willens en wetens de verkeerde wegen was ingeslagen en daardoor de omkering (de "subversie") was geworden van wat Jezus had geleerd. Nee, Jacques Ellul had niet veel vrienden.
Houtkachel
Een paar jaar geleden zocht een televisieploeg van de Ikon hem op in zijn twee eeuwen oude huis, bij Bordeaux.
Het was voor het eerst dat de hooggeleerde Fransman een televisieinterview gaf. Het werd een interview van dagen, omdat Ellul weigerde zich te laten beperken door de snelheld van het medium. Hij kon niet praten over techniek zonder te praten over de politiek, de samenleving en zijn geloof.
Dat waren allemaal onderdelen van één verhaal, één visie.
De Ikon-ploeg werd ontvangen door een kleine, vriendelijke, bijna verlegen geleerde van 78 jaar. Vol trots toonde hij zijn boekenkasten, in een werkkamer die hij sinds jaar en dag verwarmde met een houtkachel. Ellul bezat geen schrijfmachine, laat staan een computer. Niet omdat hij een hekel had aan techniek, maar omdat hij er niet in geloofde.
Hij geloofde niet dat de oplossingen van de moderne techniek echte oplossingen waren, dat de mensheid er echt iets mee opschiet. Een technische vinding doet twee dingen, stelde Ellul vast: zij verhoogt de efficiëntie én lost een probleem op. Maar in werkelijkheid brengt elke oplossing weer een aantal nieuwe problemen met zich mee. Die liggen alleen net iets verder uit het zicht en daarom is er niemand die ze meteen ziet. De techniek is als typische probleemoplosser een autonoom systeem geworden, zei Ellul - nauwelijks te beïnvloeden en al helemaal niet te stoppen of terug te draaien. En de hele samenleving, de kerk en de politiek incluis, hebben zich daarbij aangepast.
Dwaasheid
Juist van de kerk verwachtte Ellul iets beters. Het christelijk geloof, zei hij. is de enige kracht die dat technische systeem kan verstoren. Omdat het het meest nutteloze en inefficiënte geloofis dat er bestaat. Dwaasheid van de bovenste plank.
Ellul had een warm, persoonlijk en zeer doorleefd geloof in God. Maar hij geloofde ook rationeel. Aanvankelijk had hij zich aangetrokken gevoeld tot het Marxisme (wat hem in vele christelijke ogen helaas nog steeds verdacht maakt), maar hij ontdekte dat Marx niets zei over de liefde en ook niets over de dood. In de jaren dertig kwam hij tot geloof omdat hij zag dat het Evangelie van Jezus niet om de hete brij heendraait.
Na zijn bekering schikte Ellul zich niet gedwee in de kerkbank. Zijn kritiek op de kerk en op de kerkgeschiedenis was genadeloos. Hij zag kans zowel rechts als links tegen zich in het harnas te jagen door - om maar twee uitersten te nomen - Calvijn evenzeer te bekritiseren als de bevrijdingstheologie.
De kerk was er niet in geslaagd zich te onderscheiden van de wereld.
De kerk had het tegendraadse van het Evangelie ingewisseld voor een plaats in het politieke systeem. De kerk had de koningen van deze wereld naar de ogen gekeken of hen met hun eigen wapens bestreden. "Niets is echter in de loop van onze geschiedenis definitief verloren", schreef Jacques Ellul aan het slot van "Subversief Christendom".
Het grootste en meest misplaatste misverstand rond Ellul is dat hij een oude brompot was, een onverbeterlijke sombermans. Dat was hij niet. Zeker niet als het om de kerk ging. Vanuit elk van zijn specialismen, of het nu de techniek, de geschiedenis of de filosofie was, kwam Ellul steeds weer uit bij Christus en bij die tegendraadse logica van het Koninkrijk der Hemelen. Een logica "die alle logica van onze wereld binnendringt en overhoop gooit".