Stem

1994-07-01
  • Jaargang 38
  • nummer 13
'Zou je dat nu wel doen?' vroeg hij.
Dominee worden, bedoelde hij. 'Je stem', verduidelijkte hij.
'Er zijn toch geluidsinstallaties, tegenwoordig', wuifde ik het bezwaar weg.
Later las ik bij Abraham Kuyper: als uw zoon predikant wil worden, moet u hem dit ontraden; als hij het echt wil, wordt hij het toch wel. Ik ben het inderdaad geworden, maar ik weet niet of ik het ooit echt heb gewild. Ik heb al eens gezegd: ik ben het niet geworden, ik ben het gemáákt.
Maar goed: in de loop van de jaren kregen we allebei wel een beetje gelijk, de professor en ik. Mijn stem was een onberekenbare factor, en is dit tot op de dag van vandaag gebleven. En geluidsinstallaties zijn er tot op de dag van vandaag gebleven, maar ook zij zijn vaak onberekenbare factoren.
De eerste jaren hebben we het zonder geprobeerd - zonder geluidsinstallatie 'bedoel ik... Maar niemand was hier blij mee, noch de luisteraar noch de spreker.
In die tijd heb ik wel eens gemopperd: 'Je laat een timmerman toch ook niet zonder zaag en hamer werken?' Een dominee moet zorgen dat zijn preek, een kerk dat haar apparatuur deugt...
Soms deugt-ie voor geen meter. Dan ontvang je niet alleen radio drie op het Johannus-orgel (historisch!), maar ook langs de lijn via de geluidsinstallatie (eveneens historisch, op een zondagmiddag).
In onze 'ouwe kerk' hadden we geluidsoverlast van de verwarming.
Deze bestond uit een heater die onder normale omstandigheden de ergste kou uit een fabriekshal verdrijft. Vóór en ná de preek mocht hij blowen, maar tijdens de levendige verkondiging moest hij zwijgen in de gemeente. Die dan neerzat 'rillend zowel om de zaak als door de regenbuien' (en ook dit is historisch!).
Collega's die voorzien zijn van een dragende c.q. bulderende stem, weten niet hoezeer zij gezegend zijn!O professor, ik heb er vaak aan moeten denken: 'Zou je het nu wel doen?!' En ik: 'Maar er zijn toch geluidsinstallaties, tegenwoordig!' Nou en of! - en dat ben ik aan de weet gekomen.
Laatst begon ik aan de mededelingen zonder dat de techniek mijn toch al verkouden stem ondersteunde. Koster naar voren, rommelt aan de plug bij de preekstoel. 'Praat u maar door', zegt hij als ik in arremoede ophoud. Net als bij de Baälpriesters: 'maer daer en was geene stemme / noch geen antwoorde / noch geene opmerckinge'.
Vervolgens werd de losse microfoon aangedragen - en op de standaard in de hoogste stand naar de spreker toegeschoven. Daar de reserveaansluiting achterin de kerk is, moest het verlengsnoer worden aangebracht.
Dit echter raakte door de agitatie van het ogenblik algeheel in de knoop.
Maar de voorganger riep organist en volk op een loflied aan te heffen. Hetgeen geschiedde.
Het ontbinden van knopen duurde echter langer dan één psalm. Toen gebeurde het ongeluk. Er werd hevig aan het snoer werd gerukt. De hoge standaard op zijn smalle basis wankelde.
Zelf deed ik een vergeefse greep in de lucht. Mijn kinderen, die op de eerste rij zaten, rezen op voor een vergeefse reddingspoging. Maar daar kletterde de microfoon al op de plavuizen neer... Haakje van het apparaat afgebroken, microfoon niet meer op de standaard vast te krijgen. De gedoodverfde spreker van hedenmorgen naar de werkvloer om de koster over het nieuwe onheil te informeren.
Samen de preekstoel op: ik met een stukke microfoon, hij met een stuk plakband. Te weinig voor een goede koppeling.

En terwijl wij voor het oog van heel het kerkvolk over de rand van de preekstoel heenhingen, vroeg ik: 'Hebt u geen leukoplast in huis?' Koster af, op zoek naar. Organist op, weer aan klavier. Dominee met microfoon in de hand, playback-show! Eenakter voor twee heren.
Totdat de verlossende pleister was aangebracht. De plug stevig in het contact stak. De microfoon het wonder boven wonder nog deed. Het orgel ophield. En ik de goegemeente thuis kon uitleggen, waarom de dienst een kwartier te laat begon.

'Nu gebeurt er iets wat eigenlijk helemaal niet kan', zei onze godsdienstleraar, toen de bijbel op de grond kletterde: 'Het Woord valt'.
Bij ons gebeurde er iets wat heel goed kan: een microfoon valt, de stem van een dominee valt, een dominee zelf kan vallen. 'Maar het was een goeie dienst', zeiden de mensen na afloop.
Want er is er altijd Eén, die vallende dingen en mensen opvangt. En die niet misgrijpt.
En als ik mezelf dit soort dingen zie schrijven, denk ik: 'Je bent toch wel een echte dominee geworden.' En dit wilde ik helemaal niet...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief