LV stelt definitief besluit over de vrouwelijke diaken uit
1994-07-01
"Een intensief gesprek in een goede geest". Zo typeerde de voorzitter van de Landelijke Vergadering, ds. J.C. Schaeffer, de juist afgesloten bespreking aan het eind van een lange vierde zitting op zaterdag 11 juni. Onderwerp van gesprek was het "Eindrapport van de kommissie 'Openstelling diakenambt voor de zusters der gemeente' ".- Jaargang 38
- nummer 13
Opruiende spandoeken voor de Tabernakelkerk in Apeldoorn ontbraken, wel was er veel publieke belangstelling. Ook de landelijke pers was ruim vertegenwoordigd in de hoop met opvallend nederlands gereformeerd nieuws te kunnen komen. De LV kwam echter niet tot een definitief besluit over dit heikele punt. Het moderamen zal een aangepast voorstel formuleren waarover in oktober beslist wordt. Daarbij zal - naar een voorstel van de regio Arnhem - artikel 38 van het AKS worden toegepast. Dit betekent dat elke gemeente rechtstreeks een afgevaardigde zal sturen om over de vrouwelijke diaken te beslissen.
Aan de duidelijkheid van het studierapport lag het niet dat een besluit uitbleef.
Vërschillende afgevaardigden spraken hun waardering voor het werk van de kommissie uit. De kommissie, bestaande uit ds. L.W.G. Blokhuis, drs. W. Borgdorff, drs. L.G. Compagnie, dr. A. v.d. Dussen (voorzitter), prof.dr. H.G. Geertsema, zr. R. Meyer-Kuipers (secretaresse), drs. H. Smit en drs. M. Vrijmoeth-de Jong, heeft dan ook sinds de LV van Dronten (1988) 24 keer over het onderwerp vergaderd.
De eindkonklusie luidt: "Het is in overeenstemming met het geheel van de Schriften om zusters der gemeente te roepen tot de vervulling van het diakenambt.
Het is nietaangetoond, dat de daarvoor aangevoerde Schriftplaatsen de roeping van zusters der gemeente tot de vervulling van het diakenambt verbieden".
Het advies van de kommissie aan de LV was "het in de vrijheid van de kerken te laten om zusters der gemeente te roepen tot de vervulling van het diakenambt". Een kommissielid, ds. L.G. Compagnie, heeft zich gedistantieerd van het grootste deel van het rapport.
Wezenlijke taak
Het rapport werd ter vergadering energiek verdedigd door de voorzitter van de kommissie, dr. A. van der Dussen. Dat was ook nodig, want de konklusies van de kommisie werden kritisch ontvangen door verschillende afgevaardigden. Ds. P. Busstra, afgevaardigde van de regio Enschede-Zwolle, zei moeite te hebben met de visie van het rapport op de verhouding tussen ouderling en diaken. Ds. A. Koers uit de regio Alkmaar-Zaandam, stelde dat de diaken niet naast maar onder de ouderling staat. Dit in tegenstelling tot het rapport dat zegt dat diakenen en ouderlingen gezamenlijk de verantwoordelijkheid over de gemeente hebben. Br. A. Kadijk (regio Kampen) vond het doortrekken van de verantwoordelijkheid over een aspect (de dienst der barmhartigheid) naar de volledige verantwoordelijkheid, niet bijbels gefundeerd.
De kommissie, bij monde van dr. Van der Dussen, zag het verschil tussen diaken en ouderling liggen in taak, niet in gewicht. "De diaken is niet verantwoordelijk voor slechts een deelterrein. Dat is te minimaliserend gesproken over de dienst der barmhartigheid. Het is een wezenlijke taak, alleen al omdat het evangelie geproclameerd wordt in een eenheid van woorden en daden", aldus Van der Dussen.
Funktioneel
Een korte peiling wees uit dat de meerderheid van de afgevaardigden zich kon vinden in de konklusie over de verhouding tussen ouderling en diaken. Daarna ging de discussie de diepte in en spitste zich toe op de hermeneutiek van de kommissie. Het rapport konkludeert dat er ruimte is om teksten als 1 Kor. 11 :3-15, Ef. 5:22-24, 1 Kor. 14:34-35, 1 Tim 2:11-15 te lezen in verband met bijzondere situaties in de gemeenten en dat zij niet in alle situaties en omstandigheden 'funktioneel' en toepasbaar zijn. Daarbij zou gedacht kunnen worden aan een gnostisch beïnvloedde neiging van christenvrouwen om via een leidinggevende ambtspositie te ontkomen aan de 'beperkingen' van haar geslacht.
Daarom wordt in 1 Tim. 2:15 ook gewezen op het moederschap: Ds. P.J.H. Krol van de regio Kampen vond deze omgang met argumenten "griezelig". Ds. J.J. van Es uit dezelfde regio vroeg zich af of de lijn dat de man het hoofd is van de vrouw niet meegenomen moet worden in de eindoverweging.
Verder miste hij een nadere overweging van 1 Tim. 2 en dè brief van Paulus aan Titus. Br. A. Wattel (regio Amsterdam-Haarlem) hekelde de zuinigheid in discussies over de vrouwelijke diaken. "Zouden we niet meer blij moeten zijn met de gaven die 'onze goede God ook aan onze zusters zo royaal geeft en zouden we daarvan niet veel meer gebruik mogen en moeten maken?" zo vroeg hij.
Ds. Van der Dussen wees erop dat twee eerdere kommissies studie hebben gemaakt van de bekende zwijgteksten.
Hij wilde meer de trend van de Schrift volgen en daarin zijn deze teksten niet geschikt om de vrouwelijke diaken tegen te houden. Van der Dussen ging vervolgens in op vragen over het functionele lezen van teksten. "De these van Paulus dat de man het hoofd is van de vrouw, staat in 1 Kor. 11 in een specifieke situatie van bidden en profeteren. Het gaat niet om de argumentatie hieruit te lichten en deze uitspraak op elke willekeurige man-vrouw-relatie toe te passen", zo betoogde hij.
Ds. Van der Dussen gaf toe dat het functionele lezen een gevaarlijke weg lijkt: "Het vraagt durf om niet meteen naar het algemene en het dogmatische te gaan. Maar door af te steken naar het specifieke kun je diepe waarden en de universele kracht in uitspraken op het spoor komen. Dat is geen uitholling van het Schriftgezag, laten we elkaar daarover maar aan de tand voelen.'"
In de loop van de dag werd die uitnodiging ruimschoots gehonoreerd. Ook ds. L.G. Compagnie ging in op het functionele bijbellezen. Hij pleitte ervoor om daar voorzichtig in te zijn. Hij sprak van een verblinding voor de bijbelse notie over de man-vrouw-verhouding in onze tijd. Br. Kadijk vond dat de algemene lijn van de Schrift in 1 Tim. 2 die terug gaat naar Genesis 2, verdwijnt achter de functionaliteit. Ds.van Es zei dat de reactie van de kommissie op vragen over deze tekst de vergadering niet tevreden kan stellen.
Prof.dr. H.G. Geertsema zeïdat er geen zorg nodig is als je de volgorde van de konklusies recht doet. Het functionele lezen van een aantal teksten moet gelezen worden tegen de achtergrond van een eerdere konklusie in het rapport.
Daarin vestigt de kommissie de aandacht op de leidende positie van de vrouw waarop de Schrift onbevangen wijst. Het rapport noemt in dit verband Spreuken 31. Ook wijst de Schrift op medewerking in de prediking van het evangelie en het geven van onderricht door de vrouw. Ds. H. Smit vulde aan dat er daardoor ruimte is gekomen voor de opvatting van de kommissie.
Langdradig
Toen vervolgens ds.van der Dussen gevraagd werd opnieuw in te gaan op het Schriftgebruik van de kommissie, schonk hij demonstratief een glas water in en beloofde de vergadering dreigend tot in detail te zullen gaan en eventueel langdradig te zullen zijn. Nadat hij door de voorzitter tot de orde was geroepen, ging hij zakelijk in op 1 Tim. 2. Hij sprak van kortsluiting als je deze tekst in verband brengt met Handelingen 18 waarin het echtpaar Priscilla en Aquila Appollos onderrichten. "Priscilla zou gezegd hebben over 1 Tim. 2: 'hoe bedoelt u?' Paulus gebruikt Genesis 2 als zwaar geschut in een ontspoorde situatie. Je krijgt kortsluiting als je dat abstraheert van die situatie en toepast op het onderricht door Priscilla", verdedigde van der Dussen. Hij zei nadrukkelijk dat hij geen nieuwe hermeneutiek voorstelt en dat de eerbiediging van de Schrift voorop staat. "We geven geen opening om af te rekenen met het apostolisch fundament, noch spreken we kleinerend over Paulus; we willen wel verdergaan op de weg van voortgaande Schriftstudie", aldus de voorzitter van de kommissie "Openstelling diakenambt voor de zusters der gemeente".
Totaal verschillend
De laatste discussieronde ging over het kommissievoorstel om het in de vrijheid van de kerken te laten zusters te roepen tot vervulling van het diakenambt. Br. Kadijk stelde voor de konklusie over het functionele lezen los te maken van de eropvolgende konklusie in het rapport.
Daarin maakt de kommissie een onderscheid tussen de positie van de vrouw en die van de man in zijn bestuurlijkrechterlijke functie. Het rapport waarschuwt daarmee voor een zonder meer doortrekken van de overwegingen t.a.v. het diakenambt naar het ouderlingenambt.
Ds. Busstra ging in op de informatie die het rapport geeft over andere kerken waar dezelfde kwestie speelt. Wat de Christian Reformed Churches betreft, voegde hij toe dat deze kerken zijn gescheurd om deze zaak. Ds. Van Es zei dat bezinning op het kerkverband nodig is, ongeacht de beslissing. Hij beschouwde het rapport als een passeren van een wissel in Schriftgebruik en exegese. Ds. Smit wierp de vraag op in hoeverre het eindvoorstel vast zit aan de commissie en het rapport. Het is namelijk mogelijk om via twee totaal verschillende kanten met het voorstel in te stemmen.
Aan het eind van de vergaderdag was het duidelijk dat er geen definitief besluit ging vallen. Het onderwerp "Openstelling diakenambt voor de zusters der gemeente" zal in oktober voortgezet worden. De eerstvolgende Landelijke Vergadering vindt plaats op 10 september.
Dan staan de contacten met kerken in binnen-en buitenland op de agenda.
Deze vergadering zal onder leiding staan van br. P.W. Blokland die benoemd is tot 1e praeses. Hij is de opvolger van ds. J.C. Schaeffer die vanwege zijn studieverlof ontheffing van zijn taak als voorzitter heeft gekregen. Tot 2e preases benoemde de Landelijke Vergadering br. A. Wattel uit Hoofddorp.