Promoveren op je trouwdag
1994-07-01
Donderdag 16 juni promoveerde drs Willem Janse, predikant van de nederlands gereformeerde kerk te Oegstgeest, aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn. De graad van doctor werd hem verleend op grond van de door hem geschreven studie over de in Nederland geboren theoloog Hardenberg; "ALBERT HARDENBERG ALS THEOLOGE, Profil eines Bucer-Schülers (gest. 1574)". Het proefschrift van ds Janse is verschenen in de door Prof. Dr H.A. Oberman geredigeerde "Studies in the History of Christian Thought", en is ruim 600 bladzijden dik. Een boek dat uitmunt in volledigheid en deskundigheid, zoals de eerste opponent dr S. Postma het uitdrukte.- Jaargang 38
- nummer 13
Familieleden, vrienden, gemeenteleden uit Katwijk, Loosdrecht, en vooral Oegstgeest, kollega's. waren in de goed gevulde aula van de christelijke gereformeerde universiteit getuige van de promotieplechtigheid van de eerste nederlands gereformeerde promovendus. En het was meteen goed raak. Een hartelijk en langdurig applaus viel de jonge doctor ten deel toen hem de doctorstitel verleend werd met het judicium cum laude. Dat wil zeggen een titel waar niets op valt af te dingen, die slechts lof verdiend. Ds Janse werd vergezeld door zijn beide paranimfen, Herman Amelink en Broder D. Balzer, een zwager van de promovendus.
De diskussie
De rector van de Universiteit Prof. Dr W. van 't Spijker opende de bijeenkomst op de gebruikelijke wijze en gaf daarna aan Dr. S. Postma de gelegenheid om als eerste te opponeren. Postma stelde een vraag over de politieke betekenis van Hardenbergs theologie. Hardenberg verdedigt nl het recht van opstand van de lagere magistraten tegen de overheid.
Is er ook sprake van beinvloeding door Bucer op dit punt? Janse ging in zijn beantwoording breed op dit punt in, zowel historisch als theologisch en meende dat beinvloeding door Bucer zeker mogelijk was.
De tweede opponent was de copromotor van de promovendus, Prof. Dr W.H. Neuser, hoogleraar aan de Evangelisch-Theologische Fakultät der Westfälische Wilhelms-Universität in Münster, een groot kenner van de reformator Melanchton.
Hardenberg was een tijdgenoot van Melanchton en heeft hem op het punt van de avondmaalschristologie beinvloed. Tussen promovendus en copromotor ontspon zich op dit punt een interessante diskussie, die door de rector onderbroken werd, want ook deze wenste de degens met zijn leerling te kruisen. Prof. van 't Spijker had drie vragen voor hem.
1. Wat is de ecclesiologische spits in de avondmaalsleer van Hardenberg?
2. Wat is het onderscheid tussen spiritualisme en een pneumatologische benadering?
3. Zit in het begrip exhibitio de grondlijn van Hardenbergs theologie?
Uit het antwoord van Janse werd duidelijk dat Hardenberg in zijn avondmaals-leer heel sterk tegen Bucer aanleunt, en dat hun beider ecclesiologie (de leer van de kerk) zich concentreert in het avondmaal.
En famille
De vierde oponent was de schoonvader van ds Janse, de Apeldoornse hoogleraar dr W.H. Velema, die een vraag stelde naar aanleiding van stelling 17.
Met deze stelling had Janse zich begeven op het terrein van de ethiek en Prof. Velema liet zich de kans niet ontglippen om hierover met de promovendus in debat te gaan. De stelling luidt als volgt: "In plaats van normvervaging zou men ook van normverandering kunnen spreken."
Een intrigerende stelling, zo bleek uit de diskussie. Prof. Velema was m.n benieuwd naar de intentie van deze door Janse gemaakte konstatering. Het antwoord van Janse vroeg om een bredere uitleg, maakte zeker nieuwsgierig naar zijn hermeneutische uitgangspunten, maar de rector verzocht de beide geleerden de diskussie elders voort te zetten.
Als laatste kreeg de vorig jaar benoemde hoogleraar in de dogmatiek, prof.dr. JW. Maris het woord. Hij stelde een vraag over het zgn Extra-Calvinisticum, dat volgens Janse beter Extra-Hardenbergianum zou kunnen heten. Ook hier beloofde zich een interessante diskussie te ontwikkelen, maar nu was het de pedel, die met een krachtig Hora Est een eind maakte aan dit theologisch dispuut.
Na een kort beraad verrichtte Prof. van 't Spijker namens het college van hoogleraren de promotie. En als promotor viel hem de eer te beurt als eerste dr Janse te mogen feliciteren. In zijn toespraak benadrukte hij de grote waarde van deze studie, die gebaseerd was op een gedetailleerd bronnenonderzoek. Het uit drie hoofddelen bestaande boek - biografie, theologie en dogmahistorische plaats van Hardenbergs theologie, heeft op elk van deze velden iets nieuws gebracht.
Kortom, een rijke oogst in een massief boekwerk, dat bijdraagt aan een beter verstaan van de Reformatie. Uit dit boek blijkt dat de Reformatie niet kan worden opgehangen aan een paar bekende namen (Luther, Calvijn, Zwingli), maar dat er een grote verscheidenheid aan reformatoren is geweest, die elkaar over en weer beinvloed en bevrucht hebben.
Voor ds Janse was deze studie niet alleen een inspanning geweest, maar ook een vorm van ontspanning, zo zei Prof. van 't Spijker. En als bijzonderheid vermelde hij de datum van de promotie.
De trouwdag van de promotor, die dit proefschrift aan zijn vrouw Jolien heeft opgedragen. Promoveren op je trouwdag, een diepere symboliek is haast niet mogelijk.
We willen ds Janse en zijn gezin en familie van harte gelukwensen met deze mijlpaal in hun leven. En spreken de wens uit dat deze arbeid dienstbaar zal zijn voor het Koninkrijk van God.