Meedoen met het Liedboek-2000? (6, slot)
1994-07-01
Wij zullen het initiatief moeten nemen- Jaargang 38
- nummer 13
Het Liedboek voor de kerken is 'niet ver van verdwijning'. Heimwee grijpt me nu al aan.
Pijnlijk worden we herinnerd aan het feit dat het niet 'ons' Liedboek is, maar het liedboek van de kerken die het samenstelden: de hervormde, gereformeerde, lutherse, doopsgezinde en remonstrantse. Zij hebben het recht om via het ISK de bundel af te schaffen, niet meer te laten herdrukken en te vervangen door een nieuwe bundel die hun theologisch gedachtenklimaat van nú weerspiegelt.
Welke positie nemen wij als Nederlands Gereformeerden in? Wachten we tot Gods akkers onder water zijn gelopen en gaan we dan dreggen? Sluiten we ons aan bij de ISK (Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied) en gaan we meedoen? Of ontwikkelen we eigen initiatieven voor het behoud en de ontwikkeling van het reformatorische kerklied?
Afwachten (vorige keer)
Afwachten lijkt me de slechtste houding.
Dan worden we omstreeks 2006 'overrompeld' door een nieuw liedboek, waarin we weinig meer 'herkennen'.
De eerste reaktie zal dan wel zijn: "Wij blijven gewoon uit het 'oude' Liedboek zingen." Tot we er achter komen dat de ISK het 'oude' Liedboek natuurlijk niet laat herdrukken, als haar leden-kerken een nieuw Liedboek hebben ingevoerd. Dat zou bovendien een massa problemen op auteursrechtelijk gebied opleveren. Wanneer dàt eenmaal tot ons is doorgedrongen, gaan we dan als Nederlands Gereformeerden hetzelfde doen als 'de vorige keer'?
Hoe ging het immers de vorige keer?
Nadat in 1973 het Liedboek voor de kerken van de persen rolde, ging de ene na de andere Ned. Geref. gemeente er toe over de bundel in te voeren. Sommige gemeenten maakten een selektie vooraf, anderen zongen in principe (niet: uit principe) alles. In 1978 stelde de Landelijke Vergadering van Wezep een gezangencommissie in, die met vier opdrachten werd belast: (1) "te werken in de richting van een selektief gebruik van het Liedboek voor de kerken", (2) "in combinatie met een aanvullende bundel", (3) "en daarnaast ook de mogelijkheid en wenselijkheid te onderzoeken om in plaats daarvan te komen tot een complete eigen bundel met schriftuurlijke liederen", (4) "en attent te zijn op mogelijkheden tot samenwerking met andere reformatorische kerken, echter zonder dat dit leidt tot vertraging".
Tien jaar later, in 1988, legde de gezangencommissie het resultaat van de eerste twee opdrachten op de tafel van de LV van Dronten: een selektielijst bij het Liedboek en een Aanvullende Gezangenbundel voor gebruik in de Ned.
Geref. Kerken (aanvullend op het Liedboek).
Dit dunne bundeltje van 40 liederen werd onlangs gedrukt bij Buijten & Schipperheijn en is nu eindelijk verkrijgbaar. Wat de selektielijst betreft: van de 491 gezangen in het Liedboek werden er 194 aanbevolen voor gebruik in de eredienst. De 297 gezangen die niet werden aanbevolen, vielen om uiteenlopende redenen buiten deze selektie: inhoudelijke, literaire en muzikale. De commissie gaf wel inzicht in de door haar gehanteerde criteria, maar legde niet per lied verantwoording af van haar overwegingen, waardoor de selektielijst het aanzien heeft van een bonte poes in een grijze vuilniszak. Desondanks houdt een aantal Ned. Geref. gemeenten zich trouwhartig aan deze lijst (compleet met drukfout: 58 moet 48 zijn!). Andere gemeenten hebben er geen boodschap aan: in een kerk in het zuiden des lands wil men mij soms de afgrijslijkste liederen op de lippen leggen.
Moet het weer zó, als Liedboek-2000 van de persen rolt? En: kàn het weer zo? Valt er uit een Liedboek-2000 nog veel te selekteren dat geschikt is voor een gereformeerde eredienst? Als een nieuwe gezangencommissie dezelfde criteria hanteert als de vorige, valt het overgrote deel van de liederen die nu in 'Zingend geloven' staan buiten de boot. Een andere mogelijkheid is: onze criteria laten varen, ons gereformeerde onderscheidingsvermogen opzij zetten en meedrijven op de stroom van de tijd.
De derde opdracht van de LV van Wezep (eventueel een complete eigen bundel) stuitte aanvankelijk op een obstakel: in zo'n eigen bundel zouden slechts tien met auteursrechten belaste gezangen uit het Liedboek overgenomen kunnen worden, waardoor veel kostelijk materiaal (waaronder uitstekende vertalingen van liederen uit de Reformatietijd) voor onze gemeentezang verloren zouden gaan. In oktober 1982 werd dit obstakel door de ISK opgeruimd: sindsdien mogen meer dan tien liederen waarop auteursrechten rusten, worden overgenomen: echter alléén door (de synodes) van landelijke kerkgenootschappen, m.a.w. niet in plaatselijke of nietkerkelijke bundels. Daardoor werd het mogelijk de complete selektie uit het Liedboek over te nemen in een eigen Ned. Geref. gezangenbundel. Noch de gezangencommissie noch de LV heeft van deze gelegenheid gebruik willen maken: de meeste Ned. Geref. Kerken hadden het Liedboek namelijk al ingevoerd en men wilde niet 'achter de feiten aanlopen'.
Voor het uitvoeren van de vierde opdracht (samenwerking met andere reformatorische kerken) bleek de tijd niet rijp; bovendien leidde het wél "tot vertraging" (hàd men het niet gedacht!).
De vrijgemaaktgereformeerden hadden zojuist de 'canon' van hun gezangenbundel afgesloten.
De Gereformeerde Bond hield het bij de gezangen van het oude verbond.
De Chr. Geref. Kerklieddeputaten zegden de samenwerking met onze commissie op, omdat zij het niet eens waren met onze keuze voor een Liedboekselektie. Bovendien hadden zij haast met de voltooiing van een eigen gezangenbundel, die vervolgens door de Chr. Geref. synode niet werd vrijgegeven. Uiteindelijk stelden zij een bundeltje van 38 'Schriftberijmingen' samen, die wél door de synode werd vrijgegeven: een mespuntje gezangen in de psalmenkoffie.
Een klein (maar groeiend) aantal gemeenten zingt eruit, maar de meeste Chr. Geref. Kerken houden het óf bij de dichter David óf met het Liedboek in onbesneden staat, d.w.z. zonder selektielijst.
In het gemoedelijke leven van de Ned. Geref. gezangencommissie deden zich twee incidenten voor: twee minderheidsvoorstellen aan de LV's van Breukelen 1981 resp. Dronten 1988. De eerste, van Melis Lok, drong aan op een Schriftuurlijke liedbundel in samenwerking met andere reformatorische kerken; de tweede, van Johan Klein, op een volwaardige eigen bundel (waarin het goede uit het Liedboek zou worden opgenomen) die andere reformatorische kerken (nu nog niet rijp voor samenwerking) tot jaloersheid zou kunnen wekken. Beide voorstellen werden weggestemd: het Liedboek had het gewonnen, iedere actie van een LV zou te láát komen.
Meedoen? (voorstel Wezep)
U vond bovenstaand verhaal nogal chaotisch? Dan hebt u het begrepen.
Zó moet het dus niet wéér. De Landelijke Vergadering moet niet pas in actie komen als een groot aantal gemeenten al een gezangenbundel heeft ingevoerd. En: onze kerken moeten niet opnieuw een gezangenbundel invoeren, waaraan ze niet hebben meegewerkt, waar ze geen invloed in hebben gehad en waarvan slechts tweevijfde door de LV wordt aanbevolen voor gebruik in de eredienst. Om die reden heeft de kerk van Wezep, geruggesteund door de regio Harderwijk, zich in een brief gewend tot de Landelijke Vergadering van Dronten 1994. In het najaar wordt deze brief besproken. Ik citeer er enkele zinnen uit: "Er bestaan plannen om te komen tot een herziening van het Liedboek voor de kerken. Dit project draagt de naam: Liedboek 2000. Het wordt uitgevoerd door de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied, waarin een aantal kerken in ons land participeren via deputaten. Nu stellen wij u voor om als kerken via daarvoor aan te wijzen deputaten deel te nemen - eventueel als waarnemers - aan dit beraad. De deelname van onze kerken aan het huidige Liedboek is nihil of in ieder geval erg gering geweest. (-) Deelname van onze kerken moet niet impliceren dat wij bij voorbaat het Liedboek 2000 moeten aanvaarden als dat er komt. De kerken verplichten zich in die zin niet. Wij menen er goed aan te doen inspraak te oefenen in de procedure voor de totstandkoming van een Nieuw Liedboek. Volgens onze informatie is dat (nog) mogelijk ook door kerken die niet participeren in de genoemde Stichting."
Dit schrijven van Wezep is mij sympathiek.
Men kan de kerk van Wezep er niet van verdenken dat zij ons in de armen wil drijven van een modernistische, horizontalistische gezangenbundel.
Haar motief is: te voorkomen dat we weer een gezangenbundel invoeren waarop we zelf geen invloed hebben uitgeoefend. Door deel te nemen in - of waarnemers te sturen naar - de ISK zouden we nu wel invloed hebben op de inhoud van zo'n nieuwe gezangenbundel.
Maar daar ligt tegelijk de zwakke plek van dit voorstel. Het wordt een heroïsche poging om met de wijsvinger een waterval tegen te houden.
Als ik de publikaties rondom Liedboek-2000 lees ("De volle breedte van de kerk moet in dit liedboek aan het woord komen, inclusief de feministische theologie"), als ik de radiouitzendingen over dit onderwerp beluister (veel 'ouds' moet worden opgeruimd: niet meer die accenten van vroeger - schuldverzoening - maar de accenten van nu: bevrijding), als ik de bundeltjes 'Zingend geloven', belangrijkste reservoir voor de nieuwe gezangenbundel.
doorlees (het hart van het evangelie klopt er niet meer in; zie de vorige aflevering van deze serie), als ik de taal van deze liederen bekijk (poëterig, vaag, voor allerlei uitleg vatbaar, een speculatief spel met begrippen; zie afl. 2 en 3 van mijn serie), als ik kijk naar het liturgische karakter van deze bundeltjes (allerlei liederen voor tijden en gelegenheden, voor zondagen met Latijnse namen die wij niet in acht nemen; weinig liederen die je telkens en telkens kunt zingen), dan gelóóf ik niet in de mogelijkheid van een vruchtbare samenwerking bij de totstandkoming van een nieuw gezamenlijk Liedboek. We zullen pijnlijk voor onszelf moeten vaststellen dat het geestelijk klimaat dat thans heerst in de kerken die indertijd het Liedboek samenstelden, zich zó ver van het onze verwijderd heeft, dat een gezamenlijk liedboek niet meer tot de mogelijkheden behoort. Dan heb ik het natuurlijk niet over de Geref. Bond in de Hervormde Kerk, over verontruste 'synodalen', over de eenvoudige vromen onder de hervormde confessionelen, maar over de kerkelijke en culturele smaakmakers, de 'elite' die de bekwaamheid heeft om zo'n bundel samen te stellen. Niet omdat deze mensen niet oprecht en integer zouden zijn (ze doen niet stiekem), maar omdat het hart van het evangelie bij hen niet meer veilig is: dat vormt niet de kern van hun denken. Daarom ben ik bang voor wat er zal sneuvelen aan liederen uit de schat van de Kerk der eeuwen waarin het hart van het evangelie wél klopt, terwijl van het vele nieuwe dat er voor in de plaats komt vrijwel niets verrijkend is voor een gereformeerde eredienst. In een IKON-uitzending over 'Liedboek-2000' werd aan Klaas de Jong Ozn. de vraag gesteld of de enorme tegenstellingen tussen orthodoxe en moderne christenen binnen een Liedboek-2000 zouden kunnen worden overbrugd. Zijn antwoord luidde: "Ik hoop dat de kwaliteit van de liederen de tegenstellingen zal overbruggen." Dat is nu precies waar ik bang voor ben: dat Ned. Gereformeerden zich vanwege een prachtige melodie en mooie taal gewonnen zuIlen geven aan liederen die niet Schriftuurlijk zijn. Onze gezonde neiging tot relativeren dreigt door te slaan in het weggooien van een gezonde hoeveelheid gereformeerd onderscheidingsvermogen.
Dat blijkt wel uit het vaak ongenuanceerde gebruik van het Liedboek.
Aan het werk Ga ik nu pleiten voor een "eigen bundeltje zoals de vrijgemaakten dat hebben"? (Ik hóór al weer de laatdunkende toon bij 'eigen bundeltje' en vooral bij het woord 'vrijgemaakten'.) Nee, dat ga ik niet. Ik ga pleiten voor een volwaardige reformatorische gezangenbundel. Wij zullen zélf het goede uit de liederenschat van de Kerk der eeuwen moeten 'redden' en bewaren voor volgende generaties. Dat kan alleen in opdracht van de Landelijke Vergadering, omdat alleen landelijke kerkgenootschappen meer dan tien met auteursrechten belaste liederen uit het Liedboek mogen overnemen. En de vele goede vertalingen van liederen uit het reformatorisch erfgoed die we in het Liedboek aantreffen, zijn met auteursrechten belast. Het zou dwaas zijn goed werk óver te doen, het is dan beter het over te némen. Dat geldt lang niet van álle liederen uit de schat der eeuwen: veel mystiek, rationalisme, pathos en bombast, die in mindering komen op de zuiverheid van een lied, kunnen wat mij betreft buiten zo'n reformatorisch liedboek blijven. De gezangencommissie heeft ons met haar criteria de goede richting gewezen. Als de bloem van de reformatorische liederenschat, waarin je het hart van het evangelie hoort kloppen, maar behouden blijft. Die liederenschat kan aangevuld worden met hedendaagse gezangen die in die reformatorische traditie staan. In aflevering 3 van deze serie noemde ik al een aantal mooie bijbelliederen van André Troost. Ook van de bijbelliederen in het Liedboek en van enkele 'vrije' liederen van dezelfde dichters kan (een bescheiden en onderscheidend) gebruik worden gemaakt. Op deze plaats zal ik niet allerlei bundels en bundeltjes noemen waaruit kan worden geput. Ik maak een uitzondering voor de gereformeerde bundel Uit aller mond. Deze bundel is tot stand gekomen op initiatief van de Chr. Geref. Deputaten, maar aan de samenstelling ervan hebben ook Nederlands Gereformeerden, vrijgemaakt-gereformeerden, hervormden en anderen meegewerkt. Het is een bundel voor gezin, school, vereniging en koor, maar ze bevat ook goede liederen voor de eredienst (zoals de genoemde van André Troost). Er zijn gelukkig alternatieven genoeg voor de grote stroom van horizontalistische liederen die via Zingend geloven en andere bundels over ons heen komt!
Daarnaast is dan nog te denken aan liederen die weliswaar niet in de reformatorische traditie staan, maar daarbij ook niet detoneren: een enkel Opwekkingslied bijvoorbeeld - al moet de bundel niet bol staan van kwaliteitsarme 'wegwerpliederen'. Bovendien moeten hedendaagse gezangen, al of niet reformatorisch, de liederenschat der eeuwen niet overwoekeren. Elke gezangenbundel is 'gedateerd', maar de zwakte van veel gezangenbundels is dat ze té gedateerd zijn.
Ik pleit voor een ringband-systeem, omdat de tijd dat dingen nog definitief waren, definitief voorbij is. En omdat ik niet wil blijven bij een 'eigen' bundel.
Alleen of met anderen?
Moeten we het alléén doen of samen met andere reformatorische kerken? Is de tijd nu wél rijp voor samenwerking?
Ik denk dat we het werk alvast moeten opstarten. Maar ik zie op vrij korte termijn al mogelijkheden tot samenwerking met de vrijgemaakt-gereformeerden. De vrijgemaakten zijn namelijk uitgeroerd in hun vingerhoedje gezangen (41 stuks). De roep om méér gezangen, om een volweaardige gezangenbundel, klinkt daar steeds luider. Er is een inventariserend deputaatschap ingesteld en, als ik onze vrijgemaakte broeders goed ken, zal daar een inventief deputaatschap op volgen. Het lijkt me wenselijk dat een door de LV benoemde gezangencommissie samenwerking zoekt met het vrijgemaakt deputaatschap. Het gevoel voor kwaliteit is daar groeiende; geestelijk onderscheidingsvermogen is er nog ruim aanwezig. We hoeven niet naar Canossa, maar de Broederpoort door. Een ringband-systeem zal samenwerking vergemakkelijken: zij zingen immers (gedeeltelijk) uit een andere psalmberijming dan wij. En in een reformatorisch liedboek hoort uiteraard het volledige, onverkorte, Psalter!
Een ringband-systeem heeft nóg een voordeel. Ook de christelijke gereformeerden zullen straks opschrikken bij de vervanging van het Liedboek door Liedboek-2000. Zij kunnen zich dan aansluiten bij een samenwerkingsverband dat een reformatorische gezangenbundel op het oog heeft. Op dit moment is samenwerking met de chr. gereformeerden nog heel moeilijk, doordat zij zelf nog zeer verdeeld zijn - maar over tien jaar kunnen de kaarten totaal anders liggen. Hetzelfde geldt van de Geref. Bond, waar de principiële dominee Paul de discussie over gezangen-zingen heeft opengebroken.
Het zou mij niet verbazen als ook de bonders nog vóór de wederkomst in de kerkdiensten van hun Heiland gaan zingen.
In een ringband-systeem bestaat de mogelijkheid om naast een gemeenschappelijke 'stambundel' ook losse katernen op te nemen. De chr. gereformeerden en de bonders zullen ongetwijfeld een aantal piëtistischgekleurde gezangen willen zingen die Ned. Gereformeerden en vrijgemaakten liever buiten hun kerkboek houden.
Hoe dan ook, er is werk aan de winkel.
Dat werk moet nu beginnen, willen we voorkomen dat we straks bij de afschaffing van het Liedboek voor de kerken in een vacuüm terechtkomen en eigenlijk wel genoodzaakt zijn Liedboek-2000 over te nemen.
De Landelijke Vergadering staat voor een van de belangrijkste beslissingen in de geschiedenis van onze kerken. Want er zijn weinig zaken die zó'n diepe invloed hebben op het geestelijk leven van mensen als de liederen die zij zingen.