Kerken onderweg

2010-06-25
  • Jaargang 54
  • nummer 13
Op 13 oktober 2009 bezocht ik het Congres over 175 jaar Afscheiding, dat werd gehouden in het gebouw van de Theologische Universiteit van Kampen aan de Broederweg. Diverse sprekers, voornamelijk uit vrijgemaakte kring, hielden een inleiding over een facet van deze kerkhistorische gebeurtenis uit de 19e eeuw.

Acte van Afscheiding
Eén van de boeiendste bijdragen vond ik die van dr. Huib Wilschut. Hij plaatste kritische kanttekeningen bij de Acte van Afscheiding waarin de toenmalige Hervormde Kerk in haar geheel als valse kerk wordt getypeerd, waarvan men zich in de lijn van art. 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis moet afscheiden. Wilschut vroeg zich af of hier niet te massief over de toenmalige Hervormde Kerk geoordeeld werd. Waren er niet plaatselijk kerken, die bepaald niet als valse kerk waren te typeren? Wilschut lijkt achteraf Abraham Kuyper bij te vallen, die ooit beweerde dat de Afscheiding te vroeg had plaats gevonden. De vraag is dan te stellen of per consequentie de Acte van Vrijmaking in 1944, die sterk op de Acte van Afscheiding leunt, niet evenzeer mank gaat aan deze massiviteit. Ik meende uit de bijdrage van Wilschut te proeven dat hij die consequentie niet zou willen afwijzen. Ik durf dat een opmerkelijk geluid uit vrijgemaakte kring te noemen. Zeker uit de mond van een woordvoerder, die bekend staat als iemand die de koers van zijn kerken kritisch volgt.

Vrijgemaakte geschiedschrijving
Deze visie op de Acte van Afscheiding geeft dan wel een andere kijk op de kerkgeschiedenis. In de vrijgemaakte traditie was de neiging sterk om de eigen kerk als de zuivere voortzetting van de kerk van de Reformatie te zien. De jaartallen 1517, 1618/1619, 1834, 1886, 1892, 1944 en 1967 waren markeringspunten voor de strijd waarin die zuivere lijn bewaard is gebleven. Per consequentie werden gelovigen uit andere kerken opgeroepen tot Vrijmaking. Vandaag wordt deze zienswijze vrijwel alleen nog gevonden in de splintergroepen die zich van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben afgescheiden.
Deze hoge vrijgemaakte pretentie is beslist niet terug te vinden in het kerkgeschiedenisboek uit die kring, dat vorig jaar verschenen is. Het is geschreven door H.A.C. van Middelkoop. Ooit was zij betrokken bij de uitgave van een andere kerkgeschiedenis, geschreven door de vrijgemaakte predikant ds. C.G. Bos, later bewerkt door W.A.E. Brink-Blijdorp. Die uitgave draagt heel nadrukkelijk wel het stempel van een versmalde kijk op de historie, zoals hierboven aangeduid. Maar Van Middelkoop heeft duidelijk voor een andere insteek gekozen.
Het gaat om een voornaam uitgegeven boekwerk. Het behandelt in grote lijnen de geschiedenis van de zes grootste kerkgenootschappen van ons land – de Rooms-Katholieke Kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken (sinds 2003 samen de Protestantse Kerk Nederland), de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten. In een laatste hoofdstuk wordt ook nog aandacht gegeven aan de evangelische beweging.
De schrijfster voert bepaalt geen wetenschappelijke pretenties met haar publicatie. Ze wil hiermee de geïnteresseerde lezers dienen, die achtergrondinformatie willen ontvangen.
Het is een toegankelijk boek. Door heel het werk heen worden in duidelijk aangegeven kaders allerlei belangwekkende bronnen geciteerd. Achterin is aan elk hoofdstuk een serie gespreksvragen toegevoegd. Daardoor kan het goed gebruikt worden als voorstudiemateriaal voor Bijbel- of gesprekskringen, die zich ook wel eens in de kerkgeschiedenis willen verdiepen.
Uiteraard ging mijn belangstelling bijzonder uit naar wat in dit boek over onze kerken is geschreven. Ik vind dat de schrijfster er in geslaagd is, de gebeurtenissen die geleid hebben tot het afzonderlijk voortbestaan van onze kerken en de ontwikkelingen in onze kerken daarna objectief te beschrijven. Al blijft wel merkbaar, zij het niet op een storende manier, van welke kant van de breuklijn zij het één en ander waarneemt.
Met instemming las ik wat zij in haar Woord vooraf schrijft: dat de geschiedenis van de kerk voor een belangrijk deel bestaat uit menselijke ruzies, hoogmoed en eigenwijsheid. Maar dat het in wezen toch gaat om de lijn die Christus, het hoofd van zijn kerk, de eeuwen door tot vandaag toe heeft doorgetrokken. Alleen is dat mijns inziens voor een heel groot deel meer een kwestie van geloof dan van zien.

Nationale Synode
In dat licht is het initiatief toe te juichen dat genomen is door de voormalige synodevoorzitter van de PKN, ds. Gerrit de Fijter. Hij heeft een groot aantal protestants christelijke kerkgenootschappen uitgenodigd om in december 2010 samen te komen in een nationale synode. Evenals de laatste nationale synode van de Gereformeerde Kerken in 1618/19 zal deze in Dordrecht gehouden worden. Van verschillende zijden is daar positief op gereageerd, o.a. ook door leiding gevende personen binnen de GKV. Ook op de tafel van onze Landelijke Vergadering ligt een verzoek om daaraan deel te nemen.
Het zal geen synode worden die besluiten gaat nemen. Het gaat meer om een ontmoeting die een aanmoediging is tot meer eenheid als christenen in het publieke domein. Inmiddels is zelfs een gemeenschappelijke geloofsbelijdenis geformuleerd, waarin de kern van het christelijk geloof zeker met blijdschap te herkennen valt.
Meer dan 175 jaar geleden was het de wens van Hendrik de Cock, één van de belangrijkste voormannen van de Afscheiding, dat er een nationale synode zou worden gehouden. Wat zou het een bemoedigend signaal zijn als kerken onderweg samen zo’n halteplaats zouden bezoeken.

H.A.C. van Middelkoop (2009), Kerken onderweg. Geschiedenis van kerken in Nederland. Vuurbaak, Barneveld. 504 p. € 29,90.

Johan Schaeffer is predikant van de NGK Nunspeet en oud-docent Kerkgeschiedenis, Kerkrecht en Homiletiek aan de NGP.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief