Zegen voor de wereld en de stad
2010-06-25
Pas las ik in een boekje over Qumran nog weer eens dat prachtige verhaal van die Palestijnse herder, die in de buurt van de Dode Zee bij toeval stuitte op boekrollen uit Jezus’ tijd. En je zit dan te kijken naar een foto van zo’n rondtrekkende bedoeïen met zijn kudde. Ik dacht al lezend aan Abraham, die er vele eeuwen eerder niet zo heel veel anders zal hebben uitgezien.- Jaargang 54
- nummer 13
Aan zo’n bedoeïen beloofde God dus iets heel wonderbaarlijks: dat het de wereld en de mensen goed zou gaan door deze herder en zijn nakomelingen. ‘Door jou zullen alle volken gezegend worden’ (lezing volgens de noot bij Genesis 12:3, NBV).
En met dat onbegrijpelijke woord heeft Abraham levenslang rondgelopen.
Wat heeft hij er van gezien - van de zegen en van dat wereldwijde? Weinig, zou je denken.
En wat zagen de kinderen van Abraham van dat vreemde vergezicht? Heeft Israël niet generaties lang geleefd met een boodschap, die ver afstond van de dagelijkse werkelijkheid?
Wereldwijd
Is het niet van eenzelfde vreemdheid als je eeuwen later Jezus tegen zijn leerlingen hoort zeggen: ‘maak alle volken tot mijn leerlingen’? Zal er een van de elf zijn geweest, die heeft gedacht aan dat onuitgepakte geschenk van God aan Abraham?
Of was het vooral vreemd, wat Jezus zei. Ook al omdat hij zei dat ‘hem alle macht was gegeven, in de hemel en op de aarde’. En dat hij al vertrekkend had verzekerd ‘Ik ben met jullie, alle dagen’. Vreemd, vreemd en nog eens vreemd.
Op zo'n moment realiseer je je dat christen-zijn in de 21e eeuw ook zijn voordelen heeft. Want anno 2010 is de wereld in kaart gebracht tot in de verste uithoeken. En wij zien dat het evangelie inderdaad de uitersten van onze wereld heeft bereikt! De zegen, waarmee Abraham gezegend werd, heeft wereldwijde trekken aangenomen. Dat wonderlijke woord, aan een bedoeïen gesproken - wereldvreemd tot bij Jezus hemelvaart en toen eigenlijk nog - dat wonderlijke woord is zoveel dichterbij gekomen!
Ingevroren?
Maar als je dit zo leest, denk je misschien: het gaat hier wel over hele lange lijnen - van Abraham tot Jezus en van Jezus tot aan hier en nu. Eeuwenlange lijnen, die de grond niet echt lijken te raken. Als een ingevroren belofte, die vanaf Jezus langzaam begint te ontdooien. Is er niet meer over te zeggen?
Wanneer je verder leest in Genesis dan merk je, dat Abrahams bestaan is aangeraakt door die eerdere, niet te vatten, belofte, zodat de aartsvader gaat leven en werken in de geest van dat woord van de Heer. Bijvoorbeeld in Genesis 18, waar je ziet hoe Abraham de redding zoekt voor Sodom.
Stadsgebed
Boven deze stad hangt de dreigende wolk van Gods oordeel. En niet zonder reden, want Sodom was echt een stad, die met de rug naar God toe was gaan staan. Wat leed de onderlinge omgang daar onder! Wat een grofheid, wat een schending van de meest elementaire mensenrechten! Tot op vandaag zie je zulke verziekte patronen terug. Sodom is daarin echt een stad van de wereld, waarin we wonen.
Abraham zal de huiver gevoeld hebben, toen de reikwijdte van Gods oordeel tot hem doordrong. Sodom, een stad waar hij mensen kende, zoals zijn neef Lot en anderen. Mensen, groot en klein. Een stad met de rug naar God toe - maar tegelijk een stad met mensen, die ook een lichaam hebben (Hebreeën 13).
Je ziet dan hoe Abraham die wereldwijde belofte snijdt naar de maat van stad en land. Abraham zoekt het behoud van de stad Sodom, al biddend, waarbij hij niet alleen pleit voor zijn neef Lot en de eigen familie, maar voor heel de stad.
En Abraham gaat ver in zijn gebed en ook dat is een goed bericht voor de kinderen van Abraham. Als je de redding van de wereld zoekt, op wat voor schaal ook, dan ga je niet gauw te ver!
Minderheid
Opvallend is dat Abraham daarbij aanknoopt bij de rechtvaardigen, die (nog) in die goddeloze stad wonen. Abraham vraagt aan God: maakt het U geen verschil of er vijftig rechtvaardigen wonen of niet. Of zelfs maar tien.
Wat is tien rechtvaardigen op een paar honderd goddelozen? Dat betekent niks, zou je zeggen. Maar Abraham schuift die vijftig of zelfs maar die tien naar voren. En hij vraagt aan God: Is dat geen reden voor uitstel van het oordeel of misschien zelfs afstel?
Bijzonder ook om de teller zo te zien zakken van vijftig naar tien. Vijftig in een stad van toen, dat stelde nog wel wat voor. Maar tien? Zoals je nu wel eens denkt: honderd jaar geleden – ja, toen was de kerk nog echt een kracht in de samenleving waar je mee moest rekenen. Maar nu? Mooi om in Genesis 18 de teller zo te zien zakken van vijftig naar tien, maar dat je God steeds hetzelfde hoort zeggen: ook dan zal ik de stad niet verwoesten, omwille van … die tien.
Aanknopingspunt
Alleen is maar alleen. Wat kun je in je eentje beginnen? Maar met nog negen anderen vormt u een tiental dat in Sodom uitstel van oordeel had bewerkt. God kijkt blijkbaar anders tegen zo'n stad, zo'n wijk aan.
Al luisterend naar Abrahams pleidooi word je je bewust van Gods kijk op de stad of het dorp, waar je woont. Wat een aanknopingspunten voor gebed! Ook wereldwijd. Dat er in zo’n ver land rechtvaardigen leven! Reken maar met die rechtvaardigen ter plekke als je bidt voor een dorp in Afrika, India, Roemenië, of waar dan ook. Want God is er gevoelig voor, zo merk je bij het pleidooi van Abraham.
Kinderen van Abraham in deze wereld. Met misschien wel dagelijks kansen om die wereldwijde zegen te zoeken voor de stad waar je woont of het dorp aan de andere kant van deze planeet. Om zo de beloofde zegen te zoeken voor onze wereld
Misschien zei Jezus daarom wel: ik ben met jullie alle dagen tot aan de voltooiing van deze wereld!
Meditatie over Genesis 18:16-33 in het licht van Matteüs 28:16-20.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.