Trouwen na samenwonen
2010-06-25
Ook in Gereformeerd Vrijgemaakte kring wordt men in toenemende mate geconfronteerd met jongelui die ongehuwd samenwonen. Na een periode waarin daar vooral normatief mee werd omgegaan (‘Het mag niet. Punt uit’), breekt nu het inzicht door dat je er daarmee niet bent. In De Reformatie van 4 juni schrijft de Zwolse dominee Bas Luiten erover. Omdat in mijn eigen woonplaats het gesprek tussen GKV en NGK onlangs juist op dit punt is vastgelopen, heb ik zijn verhaal met extra belangstelling - en met veel herkenning! - gelezen. Luiten:- Jaargang 54
- nummer 13
Het komt regelmatig voor dat jonge mensen ongehuwd samenwonen. Ze kunnen daar praktische redenen voor hebben, maar vaak is er verder over nagedacht; jongeren doen meestal niet zomaar wat. Samenwonen is een manier van kiezen voor elkaar; het gebeurt al lang niet meer alleen uit vrijblijvendheid.
En dan ontstaat er, zo constateert Luiten,
spanning tussen norm en praktijk. Wij kunnen daar eerlijk gezegd niet zo heel goed mee omgaan. We kunnen wel normen stellen, maar hoe krijg je iemand nu zover dat hij die aanvaardt? Daarbij moet de norm niet verabsoluteerd worden: je moet altijd ook de omstandigheden in rekening brengen. ()
De norm is belangrijk, maar zegt niet alles. De vraag is altijd: waar staat iemand? Welke kant gaat hij op? Loopt iemand weg van God of gaat hij naar Hem toe? Dat leidt tot verschil in benadering: vermaning of bemoediging. Is er een ontwikkeling ten kwade of ten goede? In beide situaties wordt de norm niet gehaald. Maar je zou wel dwaas zijn als je iemand gaat vermanen die bezig is God te vinden. Ik kom ongehuwde stellen tegen, die werkelijk niet weten wat er fout is aan met elkaar naar bed gaan in die situatie, bijvoorbeeld als één van de twee van buiten de kerk is. Of jongeren hebben thuis wel regels geleerd, maar kunnen daar niets mee. Ze nemen daar afstand van om zelf te ontdekken wat goed is. Dat is meer dan jammer, voor God en voor hen zelf. Toch zijn dit vaak mensen die open staan voor een goed en eerlijk gesprek. Er is een groot verlangen om God te leren kennen, los van allerlei kerkelijke gewoonten en regels. Die tegenstelling bevalt me niet, maar die uitdaging neem ik graag aan! Als jonge mensen in de weg van nader onderwijs ontdekken dat God het huwelijk wil, en zij daar dan alsnog voor kiezen, hoeven we geen grote schuldbelijdenis te vragen. Het toegenomen inzicht maakt hen al beschaamd genoeg.
Helaas zijn er ook, die bewust hun eigen gang gaan. Ze gooien de kop in de wind en trekken zich van niemand wat aan. Dan nog zal een pastor zich afvragen wat hier nu echt achter zit. Maar ik kan me voorstellen, dat in dergelijke situaties wel een erkenning van zonde wordt gevraagd.
Het lijkt me niet mogelijk om hiervoor één regel te stellen. Er is wel één norm, maar er zijn zoveel verschillende omstandigheden.
De regel dat kerkelijke huwelijksbevestiging niet doorgaat als er al sprake was van samenwonen staat op gespannen voet met art. 70 van de kerkorde: ‘De kerkenraad zal erop toezien dat de huwelijken kerkelijk bevestigd worden (...)’. Uiteraard kan dit alleen wanneer bruidegom en bruid in geloof aanspreekbaar zijn. Om die reden zal een kerkenraad als regel stimuleren, dat beiden eerst belijdenis afleggen van hun geloof. In sommige situaties kan en mag het anders gaan. Daarom hebben de kerken art. 70 bewust niet beperkt tot huwelijken van belijdende leden.
Kerkelijke huwelijksbevestiging is namelijk geen beloning voor goed gedrag, maar het is neerknielen voor de almachtige God! Aan wie zou je dat willen verbieden? We zullen erop toezien dat het in oprechtheid gebeurt. Daarmee zeggen we impliciet dat we niet alles kunnen accepteren. God is heilig. Toch wil Hij zijn zegen geven aan ieder die, bevlekt met zonde, van zijn genade alles verwacht.
Ik ben het van harte eens met iedere kerk die het ongehuwd samenwonen wil tegengaan. Maar het dreigen met geen kerkdienst op de trouwdag is daarvoor niet het goede middel. Veel beter is hierover duidelijk onderwijs te geven. In sommige gemeenten gebeurt dat in de vorm van een pastorale handreiking over het huwelijk, die aan alle adressen wordt uitgedeeld ter bespreking in kringen, vergaderingen en catechisaties. Ook wordt in tal van gemeenten de huwelijkscursus aangeboden aan ieder stel dat serieus verkering heeft. Dat zijn signalen dat kerkenraden op dit terrein leiding geven en in de bres springen om het huwelijk als instelling van God te bewaren. Bovendien zijn kerkenraad en gemeente zo eerder betrokken bij relaties, niet pas aan het eind van een verkering. Met dit onderwijs en deze benadering helpen zij de jonge stellen en de oudere! Een kerkenraad die zo handelt, geeft een duidelijk en goed signaal af, waardoor hij in voorkomende situaties ruimhartig kan zijn zonder iets van de norm af te doen.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.