'Wie is toch deze....?'

1994-12-16
  • Jaargang 38
  • nummer 25
Het gaat weer tegen Kerst, het Christusfeest. Wie is de Heiland voor ons? Is Hij de Zoon van God of is Hij een begaafd mens of zelfs een religieus genie, zoals je tegenwoordig steeds meer mensen hoort zeggen. Wat mij betreft, ik schaar me aan de zijde van hen die het eerste belijden. Als ik zo'n passage uit het evangelie lees als we nu zoëven hebben gehoord, dan zeg ik met de discipelen (zoals Matteüs Vertelt): 'Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!' Maar dat zeg ik niet alleen bij een wonder, zoals de stilling van de storm.
Veel vaker stuit ik in het evangelie op dat geheim van Hem. De vraag waarop de zojuist gelezen passage uitloopt: Wie is toch deze...? komt niet alleen bij de wonderen spontaan bij mij op, maar ook als ik Jezus zijn bekende en schijnbaar zo gewone woorden hoor spreken.

Ik heb zo eens door het evangelie bladerend een streepje gezet bij een paar woorden en daden van Jezus die zeer bekend en ook wel geliefd zijn. Maar waarvan u zich misschien nooit hebt gerealiseerd dat ze het geheim van Jezus' persoon levensgroot in zich dragen. En waar je de grootste moeite mee hebt als je niet gelooft dat Jezus de gezondene van de Vader is. Zonder de belijdenis dat Hij de Zoon van God is zijn ze eigenlijk niet te lezen.
Voorop een geliefd Heilandswoord: "Komt tot Mij. allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart..." Stelt u zich nu eens voor dat het een gewoon aards mens is die hier aan het woord is. U mag echt een zeer groot exemplaar van de menselijke soort uitzoeken. De Indische mahatma Ghandi bijvoorbeeld. Maar zou zo iemand u sympathiek worden als u hem zulke woorden hoorde zeggen?
Of zou u hem voortaan voor een aansteller, een charlatan houden? Want wie zegt nu zulke dingen van zichzelf?
Wie durft zich zo in het centrum van de aandacht te stellen ('Komt allen tot Mij', nietwaar?) en dan ook nog onder de bewering dat hij nederig van hart is? Ik ga met u naar de zaligsprekingen in de Bergrede. U weet wel, de Bergrede waar zoveel mensen naar verwijzen die in Jezus niets meer dan een begenadigde leraar der mensheid willen zien. Je leest daar: 'Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil'. We kennen dat woord en velen hebben zich eraan opgetrokken. Maar dan: 'Zalig zijt gij wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil'. Dus eerst: vervolgd om der gerechtigheid wil en dan: vervolgd om Mijnentwil. Is dat soms hetzelfde? Is Jezus dan de gerechtigheid zelve? Dat is toch de aanmatiging ten top? Wie ben je eigenlijk als je van jezelf zulke dingen zegt? Als je de zaak waarom het gaat zo met je persoon verwart? Wij geloven in Jezus en daarom vinden wij zulke woorden mooi. Maar kunt u zich voorstellen dat er mensen in Jezus' omgeving geweest zijn die dit soort woorden hoorden en toen zeiden: Dit kan niet; deze man moet weg? Of zoals je in het evangelie leest: Deze verleidt het volk? Wie is toch Deze...? Denk eens aan het liefelijke verhaal van de bruiloft te Kana. 'Ze hebben geen wijn', zegt Maria en Jezus verandert het water in wijn zodat het feest door kan gaan.
Maar heeft u er wel eens bij stil gestaan dat Jezus op deze manier van dit bruiloftsfeest zijn feest maakt? Wat toch eigenlijk voor een gast hoogst onbehoorlijk is. Je staat in zulke gevallen voor een keus: of Jezus is werkelijk die Hij zegt dat Hij is, de Zoon van God, en dan wordt zijn gedrag akseptabel, of Hij is iemand die niet weet hoe het hoort, - bij alle hoge begaafdheid die Hem dan misschien eigen is. Van Jezus is ook dit woord bekend: 'Wie vader of moeder liefheeft boven Mij. is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij is Mij niet waardig'. Ook weer een bekend woord, maar eigenlijk ontstellend voor wie niet gelooft dat Hij de Zoon van God is. Wat verbeeldt Jezus zich wel niet, dat Hij zelfs de banden van het bloed, van wie ieder weet hoe sterk die kunnen zijn, ondergeschikt maakt aan de verhouding tot Hemzelf? Màg dit? Kàn dit?
Dat klemt nog veel meer bij het volgende. Jezus roept iemand tot het discipelschap: 'Volg Mij!' En deze man komt met een dijk van een excuus waar de hele samenleving van onverschillig welke tijd voor opzij zou gaan: 'Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven', waarop Jezus de verschrikkelijke woorden zegt: 'Laat de doden hun doden begraven, maar gij.
ga heen en verkondig het koninkrijk Gods'. Ontoelaatbare botheid toch? Tenzij wij Hem terecht belijden als de Zoon van God. Let wel, dit zijn woorden van Jezus en gedragingen die nooit ter sprake komen als het over de vraag gaat of Jezus de Zoon van God is. Toch hebben ze dit belijden tot vooronderstelling, ze gaan er stilzwijgend van uit.
En zo word je telkens in het evangelie voor de keus, voor het dilemma geplaatst: of Jezus is de Zoon van God (en dan is het helemaal niet vreemd dat Hij zoiets zegt of doet) of Hij is onbehoorlijk. Of Jezus is de Zoon van God (en dan komt het Hem toe zo op te treden) of Hij is onuitstaanbaar. Of Jezus is de Zoon van God (en dan is zijn gedrag vanzelfsprekend) of Hij is terecht gekruisigd. Een tussenweg is er niet. Je kunt van Jezus nooit zo maar een aardige man maken. En ook geen religieus genie. Want ook van een genie verwachten wij dat hij zich aan de menselijke gedragscode houdt. Jezus breekt daar slag op slag doorheen. 'Wie is toch Deze...?', die vraag stel je dus niet alleen bij de wonderen die Hij doet, maar veel eerder al: ook bij al die woorden en daden waaraan we zo gewend zijn en die iedereen voor zoete koek lijkt te slikken.
We leven in een tijd waarin we veel ongeloof om ons heen hebben. Verdrietig genoeg, maar er is ook een voordeel aan. We worden nu zo af en toe gedwongen het evangelie te lezen met de ogen van de buitenstaander.
En als je dat doet - meer dan ooit struikel je dan over teksten die je tot dusver alleen maar bekend en mooi gevonden hebt en je realiseert je dat geloven in Jezus Christus inderdaad gelóven is. Geloven dat Jezus Christus Gods Zoon is, het is noodzakelijk, wil je het evangelie blijven lezen en het kerstfeest christelijk blijven vieren. Trek je namelijk het God zijn van Jezus Christus af en laat je die belijdenis vallen, dan houd je een onmogelijk en gevaarlijk mens over va wie men zich destijds terecht ontdaan heeft. 'Wie is toch Deze...?', - het is een vraag waar we ook vandaag niet omheen kunnen.

(Toespraak voor de 'Alle-Dag-Kerk' op 16 nov. 1994)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief