Lukas en het kerstfeest

1994-12-16
  • Jaargang 38
  • nummer 25
"Mijn Kerstverhaal valt bij jullie wel in de smaak, hè!" zei Lukas tegen mij. Ik knikte. "Hoeveel maal heb je al met Kerst over mijn hoofdstuk 2 gepreekt? Ik kon het zo opzoeken. "Zes keer!" zei ik enthousiast. "Ook wel eens over vs 34 en 35?" "Nee, dat niet." "Hoezo niet?" Ik aarzelde. "Weet u, Luk es, 't valt nogal uit de toon, dat van Simeon. 't Is allemaal zo blij: die herders, die engelenzang, Hanna in de tempel. En dan ineens die sombere woorden over vallen en opstaan en van dat zwaard door Maria 's ziel - dat verstoort toch wat de feestvreugde. Dus om nou over vs 34 en 35 te preken... We willen het met Kerst juist een beetje vrolijk houden!

Lukas zuchtte. "Weet je," zei hij, "dat ik overwogen heb om het weg te laten? 't Is inderdaad een schaduw die daar over de blijdschap heen valt. Maar ja, je schrijft geschiedenis of je schrijft het niet. Ik zou geen goed geweten hebben gehad als ik het had weggelaten. Ik had ook niet goed verder kunnen schrijven. Dan had ik nog veel meer uit mijn evangelie moeten weglaten! AI die mensen bijvoorbeeld, die heel bewust geen Kerstfeest vieren; je kent ze wel. .." Ik keek hem vragend aan: "Hebt u dan geschreven over mensen die heel bewust geen Kerstfeest vieren?" Lukas lachte en zei: "Ik stuur er wel een paar bij jullie langs!" De eerste die langs kwam was een yuppie. Heel sympathiek. Hij had weinig tijd; hij was op weg naar de wintersport.
"Ik begreep van Lukas dat jij heel bewust geen Kerstfeest viert?"
"Klopt!", zei hij; "dat weet je toch wel? Mijn verhaal staat in Lukas 18. Vroeger noemden ze mij de rijke jongeling!"
Zijn gezicht betrok bij die woorden. "Nee, inderdaad; ik vier bewust geen Kerstfeest. Ik vond Jezus wel interessant, maar ik heb een pijnlijke herinnering aan Hem overgehouden.
Ik vond Hem te radikaal. Ik was echt in Hem geïnteresseerd, maar ik vond dat Hij teveel vroeg. Hij heeft me best pijn gedaan met zijn antwoord over die kameel door het oog van een naald.
Nee - de geboorte van Jezus vierendat hoeft voor mij niet."
De tweede die langs kwam was een man met een bijzondere gloed in zijn ogen. Ik vroeg hem: "U doet niet aan Kerst volgens Lukas, nietwaar? "Nee", zei hij, "ik doe niet aan Kerst. Niet méér. Vroeger wel. Ik ben weg geweest van Jezus. Ik ging door dik en dun voor Hem. Maar er is iets geknapt."
Terwijl hij het zei vlamde de woede in hem op. "Kort en goed: ik geloofde niet in zijn weg van het offer.
Hij was toch geen echte Messiasfiguur. Zoals Hij praatte over zijn lijden, dat Hij gegeseld moest worden en zou sterven - toen wist ik het zeker. Ik zei tegen mezelf: 'Judas, jongen, je bent achter de verkeerde aangelopen.' Nee; voor mij had Hij niet hoeven komen. De derde die langs kwam was een burgemeester; ik zag het aan z'n ambtsketen. "Met wie heb ik de eer?"
vroeg ik. "Ik ben de burgemeester van Jericho," zei hij. "U zien we ook niet met Kerst in de kerk, burgemeester?"
De man keek me wat gekweld aan.
"Ach," zei hij, " 't is een ongelukkige geschiedenis. Ik had zeker geen hekel aan Hem. Maar dat Hij nou net in mijn stad dat contact legde met Zacheüs hoogst ongelukkig. Dat had Hij niet moeten doen. De kranten hebben het er nog over. Die Zacheüs, dat was echt een schurk hoor. We hadden in de gemeenteraad afgesproken dat we Hem totaal zouden isoleren. En dan Jezus die er dwars doorheen fietst.
Nee, dat kan echt niet." De burgemeester boog zijn hoofd nog wat naar mij toe. "Weet je: dat was geen uitzondering.
Ik heb van collega’s gehoord dat hij regelmatig met dat soort lui dineerde. Daarom kan ik niet met Kerst naar de kerk gaan. 't Risico is te groot dat ik daar zulk gezelschap tref.
Want echt, daar pas ik voor. Helaas, maar 't is niet anders."
"Kijk," zei Lukas, "dat bedoelde Simeon: 'Deze is gesteld tot een val van velen in Israël ... opdat de overleggingen uit veel harten openbaar werden.' Simeon heeft het gezien, toen al, dat er mensen zouden vallen over Hem, dat hun diepste intenties boven water zouden komen door de confrontatie met Hem. Want vergis je niet: dit kind het confronteert je in je leven dieper met God dan je lief is!" Ik zweeg. Ik dacht: "Had hij het toch maar weggelaten. In Lukas 2 tenminste.
Met Kerst hoef je toch nog niet aan Goede Vrijdag te denken?" Lukas lachte weer. "Jij bent bang dat Simeon de feestvreugde bederft, hé? Maar dan zal ik je nog eens wat anders laten zien.
Lukas nam me mee naar een zaaltje . waar kerstfeest gevierd werd. De vroeger zo steenrijke Zacheüs zat er. En Petrus, die Jezus verloochend had. En Maria van Magdala, die door zeven boze geesten bezeten was geweest (8:2). En een paar heel ruwe types.
"Herders!" fluisterde Lukas me in het oor. En hij wees me een voor een de anderen aan: een moordenaar; een Samaritaan; een Romein; nog een Samaritaan; prostituees. Ze waren aan het zingen, in een wonderlinge saamhorigheid.
Toen ze klaar waren vroeg Lukas of een van hen wilde zeggen waarom zij het Kerstfeest wél vierden.
Een vrouw stond op. Ze zei: "Waarom wij Christus' geboorte vieren?
Omdat wij dankzij Hem zijn een nieuw leven konden beginnen. Wij hier, we hadden allemaal wat. We voelden ons allemaal op een of andere manier klein en minderwaardig. Neem nou mijzelf. Ik stam van de Kanaänieten af. Nooit van mijn leven zou ik de tempel hebben binnen mogen gaan. Zo was het met ons allemaal. We waren allemaal op een of andere manier te slecht, of te onbelangrijk. En toen kwam Jezus. En Hij was over ons allemaal met ontferming bewogen." Iedereen in het zaaltje knikte, ernstig, en tegelijk diep blij. De vrouw vervolgde: "Ik denk, dat dat het is waarom wij Kerst vieren. Wij hebben genade gevonden.
En we hebben ingezien, uiteindelijk, dat we onze zonden op Hem mochten leggen..."
"Snap je het nu?" vroeg Lukas toen we buiten liepen. " 't Is er niet echt somber door geworden, mijn Kerstverhaal, door die woorden van Simeon. 't Is ernstig, dat is waar. Je kunt vallen over Jezus. En Maria is op dat moment inderdaad voorbereid op Goede Vrijdag toen het verdriet door haar ziel zou snijden. Maar 't gaat om dat opstaan.
Kerstfeest is een feest voor mensen die slecht zijn: mensen die klein zijn; mensen die ziek zijn; mensen die rouwen. Kerstfeest is een feest voor mensen, die hun zonde en ziekte en dood op Hem willen leggen. Kerstfeest is een feest voor mensen, die van genade willen leven." Achter ons, in het zaaltje, klonk gezang: "Komt allen tezamen, jubelend van vreugde, komt, laten wij aanbidden, die Koning."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief