Vijf jaar na de val van de Muur
1994-12-16
Vandaag vijf jaar geleden (ik schrijf dit op 9 november) viel de Berlijnse Muur. Een val die een domino-effect in werking zette. Vele andere muren vielen of werden aan het wankelen gebracht: in Oost-Europa, in het immense Sovjetrijk, in Zuid-Afrika, in het Nabije Oosten, in Latijns-Amerika, in Ierland.- Jaargang 38
- nummer 25
Elders zijn nieuwe muurtjes opgebouwd, zoals in Joegoslavië, waar ze met het seizoen verschuiven. En op vele plaatsen in de wereld proberen fundamentalistische moslims een ondoordringbare muur te bouwen rondom een rijk waar de Koran het rijk alleen heeft.
Vijf jaar geleden viel in Europa echter De Muur: de Muur die atheïsten hadden gebouwd om de verspreiding van het Evangelie tegen te houden. Bijbels, boeken en brochures die vroeger moeizaam de grenzen moesten worden overgesmokkeld of mondjesmaat in pakjes verstuurd, gingen na de val van de Muur met vrachtladingen tegelijk naar de christenen in het oosten.
De christenen in Oost-Europa hebben onze steun meer dan ooit nodig. Het overleven van veertig tot zeventig jaar vervolging heeft veel van hen gevergd. Maar het van de grond af aan opbouwen van een verwoest kerkelijk leven en van weggevaagd christelijk onderwijs vergt méér van hun energie, van hun inzet en van hun creativiteit, dan het overleven van jarenlange vervolging. En het vraagt ook om méér middelen.
Het lege huis
Toen de Muur was gevallen en de rozige kruitdamp van de Omwenteling opgetrokken, werd een gapende leegte zichtbaar. Het communisme had een leeg huis achtergelaten. Toen ik in januari 1990' in dit blad schreef over zeven boze geesten die klaarstonden om het lege Oosteuropese huis te vullen, was de helft ons niet aangezegd. 'Zeventig maal zeven' lijkt dichter in de buurt te komen. En zij hebben niet eens gewacht tot het huis 'geveegd en op orde' was (Luk. 11:25,26): integendeel, ze hebben de vegers tegen elkaar opgezet, zodat het vuil in het rond vliegt!
De situatie lijkt hopeloos. Lijkt. In de Kaukasus Iiggen de Iijken op straat, maar de 'bijbelgetrouwe' kerken groeien. In Azerbeidjan is het oorlog, maar vele moslims geven er hun hart aan de Heer Jezus Christus. Russische baptisten komen na zeventig jaar vervolging eindelijk op adem ... en ze gebruiken die adem om landgenoten in afgelegen gebieden in Siberië met het evangelie te bereiken. En om door middel van straatbibliotheken vele hongerige Russen met Gods woord te voeden. In Albanië komen veel jonge mensen tot persoonlijk geloof en ze nemen hun moslimse grootmoeder mee naar de kerk. In deze 'eerste atheïstische staat ter wereld' vroeg in 1993 de minister van defensie aan een christelijke gemeente in Tirana om in het leger het evangelie te komen brengen ... en Anne van der Bijl kreeg van de Albanese premier het verzoek om het eerste exemplaar van de nieuwe Albanese bijbelvertaling aan de president te komen overhandigen. Gods kostelijke ironie! In Hongarije begint het gereformeerd onderwijs van de grond te komen en begint men zelfs het handwerk van christelijke politiek te leren (al betekent de jongste verkiezingsuitslag een terugslag).
Nee, onze gebeden voor Oost-Europa zijn niet onverhoord gebleven. God houdt zijn grote doel in het oog. Wij ook?
Eerste liefde; desillusie
In de donkerste jaren van het neostalinisme voelden velen van ons zich betrokken bij het reilen en zeilen van de christenen in Oost-Europa. Die betrokkenheid uitte zich in voorbéde, in het zenden van brieven, kaarten, kleding en literatuur en sommigen staken zelf de grenzen over om de broederschap daar met vriendschap en praktische hulp een hart onder de riem te steken. Zeer velen maakten regelmatig hun giften over naar Oost-Europa-organisaties. Maar na de Omwenteling stokte die giftenstroom plotseling. Waarom? Ging het de milde gevers bewust of onbewust om de val van het communisme en achtten ze dat grote doel nu bereikt? Zulke christenen moeten wel bitter teleurgesteld zijn, nu na de val van het communisme de heksendans is uitgebroken. En inderdaad hoor je om je heen de doffe tonen van de desillusie: "Toen het IJzeren Gordijn scheurde, meenden we dat het allemaal in orde zou komen - en nu...". Christenen weten beter. Een christen heeft, als het goed is, maar één doel voor ogen, het doel van God zelf: de komst van zijn Koninkrijk. Wie rneende dat de afwezigheid van het communisme een mooi (voorlopig) einddoel was, kan zich nu teleurgesteld en moedeloos van Oost-Europa afwenden. Wie Gods doel in het oog houdt, de aanwezigheid van Christus als Heer, weet dat het werk nu pas echt begonnen is. De christenen in Oost-Europa hebben onze steun nu harder nodig dan ooit. Om hun eigen kerkelijk leven weer op te bouwen (in Hongarije bijvoorbeeld is er een generatie 'tussenuit gevallen'), om hun kinderen christelijk onderwijs te kunnen geven, om door evangelisatie de leegte bij hun landgenoten te vullen, om een zuurdesem te kunnen zijn in hun verwoeste, geestelijk leeggeroofde, samenlevingen.
Wat een kansen hebben zij - maar ook: wat een moeite kost hen dat! Wat een kansen hebben wij om hen daarbij behulpzaam te zijn, als medearbeiders in hun dienst aan het evangeliel Door onze gebeden, onze brieven, onze financiële steun aan Oost-Europa-organisaties, en (als we daartoe in de gelegenheid zijn) door het kiezen van onze vakantiebestemming. Juist persoonlijke contacten worden door de broederschap daar zo enorm op prijs gesteld.
Samenleving
En dan is er nog het maatschappelijke aspect: het deelnemen aan de wederopbouw van een verwoeste samenleving.
Gereformeerden hebben, in tegenstelling tot bijvoorbeeld baptisten, altijd een sterke visie daarvoor gehad: participeren in de samenleving en daarvoor (politieke) verantwoordelijkheid op zich nemen. In de meeste landen van het nieuwe Oost-Europa hebben christenen op dat terrein op het moment weinig kansen. De oude Orthodoxe staatskerken zijn de klap van de Omwenteling intussen te boven en zij maken zich sterk om de rol van de communistische partij over te nemen en het lege huis te domineren. In Bulgarije en Roemenië wordt de Orthodoxe Kerk officieel staatskerk. In de Kaukasus zie je hetzelfde gebeuren.
In Rusland hebben Orthodoxe geestelijken hun greep op plaatselijke politieke leiders weten te verstevigen, zodat evangelische christenen worden dwarsgezeten. In die landen wordt de positie van protestantse christenen langzaamaan moeilijker en lijkt politieke participatie onwaarschijnlijk. Waar de valse kerk stevig in het zadel komt te zitten, worden bijbelgetrouwe christenen langzaamaan naar de rand van de samenleving geduwd. En soms er overheen.
In Hongarije ligt de situatie anders. Daar is geen machtige Orthodoxe Kerk, en ook de Katholieke Kerk is er geen machtsfactor zoals in Polen. Hongarije heeft een gereformeerd verleden. Er liggen daar kansen voor de gereformeerden. Maar het gereformeede leven is ernstig verzwakt uit de jaren van communistische overheersing tevoorschijn gekomen. Ligt er voor ons, nederlands(e) gereformeerden, een taak om te versterken wat er nog van óver is en lange tijd dreigde te sterven (Openb. 3:2)?
Nederland en Hongarije
Nederland en Hongarije hebben beide een gereformeerd verleden. Daardoor bestaan er sterke banden tussen gereformeerden daar en hier. Die banden waren er al in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Ook toen verleenden Nederlands gereformeerden steun aan hun vervolgde broeders uit Hongarije.
In 1675 voltrok zich in het westen van Hongarije een drama. Op een kerkelijke vergadering werden alle predikanten gesommeerd het katholieke geloof te belijden en deel te nemen aan de heilige mis. Zij die trouw bIeven aan het 'Sola Scriptura', raakten in gevangenschap. Sommigen van hen moesten, juist als de Israëlieten in Egypte, stenen sjouwen voor de bouw van burchten. Anderen werden naar Italië getransporteerd en daar verkocht als galeislaaf. De helft van hen overleefde het transport niet. De overlevenden werden in 1676 door admiraal Michiel de Ruyter uit de galeien bevrijd en vonden gastvrijheid in de Republiek. De Ruyter, die twee maanden later zou sneuvelen in een oorlog tegen de Engelsen, zei zelf over deze gebeurtenis: "Veel overwinningen heb ik in mijn leven al bevochten tegen allerlei vijanden, maar mijn heerlijkste triomf is deze, waarmee ik de onschuldige dienaren van Christus van hun ondragelijke lasten heb bevrijd." Uit die tijd stammen de banden tussen Hongaarse en Nederlandse gereformeerden.Een van de bevrijde predikanten ging aan de universiteit van Franeker theologie studeren. In de loop der tijd zouden velen zijn voorbeeld volgen: veel Hongaarse studenten kwamen hun opleiding volgen in Harderwijk, in Franeker (tot 1795), in Utrecht (op het Stipendium Bernardinum), en later in Kampen en aan de V.U. Op het Domplein in Utrecht is de gevel van het Academiegebouw nog een reliëf te zien van de Hongaarse 'peregrinus' (pelgrim) op weg van Debrecen naar Utrecht.
De Nederlandse theologie heeft een blijvende invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van het Hongaarse gereformeerde leven. In 1924 kwam de eerste Hongaarse student naar Kampen, waar de gereformeerden hun Theologische Hogeschool hadden. En de eerste buitenlander die aan de Vrije Universiteit in Amsterdam een eredoctoraat ontving, was een hoogleraar in de theologie uit Boedapest, de bekende Jenö Sebestyèn. Toen in 1947 in Boedapest de communisten de macht overnamen, kwamen nog maar weinig theologanten naar Nederland. Maar na de opstand in '56 ontvluchtten veel studenten aan allerlei faculteiten hun land en vonden hun plaats aan Nederlandse universiteiten. En toen in de jaren zeventig het politieke klimaat milder werd, nam het aantal 'legale' studenten uit Hongarije weer toe.
Hulp op maat
Deze gemeenschappelijke geschiedenis legt ons als Nederlands(e) gereformeerden een sympathieke last op de schouders. Als Nederlanders willen wij graag de hele wereld helpen, maar daardoor raken onze eerste liefdes en onze sterkste broederbanden nogal eens op de achtergrond. Daar licht de televisie ons niet over vóór; wèl soms het Nederlands Dagblad, waaraan ik een deel van de hierboven vermelde informatie ontleend heb. Voor mij persoonlijk is de pen het sterkste wapen waarmee ik mijn Hongaarse gereformeerde broeders en zusters van dienst kan zijn. Die Hongaarse gereformeerden zijn over heel Oost-Europa verspreid: ze wonen niet alleen in Hongarije zelf, maar ook in Tsjechië, Slowakije, Transsylvanië (Roemenië), de Karpaten (Rusland) en de Oekraïne. Ik besloot contact op te nemen met een kleine, uiterst efficiënt werkende stichting, die al zo'n dertig jaar zonder enige ophef de Hongaarse broederschap steunt en een coördinerende functie vervult t.o.v. nog kleinere stichtingen en plaatselijke comiteetjes. De 'uitvalsbasis' en het 'munitiedepot' van deze stichting bevinden zich in de generaalsbuurt van een voorstad van Den Haag, waar eens een beroemde Vrede werd gesloten: ergens tussen Voorburg en Delft (40 jaar communisme heeft ons geleerd voorzichtig te zijn met het geven van al te duidelijke aanwijzingen). De medewerkers van deze stichting zijn geen dromers en ze houden zich niet bezig met brede analyses - alleen met 'hulp op maat'. Een slechtere 'journalist' dan bovengetekende hadden ze dan ook niet kunnen treffen. Toch wordt mijn verzoek om een interview niet afgewezen; integendeel, ik word zelfs vriendelijk ontvangen. Gelegenheid tot het stellen van vragen krijg ik niet, daarmee zou ik het vuur van mijn gastheer getemperd hebben. Evenmin krijg ik de kans iets op te schrijven, dat geeft maar onnodig oponthoud. Twee en een half uur lang geeft mijn gastheer mij antwoorden op vragen waar ik nooit aan gedacht zou hebben. In die twee en een half uur ben ik van die kleine stichting gaan houden ... en daar gaat het maar om. Je kunt alleen over een onderwerp schrijven, als je er Iiefde voor hebt opgevat. Begin volgend jaar hoop ik een paar losse artikelen te wijden (geen serie) aan het Hongarije-werk van de Stichting Steun Buitenlandse Christenen, afgekort Stichting S.B.C. Door dik en door dun zijn de medewerkers van deze (Ned. gereformeerde) stichting trouw aan die 'piëtistische' Hongaarse gereformeerden die al die jaren van vervolging trouw zijn gebleven zijn gebleven aan de HERE en aan zijn dienst. Veracht de dag der kleine dingen niet...
Noot
1 Oost-Europa, hoe moet de leegte gevuld worden? (Opbouw, 2 februari 1990). Zie ook de instruerende artikelen van P.J. van Kampen over dit onderwerp!