Het goede

1993-07-02
  • Jaargang 37
  • nummer 14
Er wordt regelmatig benadrukt dat het in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus niet zomaar over elke arme gaat. De arme heeft een naam en dat is in een gelijkenis opvallend. Lazarus heet hij. 'God helpt' betekent het en dat is ook zijn belijdenis geweest. De Here Jezus heeft daarmee willen zeggen dat de Here God het vooral opneemt voor de arme die op Hem hoopt. Ik vind die uitleg wel terecht, maar die wordt wel eens erg sterk benadrukt. Ik wil de mogelijkheid open laten dat God toch een zwak heeft voor alle armen in de wereld. In elk geval zullen we er goed aan doen daarmee rekening te houden in onze houding tegenover elke arme. Het zal toch niet de bedoeling zijn dat we de barmhartigheid opschorten tot we ze tot God hebben horen roepen om hulp.
Maar goed: toegegeven, het gaat hier niet zomaar over alle armen. Maar gaat het dan wel over alle rijken? Want de rijke in dit verhaal is naamloos. Wil dat zeggen dat de Here de rijken over één kam geschoren wil zien?
Ik wil vanuit deze gelijkenis iets helpends zeggen in de richting van de rijken. Dat is niet overbodig want arm zijn is moeilijk maar het is in deze tijd ook een hele opgave om op een·christelijke manier rijk te zijn. Vandaar deze uitgestoken hand.

Het gesprek met Abraham
Er komt in deze gelijkenis een gesprek voor tussen de rijke in de pijn en Abraham die hij van verre kan zien en die hem ook kan horen. Er zit op het eerste gehoor iets onredelijks in de woorden van Abraham. De rijke man had hem onder de pijnigingen toegeroepen: "Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele". Dat was een hondsbrutaal verzoek. Ze hadden Lazarus bij de ingang van zijn paleis gedropt - want dat 'nedergelegd' in onze vertaling is een eufemisme - en hij had nooit een vinger naar hem uitgestoken. Nu vraagt deze onbarmhartige om medelijden en dat mag dan uitgerekend Lazarus hem komen bewijzen. Je moet maar durven. Maar nu de merkwaardige reactie van Abraham op zijn verzoek. "Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade. Nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn".
Bedoelt Abraham nu te zeggen wat wij hier zo gemakkelijk in horen: wie hier rijk is moet straks maar op pijn rekenen en wie nu arm is mag weten dat hij straks vertroost wordt? Want zo klinkt dit toch? Laat wie rijk is zich nu niet te snel bedreigd voelen want dit kan de bedoeling van Abrahams woorden niet zijn. Dat is alleen al onwaarschijnlijk omdat het uitgerekend Abraham is die hier spreekt en als er nu in de Bijbel iemand is, die zich moeilijk dreigend kan opstellen tegenover de rijke dan is dat Abraham wel. Hij behoort zelf tot de rijkste mensen die we in de Bijbel ontmoeten. We lezen dat hij rijk is aan vee, zilver en goud en er staat van hem zelfs "deze man was rijk en hij werd gaandeweg rijker totdat hij zeer rijk geworden was". Overtuigender kan het al niet. Maar Abraham is niet vanwege zijn rijkdom in de pijn gekomen. Het rijke westen, wil ik maar vast opmerken, behoeft niet vanwege onmiskenbare rijkdom veroordeeld te worden.

Wat zei Abraham nu precies?
Je zou er bijna overheen lezen, maar Abraham spreekt geen woord kwaad van de rijkdom van de rijke man. Zijn rijkdom werd hem niet verweten. Wel de manier waarop hij rijk geweest is. De rijke man heeft tijdens zijn leven het goede ontvangen. Dat is geen constatering maar een verwijt! 'Het goede' is een geladen woord. Het is datgene waar in je leven alles om draait. Waar je op uit bent, je diepste en je laatste verwachting. Voor de rijke man is dat zijn bezit geweest. Dat was alles voor hem. De rijke behoorde tot de mensen "wier deel in dit leven is", zoals het in Psalm 17 staat. De oude berijming had nog de rake woorden "geen deel dan in dit leven achten". En als je (erf)deel in dit leven is ken je niets meer dat voor je weggelegd is. Daarom heeft de rijke man het bij zijn leven zo moeilijk gehad met Lazarus. Die kwam aan dat wat voor hem 'het goede' was. Een ander goed kende hij niet.

Abraham was anders rijk
Abraham is een zeer rijk man geweest en er komt in de Bijbel geen woord voor waaruit valt op te maken dat hij zijn bezit versmaad heeft. Maar wanneer iemand aan Abraham gevraagd zou hebben "bent u nu tevreden?" Zou hij zoiets gezegd hebben als "Nee, nog niet, wat het eigenlijke dat de Here mij heeft beloofd moet nog komen.
Dit is niet het goede waarnaar ik uitkijk. Dat is voor mij weggelegd. Daar kijk ik naar uit: de stad, het grote volk, het land. Zo rijk kan God mij hier niet maken of ik verlang naar de toekomst, naar 'het goede'. Het is zwaar om op die manier rijk te zijn. Dat heeft de Here Jezus trouwens zelf ook met zoveel woorden gezegd. Rijkdom is een niet geringe handicap bij het binnengaan in het Koninkrijk van God. In onze rijke wereld slagen velen er niet in. Iemand beschreef de stemming in onze westerse wereld als de sfeer in een supermarkt rond sluitingstijd. De mensen rennen met hun karretjes langs de rekken om er nog haastig van alles in te stouwen voordat de kassa’s sluiten.

Vrijgevigheid?
Het is eigenlijk oppervlakkig om in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus alleen maar te horen dat een mens wat moet kunnen missen en dat je aan de armen moet denken. Dat zal wel waar zijn maar dat leer je in de box al en later nog eens bij de padvinderij. Je behoeft er trouwens niet eens een christelijke politieke partij voor te hebben. Vooraanstaan in goede werken is in deze tijd niet eenvoudig. Er staan altijd wel een paar voor ons. De Here Jezus ging een steek dieper: ophouden in ons bezit hier en nu het goede te zien. Daar zouden alle Lazarussen wel bij varen. De armen met een naam, met deze naam, het allereerst. Maar daarna ook allen, die roepen aan de poort.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief